Kabinet wil toch fusie van provincies

Utrecht, Noord-Holland en Flevoland: het moet „één provincie” worden, met „één provinciehuis” en „één naam”.

Het plan bestond al langer, de tegenstand vanuit de Tweede Kamer en de provincies is aanzienlijk, maar gisteren besloot het kabinet na het weekend toch met een wetsvoorstel te komen. „We willen”, zo zei vicepremier Maxime Verhagen na afloop van de ministerraad, „juist het debat voeren op basis van argumenten”.

Ook Piet Hein Donner, als minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de mogelijke fusie, vond de tegenstand geen reden om het idee te laten voor wat het is. „Het kan niet zo zijn dat als een kabinet denkt dat iets het beste is, dat het plan dan niet wordt voorgelegd om er over te praten”. Naast onder meer de PvdA en de SP is ook gedoogpartner PVV tegen.

In het regeerakkoord staat dat het kabinet met een voorstel komt „tot opschaling van het provinciaal bestuur in de Randstad”: Noord-Holland, Utrecht, Flevoland en Zuid- Holland. Maar die laatste provincie is nu weggevallen.

Verhagen zei niet duidelijk waarom, behalve dan dat er een „apart traject” voor de twee grootste steden daar komt. Den Haag en Rotterdam werken nu al veel samen. Het kabinet wil dat verder ondersteunen, en de twee steden krijgen samen een zogenoemde „infrastructuurautoriteit”. Die moet de infrastructuur in en tussen Rotterdam en Den Haag verbeteren.

Ook de nieuwe provincie – Verhagen had nog geen naam – krijgt zo’n instantie. De vrees dat inwoners van de nu nog bestaande provincies hun identiteit zouden kunnen verliezen, verwierp de vicepremier. „Een Utrechter blijft wel een Utrechter, zoals een Limburger een Limburger blijft.”