Jom Kipoer is een nationale fietsdag

In Tel Aviv gaat het er al weken over: fietsen op de snelweg. Nu kan het, tijdens Jom Kipoer. Die nationale feestdag wordt wel de nationale fietsdag genoemd – door seculiere Israëliërs welteverstaan.

Religieus Israël viert Jom Kipoer traditioneel ongewassen, met vasten en intensief gebed. Sommige orthodoxe joden slingeren aan de vooravond van Jom Kipoer (‘Verzoendag’) levende kippen boven het hoofd – opdat de menselijke zonden op die kip overgaan.

Ieder zijn ritueel. Maar in het hele land zijn de winkels dicht. Er zijn geen treinen of bussen of vluchten. En voor alle Israëliërs geldt de ongeschreven regel dat de auto een etmaal blijft staan. Daarom cirkelen jonge seculiere inwoners van Tel Aviv vandaag op twee wielen over de Ayalon, de snelweg die dwars door de stad leidt. Zonder stank. Zonder agressie. Zonder getoeter.

Eigenlijk zijn Israëliërs geen echte stadsfietsers. Jeruzalem is te steil, Tel Aviv te gevaarlijk. Openbare minibusjes scheren rakelings langs de stoep en gooien zonder waarschuwing hun deur wijd open. Fietspaden zijn er niet. Nou ja, nauwelijks.

De gemeente probeert fietsen te stimuleren. Recent werd een smal, maar serieus fietspad langs het strand aangelegd. Dit voorjaar introduceerde de gemeente een fietsverhuurservice naar Parijs’ model.

Die is met Jom Kipoer echter gesloten. Een lid van het gemeentebestuur, van de orthodoxe partij Shas, had de burgemeester daar om gevraagd namens religieuze inwoners van de (overwegend seculiere) stad.

„Niemand zal sterven door een beetje solidariteit te tonen”, zei burgemeester Ron Huldai. Tegen dovemansoren, bleek gisteren. De zon was nog niet onder of er klonk baldadig gebel. Gillend stortten duizenden kindertjes zich van de opritten van de snelweg af. Wie geen fiets had, nam rolschaatsen. Of zijn radiografisch bestuurbare autootje.