Liever rokende schoorstenen dan de bubbels van het financiële kapitalisme

De Amerikaanse opstandigen weten waar de schoen wringt en richten hun pijlen op Wall Street. Terecht, vindt Frank Ankersmit.

A demonstrator places a sign on the sidewalk as he takes part in an Occupy Wall Street protest in lower Manhattan in New York October 3, 2011. The Occupy Wall Street protests moved into their third week on Monday with demonstrators camping out in Zuccotti Park. REUTERS/Mike Segar (UNITED STATES - Tags: BUSINESS CIVIL UNREST) REUTERS

Europeanen verbazen zich vaak over de passiviteit waarmee Amerikanen de sociale onrechtvaardigheden in hun land ondergaan. Het cliché is dat Amerikanen menen dat het je eigen domme schuld is als je arm bent, zodat de gemeenschap daarin geen rol te spelen heeft. In ons deel van de wereld zou dat heel anders zijn. Want wij zijn opgevoed met solidariteit. Hadden we hier Amerikaanse toestanden dan zou links daar ‘zijn vingers bij aflikken’. Het Malieveld zou dag na dag vol staan, overal zou de lucht weergalmen van de woedende protestdemonstraties en bij de volgende verkiezingen zou de PvdA, met of zonder Cohen, met straatlengtes de grootste partij worden. Zou het echt zo wezen? Of zijn wij al veel tammer dan we denken te zijn?

Maar zie, de Amerikanen zijn ineens de Amerikanen niet meer: de afgelopen dagen werd er op verschillende plaatsen in de VS geprotesteerd tegen een politiek-economisch systeem dat velen in het ongeluk stortte. Opvallend is daarbij dat de woede zich niet tegen grote bedrijven, maar tegen de banken en tegen Wall Street richtte. Blijkbaar weten die Amerikaanse opstandigen heel goed waar de schoen wringt. Niet meer bij die kapitalistische fabriekseigenaren van honderd jaar terug, maar bij een nieuwe vorm van kapitalisme waarvan de bankier het prototype is. Daar richten ze hun pijlen op.

Anders dan binnen het liberalisme onderscheidt men in de marxistische theorievorming industrieel en financieel kapitalisme. Industrieel kapitalisme is het kapitalisme van rokende schoorstenen, dikke fabrieksdirecteuren en dat arbeidersproletariaat waar Marx het indertijd over had. Maar latere marxistische theoretici zeiden dat je onderscheid moest maken tussen het industriële en het financiële kapitalisme, waarbij dat laatste inmiddels het estafettestokje van dat eerste heeft overgenomen. Je hoeft geen marxist te zijn om daarmee te kunnen instemmen. Denk aan alles waar banken hun geld mee verdienen, zoals het lenen en uitlenen van geld, de valutahandel, het doen van investeringen en het verhandelen van aandelen, bancaire producten als opties en swaps en van talloze andere derivaten.

De pointe is dus deze: banken zijn niet meer braaf dienstbaar aan industrie en handel zoals liberale economen het gaarne voorstellen. Nee, hun bezigheden zijn de inzet geworden van een tweede en nieuwe vorm van kapitalisme. Dat financiële kapitalisme heeft inmiddels het ons zo vertrouwde industriële kapitalisme ruim overvleugeld. Ons huidig economisch systeem bevat dus twee verschillende vormen van kapitalisme. En er is geen enkele reden om aan te nemen dat die beide vormen elkaar welgezind zijn. Integendeel, de feiten wijzen uit dat het financiële kapitalisme er geen been in ziet om als het zo uitkomt het industriële kapitalisme de nek om te draaien. In zijn boek A Century of War. Anglo-American Oil Politics and the New World Order van 1992 (tweede en gereviseerde editie van 2004) geeft William Engdahl daar voorbeelden van. Hij toont hierin hoe de grote depressie van 1873 de Engelse banken op het idee bracht om hun investeringen in het eigen land te beëindigen en te verplaatsen naar andere delen van de wereld, waar meer winst te verwachten was. Met als gevolg de degradatie van Engeland tot een economische macht van de tweede rang en een agressieve buitenlandse politiek ter bescherming van de buitenlandse financiële escapades van de Engelse banken. Dat herhaalde zich in de laatste decennia in de VS, aldus Engdahl (p.111) : „Increasingly, after the 1957 crisis, large U.S. industries and banks began to follow the ‘British model’ of industrial policy. (…) Pride in workmanship and commitment to industrial progress began to give way to the corporate financial ‘bottom line’, a goal calculated every three months for corporate stockholders.” In beide gevallen werd het industriële kapitalisme verstikt door een voortwoekerend financieel kapitalisme.

Marxistisch of niet, hier wordt iets beschreven dat we na 2008 en 2011 maar al te goed herkennen. Tijd dus om de rekening op te maken voor dat financiële kapitalisme. De producten van het industriële kapitalisme zou niemand graag missen, maar wat levert dat financiële kapitalisme de samenleving nu helemaal op? Een paar maanden geleden beweerde de invloedrijke Nederlands-Engelse econoom Willem Buiter dat het financiële kapitalisme uiteindelijk niets meer dan windhandel was. Uit het schuiven met geld van A naar B kan nooit echte rijkdom ontstaan, zo meende hij. Andere economen zeiden dat geld gewoon geld is, ongeacht wat er de oorsprong van is. Het is zorgelijk dat men in de economie over zoiets elementairs van mening verschillen kan.

Maar misschien is dit de verkeerde vraag. Want wat we na 2008 en 2011 wel weten is dat het financiële kapitalisme een olifant op zolder is die ieder moment door de vloer kan zakken en dan hele staten en zelfs de hele EU in zijn val kan meeslepen. Het heeft het eigenaardige vermogen om de stabiliteit van de economische orde om te kunnen zetten in geld. Eerst heb je een stabiele economische orde, dan komt het financiële kapitalisme langs en daarna heb je meer rijkdom, maar ook meer instabiliteit.

Dat klinkt wat metafysisch. Laat ik het daarom concretiseren. Het door het financiële kapitalisme gegenereerde geld gaat altijd zitten in bubbels – huizenbubbels, dotcombubbels, aandelenbubbels, grondstoffenbubbels en wat niet al. Waar zou het ook anders heen kunnen, behalve dan in nog grotere bankkolossen of nog hogere bonussen? Dat tikt niet echt aan. Het door het industriële kapitalisme gegenereerde geld wordt daarentegen geïnvesteerd in de bedrijven waar dat geld verdiend werd – zoals het hoort. Vroeger of later knappen bubbels altijd en daarmee destabiliseren ze de economische orde. Bedrijfsinvesteringen zijn doorgaans echter de basis voor een gezonde en stabiele economie.

Zou het daarom niet beter zijn om Europa te redden door het financiële kapitalisme in ons deel van de wereld ten grave te dragen dan door het deerniswekkende geknoei van de laatste maanden? Dat financiële kapitalisme heeft Europa aan de rand van de afgrond gebracht en moet niet verbaasd zijn daar de rekening voor gepresenteerd te krijgen.

Frank Ankersmit is emeritus hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de universiteit van Groningen. In 2004 was hij mede-auteur van het Liberaal Manifest van de VVD, twee jaar geleden bedankte hij als lid voor die partij.