Licht en speels, zwaar en chic

Van gebakvorkjes tot complete hotels – designer en architect Antonio Citterio ontwerpt alles.

eweging’, zegt Antonio Citterio peinzend. „Beweging is het nieuwe sleutelwoord. Voor thuis en op het werk.” Al bijna veertig jaar tekent de Italiaans ontwerper stoelen en banken, maar van zitten houdt hij niet. Hij is er eigenlijk tegen.

„Ons lichaam is zo flexibel”, zegt hij. „De directeur van Technogym, een van mijn opdrachtgevers, legde me eens uit dat de mens is gemaakt om elke dag 20 kilometer te lopen. Onze voedselinname is daar ook op gebaseerd. Maar hoe leven we tegenwoordig? We zitten. We zitten te werken, we zitten te vergaderen, en in onze vrije tijd zijn we niet weg te slaan bij televisie en computer. Jonge bedrijven als Google laten hun werknemers niet voor niets lekker met elkaar sporten en spelen, het houdt ze betrokken en productief. Kleine werkhokken kun je openbreken. Vergaderingen kunnen ook staand. Dit soort cultuurveranderingen moet je niet aan mensen voorleggen; je moet ze gewoon doorvoeren.”

Al decennia is Antonio Citterio (Meda, 1950) een van de belangrijkste Italiaanse ontwerpers en architecten. Op uitnodiging van meubelproducent Vitra brengt hij een bliksembezoek aan Nederland. Na een lezing op de Design Academy Eindhoven heeft hij tijd voor een gesprek.

Citterio noemt zichzelf een optimist met een groot vertrouwen in de toekomst – dat moet ook, zegt hij, een ontwerper die niet in vooruitgang gelooft, heeft de essentie van het vak niet begrepen. Maar zoals hij rondloopt in Eindhoven, lijkt Citterio een man uit vervlogen tijden. Hij bestiert zijn wereldomspannend designimperium met een beduimeld zakagendaatje, dat hij bijna met tegenzin uit de binnenzak van zijn jasje trekt als hij weer eens wordt gebeld. „Pronto”, klinkt het dan, vriendelijk maar kortaf. „Luister. Ik ben bezig nu. Waar ben je? Dan bel ik je daar. Ciao.”

‘Daar’ zou Milaan kunnen zijn, waar Citterio’s studio met zestig man personeel is gevestigd; het zou ook China kunnen zijn, Rusland, Duitsland of de VS. Zijn opdrachtgevers zitten overal.

Ponskaart

De lezing heeft als titel ‘Your Own Voice in Interdisciplinary Teams’.

Voor eerstejaarsstudenten is aanwezigheid verplicht; na afloop moeten ze een gaatje in een ponskaart laten prikken, anders kost het ze studiepunten. Dat maakt ze niet tot een makkelijk gehoor, maar Citterio is stoïcijns: in het schemerdonker geeft hij in slaperig Italiaans-Engels uitgebreid zijn visie op het vak. „Never believe die marketieng piepol”, zegt hij, en: „De markt heeft geen visie.” Bij design gaat het om het oplossen van concrete problemen; luister dus goed naar je opdrachtgevers, ga bij ze langs, stel duizend vragen en kom daarna pas met een idee.

En dat is dan nog maar het begin. „Wij zijn geen genieën”, aldus Citterio. „Een ontwerper kan nog zulke esthetische of trendy dingen verzinnen, als ze industrieel onuitvoerbaar blijken, zijn ze waardeloos. Ik zorg er al 25 jaar voor dat ik per twee weken in elk geval één dag in mijn studio in Milaan doorbreng. Ik ben er van half negen ’s ochtends tot half negen ’s avonds en overleg en experimenteer dan met mijn team – niet aan de hand van computertekeningen, maar met schaalmodellen. Soms schuilt de oplossing in een paar heel eenvoudige ingrepen. Bij een van onze eerste kantoorstoelen bedachten we dat we het rug- en het zitgedeelte van elkaar wilden scheiden. Het kostte ons maanden, maar uiteindelijk hadden we een model dat met niet meer dan twee schroeven in elkaar stak.”

Achter het spreekgestoelte komen intussen in steeds hoger tempo foto’s van Citterio’s ontwerpen voorbij. Bestek, bureaus, fitnessapparaten, complete kantoren, privéwoningen, bruggen, hotels; het gaat van detail tot totaalconcept, en één dwingend stijlstempel valt niet te ontwaren.

Wel twee basale richtingen: licht en speels voor de kantoren, zwaar en chic voor de hotels. „Alles in deze kamer is door mij ontworpen”, luidt Citterio’s commentaar bij een protserige, zwart met gouden hotelsuite, „van de zeepbakjes tot de handdoeken.” Even klinkt hij onbeschaamd trots.

Beroemd worden

De designstudenten van nu lijken op muziekstudenten, zegt Citterio na afloop van de lezing bij een blikje fris. „Ze willen allemaal beroemd worden. Toen ik in 1972 mijn eerste studio opende, had het vak nog nauwelijks bestaansrecht. Ik was opgeleid als architect; design was iets dat de meesten erbij deden. Buiten ons eigen kleine wereldje wist niemand waar we mee bezig waren. Er waren nog geen designtijdschriften, geen ‘sterren’ wier personage bekender was dan hun producten. We werkten lokaal, geïsoleerd. Met zulke beperkingen neemt nu niemand meer genoegen. De globalisering is een feit, ik ben zelf ook constant op reis. Maar je moet oppassen dat je niet out of touch raakt en alleen nog bezig bent met het imponeren van je collega’s, met ‘in’ zijn. Op de langere termijn heeft dat geen enkele betekenis.”

Soms vraagt hij zich af, of al dat onderweg zijn wel goed is. „Moet ik niet eens ergens langer blijven, gaan er zo geen finesses verloren? Ik vind het leuk om lokale details in mijn ontwerpen te verwerken – in China ben ik bijvoorbeeld op zoek gegaan naar speciale laksoorten als finishing touch. Maar een echt Chinees ontwerp zal ik nooit leveren, dat kan ik niet. Vergelijk het met eten: je kunt overal ter wereld spaghetti al pomodoro bestellen, maar het smaakt nergens zoals in Milaan.”

    • Sandra Heerma van Voss