Made in Italy

Italië lijkt nu letterlijk in te storten. De ineenstorting van een illegaal naaiatelier vlakbij Bari, waarbij diverse doden vielen, is uitgegroeid tot symbool voor de staat van het land.

Firemen and volunteers search in the rubble after a house collapsed following a gas explosion on October 3, 2011 in Barletta, southern Italy. A 37 year-old woman was found injured in the rubble. AFP PHOTO / CONTROLUCE AFP

En wie zal betalen voor deze puinhoop? Onze politici of de gewone Italianen?” Pastoor Sabino Lattanzio’s blauwe ogen schieten vuur achter zijn ronde brillenglazen. Hij wijst naar een berg witte stenen op de plek waar tot maandag een huis stond. Brokstukken die rouw en woede veroorzaakten in de Zuid-Italiaanse stad Barletta.

Hier in zijn parochie San Giacomo, op 50 kilometer van de Pugliese hoofdstad Bari, kwamen maandag vier moeders van in de dertig en een meisje van veertien om het leven. Het huis was twee dagen eerder – en zelfs een uur voordat het instortte – nog gecontroleerd door ingenieurs van de gemeentelijke technische dienst. Ze verzuimden in te grijpen, ondanks diepe scheuren ontstaan door de sloopwerkzaamheden bij een aanpalend pand.

De omgekomen vrouwen werkten zwart, voor 4 euro per uur, in het op de begane grond gevestigde illegale naaiatelier. Ze pakten elders gefabriceerde T-shirts in, nadat ze er etiketten aan vast hadden genaaid met het kwaliteitmerk Made in Italy.

De ineenstorting is dezer dagen in de media het symbool geworden voor de neergang van een land, een economie en een samenleving waar de autoriteiten geen controle meer hebben en volgens velen onverschillig zijn geworden. Kranten en tv-journaals besteedden donderdag aandacht aan de begrafenis van de slachtoffers. „Is het echt zo dat onze vrouwen moeten werken zonder rechten, omdat het niet anders meer kan”, vroeg de gespreksleider in het journalistieke discussieprogramma Piazzapulita (Schoon Plein) zich donderdagavond af: „Is dit al geaccepteerd?”

President van de regio Apulië, Nichi Vendola, de mogelijke uitdager van Berlusconi of diens opvolger bij de volgende verkiezingen, antwoordde dat het ongeval de „extreme kwetsbaarheid van deze stad en dit gebied illustreert”. Sterven door werk is volgens hem „de schande van onze tijd”. Maar behalve een aanval op Berlusconi had hij niets te bieden. De president van het land, Giorgio Napolitano, eiste opheldering en sprak van „mensonterende arbeidsomstandigheden”. En de paus liet weten dat hij bidt voor de slachtoffers.

Pastoor Sabino kan er weinig mee. Hij spreekt van wangedrag en slecht bestuur in een land waar meer corruptie is dan in de jaren negentig, ten tijde van een groot steekpenningenschandaal. Hij vervolgt de rondleiding door zijn parochie en wijst omhoog naar scheuren in huizen, naar cementlijsten die op het punt staan omlaag te vallen, naar planten die in gevels groeien. „Ik heb al vaak gebeld naar de gemeente, maar niemand komt controleren en hier lopen dagelijks mensen onderdoor.”

Achter elk gesloten rolluik kan een illegaal naaiatelier zitten, zegt hij. Ze zijn met vitrages voor de luiken vermomd als woningen. Het is wat is overgebleven van het succesvolle en economisch boomende Barletta van de jaren tachtig. Een economie met honderden schoen- en kledingfabrieken die door globalisering en gebrek aan innovatie de concurrentie niet meer aankonden en moesten sluiten. Tienduizenden verloren hun baan.

Bij een half geopend rolluik gaat de pastoor naar binnen. Op de grond liggen stapels kartonnen dozen. Achterin werken vier vrouwen. Ze strijken T-shirts en pakken ze in, nadat ze het kwaliteit- en waardeverhogende etiket Made in Italy hebben toegevoegd. De vrouwen zijn bang. Bang om over hun werk te praten. Bang dat ze het verliezen. De journalist moet buiten blijven.

Voor de deur staat een jonge vader met een kindje. Hij wacht op zijn vrouw die sinds maart in het atelier werkt. „Ze moest wel”, zegt hij. „Ik verkoop kinderschoenen, maar mijn loon is teruggebracht van 1.200 naar 800 euro, omdat er geen werk is. Mijn vrouw is gaan bijverdienen om de hypotheek, gas en licht te kunnen betalen. Ze verdient per maand 500 euro zwart.”

Tegen het middaguur komen de vrouwen naar buiten, omdat het illegale bedrijf de door de gemeente afgekondigde rouw wil honoreren. Dan praten ze toch. „Ze zeggen dat we 4 euro per uur verdienen, maar dat halen we niet. Het is maximaal 3,50 euro”, zegt Gianna (48), moeder van drie kinderen. „Ik doe dit niet voor de lol, werken als een immigrant in eigen land. Maar mijn mans baan biedt geen zekerheid.” Voor de deur staat inmiddels ook Luciano, de echtgenoot van de eigenaresse van het illegale naaiatelier. Hij had tot drie jaar geleden een kledingbedrijf, maar ging failliet. „Ik help mijn vrouw die dit bedrijfje heeft geopend. Een illegaal bedrijf, maar we moeten wat.”

