Johnson regeert met vrouwenhand

Betekent een vrouw aan de macht vrede voor het land? Bewijst de Nobelprijs voor Johnson Sirleaf dat, vraagt Hille Takken zich af

karikatur für tribüne-krieg der geschlechtern

Elizabeth I nam het op tegen Spanje, Margaret Thatcher tegen de Falkland-eilanden en de Indiase premier Indira Gandhi voerde eindeloos oorlog met Pakistan. Toch heet het vaak dat vrouwen aan de macht vredelievender zijn dan mannen. En er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat vrouwelijke leiders vaker voor het harmoniemodel kiezen dan voor een hiërarchische groepsopbouw waarin zij voor zichzelf winst opeisen.

Ellen Johnson Sirleaf, de eerste vrouwelijke president van Afrika en sinds deze week Nobelprijswinnares, heeft de vrede in haar West-Afrikaanse land Liberia weten te bestendigen. Naar eigen zeggen heeft ze een duidelijk verschil kunnen maken doordat ze sterke vrouwen in de regering heeft opgenomen en ook in het leger en bij de politie vrouwen op hoge posten heeft benoemd. Ook zij koos voor een ‘harmoniemodel’. Anders dan haar voorgangers deed ze geen pogingen haar politieke tegenstanders uit te roeien. In plaats daarvan tekende ze voor een wet op de vrijheid van meningsuiting. Het heeft gewerkt, en hoe. Na veertien jaar uitzichtloze burgeroorlogen is het nu acht jaar vrede in Liberia. Ze heeft het land bevrijd van zijn schuldenlast en de meisjes naar school gestuurd.

Liberianen noemen hun president liefkozend ‘Ma Ellen’, omdat ze zich als een grootmoeder over hen ontfermt. Ik raakte door haar gefascineerd toen ik door Liberia reisde voor filmopnames. Aanvankelijk durfde ik bijna niet te gaan. Ik kende het land alleen van de gruwelijkste oorlogsbeelden. Ik zocht in boeken positieve kanten, maar vond vooral beschrijvingen van kannibalisme en andere wreedheden, al dan niet door godsdienstwaanzin gedreven.

Eenmaal in Liberia zag ik iets heel anders dan ik had gelezen: een land waar jonge mensen hard werken aan opbouw. Ons hotel in het binnenland had water uit de kraan, er waren levendige markten en er werden stenen huizen gebouwd. Het waren vaker mannen die het woord namen dan vrouwen, maar het was heel duidelijk dat vrouwen een belangrijke rol speelden bij het bereiken en bestendigen van vrede in Liberia.

Vrouwen hebben verschrikkelijk geleden door de oorlog, ze werden stelselmatig verkracht. Maar daarna hebben ze hun krachten op creatieve wijze aangewend. Tijdens de tweede burgeroorlog dreigden Liberiaanse vrouwen met seksstakingen. Zouden mannen ooit op dat idee zijn gekomen en zo ja, hoe effectief zou dat zijn?

Tijdens vredesbesprekingen in Ghana, in juni 2003, kondigden de onderhandelaars (vooral mannen) aan dat ze het conferentiegebouw zouden verlaten. Vrouwelijke vredesactivisten dreigden daarop zich te ontkleden. Voor een Liberiaanse man geldt het als een vernedering een naakte vrouw te zien van zijn moeders leeftijd. Daarop besloot de voorzitter de conferentie alsnog voort te zetten tot er een overeenkomst lag.

Het waren vrouwen die jongens en mannen overhaalden hun wapens in te leveren in ruil voor een opleiding. Dat Johnson Sirleaf in 2005 de presidentsverkiezingen won was mede dankzij vele Liberiaanse vrouwen. Deden zij er goed aan op haar te stemmen? Werkt vrouwelijk leiderschap beter?

Johnson Sirleaf heeft, net als veel Liberiaanse vrouwen, een flink portie lijden te verstouwen gekregen en daarmee aan respect gewonnen. Door handlangers van de couppleger Samuel Doe werd ze afgevoerd naar een beruchte gevangenis buiten de hoofdstad, waar ze op het nippertje aan verkrachting en moord ontkwam. Net als Nelson Mandela verwierf ze zo de status van doorzetter.

In de film Iron Ladies of Liberia is te zien hoe ze met natuurlijk, moederlijk gezag veteranen toespreekt die meer geld willen zien. Ze dreigen te rebelleren, maar Johnson Sirleaf wankelt niet. Ze nodigt hen uit in het presidentiële paleis, luistert naar de grieven en legt dan rustig en met opgeheven vinger uit dat ze hun onmogelijk meer geld kan geven. „Want wat moet ik dan zeggen tegen de dorpelingen die jullie opgejaagd en beroofd hebben, tegen de vrouwen die verkracht zijn, wier kinderen vermist zijn?” De veteranen – mannen met grove koppen vol littekens – slaan hun ogen neer. Een van hen zegt beleefd: „U zult van ons geen last meer hebben, mevrouw.”

Helemaal schone handen heeft Johnson Sirleaf niet. Zoals afgesproken in de vredesbesprekingen zette ze een Waarheids- en Verzoeningscommissie aan het werk. In het eindrapport van de commissie prijken vijftig namen van personen die in geen dertig jaar nog politieke functies mogen bekleden. Op die lijst staat ook Johnson Sirleaf zelf, omdat ze in een vroege fase oorlogsmisdadiger Charles Taylor heeft gesteund met 10.000 Amerikaanse dollars.

Eerder adviseerde Johnson Sirleaf het regime van de corrupte Samuel Doe, die in 1980 een militaire staatsgreep in Liberia had gepleegd. Ze moest wel. Bedanken had gemakkelijk tot executie kunnen leiden. En zonder haar was de chaos nog groter geworden. Misschien.

Corruptie en fraude heeft Ma Ellen niet uit haar land weten te bannen. Maar het gaat beter met Liberia. Voormalig kindsoldaten gaan naar school. 15.000 VN-peacekeepers konden naar huis. En het verbeteren van de positie van vrouwen en meisjes, in een land waar zij vreselijk hebben geleden onder de terreur van vooral mannen, is een op zichzelf staand succes.