Juliana als de eerste hippie van het land

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week: Neelie Kroes, Amsterdam en Koningin Juliana.

Een biografie van een nog volop actief persoon is een hachelijke onderneming. Het blijft doorgaans bij een journalistiek portret, omdat er nog te veel bronnen ontoegankelijk zijn en er bij zegslieden allerlei verborgen motieven kunnen meespelen. Dit in aanmerking nemend hebben Stan de Jong en Koen Voskuil het er goed vanaf gebracht met Neelie Kroes (Nieuw Amsterdam, 416 blz. €19,95). Althans, op mij maakt dit soepel geschreven levensverhaal van de 70-jarige VVD-politica, die niet bereid was tot medewerking, een redelijk evenwichtige indruk. De ondertitel – ‘Hoe een Rotterdams meisje de machtigste vrouw van Europa werd’ – belooft niet meer dan de auteurs kunnen waarmaken. Zij hebben nog enkele affaires in de sfeer van belangenverstrengeling toegevoegd aan een lange reeks kwesties waar, zacht gezegd, een luchtje aan zat, maar doen ook recht aan de grote kwaliteiten en het gevoelsleven van deze fascinerende vrouw.

Spion in de onderwereld (Balans, 222 blz. €16,95) is het verhaal van een ex-agent van de AIVD, voorheen BVD, Paul Herrie. Vrij Nederland-journalisten Marian Husken en Harry Lensink baseren hun boek vrijwel geheel op de beweringen van deze man, die tot twee jaar gevangenisstraf is veroordeeld wegens het laten uitlekken van onderzoeksgegevens, waarvan De Telegraaf meldde dat zij tegen grof geld in handen van de drugs- en wapenmaffia rond Mink K. waren beland. Kern van het verhaal is dat hoge politie- en justitieambtenaren banden onderhouden met de top van de Nederlandse onderwereld. Na in 2000 eervol en met een afkoopsom bij de BVD te zijn ontslagen (waarom?) stortte geheim agent Herrie zich in zakelijke avonturen. Maakte hij daarna gemene zaak met de drugsmaffia, of is hij ‘erin geluisd’? Daar kom je niet achter in dit samenspel van Wahrheit und Dichtung. De constructie van het boek is even warrig als de inhoud. Duister is ook de rol van de huidige staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Teeven (VVD). Enige zekere conclusie: er ligt van alles te stinken, inclusief het wereldje van de misdaadjournalistiek zelf.

Tussen 2004 en 2007 verscheen de Geschiedenis van Amsterdam door 42 auteurs in vijf banden van groot formaat, drieduizend pagina’s, 12,5 kilo (ik heb het nagewogen). Het lezen ervan heeft veel van mijn uithoudingsvermogen gevergd. Nu komt historicus Peter Jan Knegtmans met Amsterdam. Een geschiedenis. (SUN, 440 blz., €35). Die is gebaseerd op deze serie, een herschrijving die geen samenvatting mag heten, omdat Knegtmans eigen accenten legt. Evenmin is het een ‘popularisering’, want het is een droog, zorgvuldig, grondig en met de nieuwste inzichten aangevuld, op zichzelf staand werk. Ik begin dus maar gewoon opnieuw te lezen over de wording van die ‘dorpse metropool’, waar ‘met zo veel verscheidenheid een idee van samenhang werd bewaard’. Daar kun je nooit genoeg van krijgen.

In Wie ben ik dat ik dit doen mag. Zes koninklijke inhuldigingen (Meulenhoff, 311 blz. €18,95) van Dorine Hermans ‘onthult’ Huub van ’t Hek, oud-eindredacteur van het blad Scouting, dat het huwelijk van koningin Beatrix en prins Claus in 1981 in crisis verkeerde. Van ’t Hek voerde verscheidene gesprekken met Claus waaruit hij op aandringen van de RVD nauwelijks iets publiceerde. In een interview met deze krant zei Hermans vorige maand: „Het kán zijn dat het niet waar is, er was verder niemand aanwezig.” Dat ze zo’n onbetrouwbaar verhaal, afkomstig van slechts één bron, toch publiceert, komt onprofessioneel over. Ook de rest van het in kleuterstijl geschreven boek maakt een amateuristische indruk: ‘Juliana was het beste antwoord geweest wat de monarchie de ‘babyboomers’ had kunnen bieden. Eigenlijk was ze de eerste hippie van Nederland.’

Vermoedelijk ben ik niet de enige die heeft uitgekeken naar de nieuwe roman van Vlaming Stefan Brijs, wiens spectaculaire De engelenmaker (2005) over een geschifte arts en uitvinder van reageerbuisbaby’s naar meer smaakte. Maar Post voor mevrouw Bromley (Atlas, 511 blz. €19,95) lijkt, afgezien van de omvang, weinig op zijn voorganger. De roman speelt in Engeland ten tijde van de Eerste Wereldoordlog. Twee ooit onafscheidelijke jongens, John en Martin, die evenals hun hond Shakespeare gezoogd werden door dezelfde mevrouw Bromley, groeien uit elkaar. Het boek ligt vanaf aanstaande dinsdag in de winkel.

Elsbeth Etty