„Zo gaat dat hier”, zegt de lokale vakbondsleider Franco Corcella eerder die ochtend. „Vijftig procent van de vrouwen is officieel werkloos, maar ze zitten niet stil. Ze werken zwart.” Werkgevers gaan failliet en vervolgens ondergronds. Ze kiezen voor een bedrijf zonder belastingen en rechten om de concurrentie met China en andere lagelonenlanden aan te gaan. Controles zijn er nauwelijks. „Wij hebben vijf ambtenaren die in een gebied met 400.000 inwoners de arbeidsomstandigheden moeten verifiëren.”

Iedereen in Barletta weet dit. Vandaar dat de linkse burgemeester Nicola Maffai na het instorten van het huis de pers heeft opgeroepen om de illegale werknemers niet te criminaliseren. Hij werd er in de media fel om aangevallen, maar hij blijft bij zijn standpunt, ook nu hij verantwoordelijk wordt gehouden voor de gemankeerde ontruiming van het ingestorte pand. „De moeders accepteren dit werk, omdat er niks anders is en ze hun familie willen onderhouden. Het gebeurt niet alleen in Barletta, maar in heel Zuid-Italië en in grote delen van het Noorden. Dat moet maar eens hardop gezegd worden.”

Volgens cijfers van de Italiaanse centrale bank zou in Zuid-Italië ongeveer 20 procent zwart werken. Vakbondsman Corcella weet dat het fenomeen in Barletta veel omvangrijker is. In Noord-Italië zou 10 procent illegaal werken: in de textiel, de landbouw, de dienstverlening, schoonmaak, ouderenverzorging, horeca en andere ambachtelijke maakindustrie. In Bronte Catanese op Sicilië zijn deze week vier mensen aangehouden die in opdracht van de gemeente zwart de jaarlijkse warenmarkt organiseerden. De zwarte economie in Italië wordt geschat op 275 miljard euro.

De overheid loopt jaarlijks 125 miljard euro belastingen mis en heeft nu, mede onder druk van de Europese Centrale Bank, aangekondigd de ontduiking aan te pakken.

Maar of ze dat daadwerkelijk kan en zal doen, is zeer twijfelachtig. Het legaliseren van deze clandestiene bedrijven betekent vaak hun sluiting. Ze kunnen de concurrentie niet aan. Burgemeester Maffai heeft naar aanleiding van de ramp de controles verscherpt. Maar volgens Luciano, de man wiens vrouw het illegale naaiatelier heeft, is het een farce. „Als de media weg zijn, laten ze ons met rust. Want zonder deze bedrijven zijn wij nergens.”

Terug in de Kerk vertelt Don Sabino dat hij elk vertrouwen in de overheid heeft verloren. „We moeten iets organiseren. We moeten op internet”, zegt hij tegen Giuseppe Rizzi, familielid van een zwangere vrouw die levend onder het puin vandaan is gehaald. De pastoor is ervan overtuigd dat het in Italië een kwestie van tijd is voordat de revolutie uitbreekt. „Toen deze zomer de financiële crisis ons land trof, beloofden de politici hun dienstauto’s en loon van 14.000 tot 20.000 euro per maand in te perken. Maar ze hebben de maatregel teruggedraaid. De mensen zijn daar woedend over.”

Giuseppe (25) vertelt dat hij journalistiek studeert, maar dat hij het land zal moeten verlaten om werk te vinden. Veertig procent van de jeugd is werkloos. „Hier is alleen werk voor jongeren met kruiwagens, vrienden van politici. Ik heb kameraden die dubbel doctorandus zijn maar duimen draaien.”

Don Sabino sprak eerder deze week in het ziekenhuis de zwangere nicht van Giuseppe die levend onder de brokstukken vandaan kwam. Ze zei over haar redding: „Ik ben blij dat ik het geloof heb. Jezus is tenminste solidair. Hij weet wat lijden is. Onze politici niet.” De mensen zijn nog gelovig hier, zegt de pastoor. „En weet u waar ze bidden in de kerk? Altijd bij Jezus aan het kruis, de lijdende Jezus. Nooit bij de Jezus die weer is opgestaan. Daar hebben ze weinig vertrouwen in.”

Twee uur later zit hij op een geïmproviseerd podium op het centrale Aldo Moroplein, waar de bisschop uiterst ongeïnspireerd voorgaat in de rouwdienst. Vanuit zeven straten is de bevolking toegestroomd. Mannen en vrouwen staan met duizenden naast elkaar met de armen over elkaar geslagen, zoals op de filmposter van Novecento, de klassieker van Bernardo Bertolucci. Over de balustrades van de balkons hangen zwarte rouwdoeken.

Als de bisschop de kisten zegent, ontrolt iemand op een dak een zwart spandoek met witte letters: „En nu willen we de waarheid.” Aan de overkant van het plein een tweede doek: „Wie zijn plicht doet, sterft hier door de schuld van wie dit niet doet.” Een ontlading volgt. Het applaus houdt tien minuten aan. „Moordenaars”, bijten boze burgers hun bestuurders toe als die onder bewaking hun dienstwagens opzoeken.

Salvo Cinquepalmi, de eigenaar van het illegale naaiatelier die bij de ineenstorting zijn dochtertje verloor, laat een dag later in de krant weten: „Het is allemaal mijn schuld. Ik heb de scheuren in de muren gezien. Ook ik had de brandweer, de politie, iedereen erbij moeten roepen. Maar ik durfde niet. Ik was bang voor de controles.”

De inwoners van Barletta – die weten wat zwart werk is – hebben hem al vergeven. „Het is niet jouw schuld. Het is de schuld van wie had moeten controleren en besturen, maar het niet heeft gedaan.”