Job Cohen is een uitstekende weerspiegeling van de PvdA

De kritiek binnen de PvdA op Job Cohen wordt breed gevoeld, maar alleen gemompeld. Omdat hij zo aardig is, en zo netjes. Zegt men. En wie moet het anders doen? Het probleem zit dieper. Job Cohen is de perfecte weerspiegeling van de partij. Job Cohen ís de PvdA. En hij voelt niet echt wat het

De kritiek binnen de PvdA op Job Cohen wordt breed gevoeld, maar alleen gemompeld. Omdat hij zo aardig is, en zo netjes. Zegt men. En wie moet het anders doen? Het probleem zit dieper. Job Cohen is de perfecte weerspiegeling van de partij. Job Cohen ís de PvdA. En hij voelt niet echt wat het verschil is tussen bestuur en politiek.

‘Op dit moment is Job onze leider’. ‘Mijn leiderschap staat niet ter discussie’. Dat waren de geruststellend bedoelde reacties van fractiegenoten en de leider zelf nadat partijvoorzitter Ploumen uit haar schietstoel naar vergetelheid riep dat Cohen meer uit de partij moest halen. Om hem publiek boos te krijgen is  meer nodig.

Voorzitters van politieke partijen zijn in Nederland meestal goed ingevoerde amateurs. Lilianne Ploumen past in die traditie. Noch de timing noch de boodschap was handig. De fractie wilde juist in de Tweede Kamer een stevig oppositiegeluid laten horen bij de Financiële Beschouwingen. En waarom de fractievoorzitter verwijten dat hij opgaat in de Haagse mallemolen, terwijl dat zijn werkplek is en je er zelf juist bent voor de leden?

Ploumens politieke kamikaze in de Volkskrant was een uiting van onmacht en hulpeloosheid. Zij heeft in vier jaar van een deels cynische, deels teleurgestelde club beroepspolitici geen zinderend maatschappelijk laboratorium kunnen maken. Die malaise in de PvdA verschilt in wezen niet veel van de bloedarmoede bij CDA en VVD.

De drie partijen waar het naoorlogse Nederland bestuurlijk op leunde, hebben alle drie te kampen met leegloop: leden, kiezers en ideeën. De partijen die later het CDA zouden gaan vormen haalden in 1963 al 76 zetels, genoeg om te regeren. Het CDA bezet nu de helft van alle ministerschappen met maar 21 zetels achter zich – in de laatste peiling van De Hond komt het CDA niet verder dan 15 zetels. ‘Dramatisch’ is te zwak uitgedrukt.

De VVD werd vorig jaar de grootste met 31 zetels. De partij mocht voor het eerst de premier leveren en planeert op een wij-maken-schoon-schip-golf. Maar de grootste partij van nu bezit maar een vijfde van alle Kamerzetels. In ’98 scoorde Bolkesteins VVD 38 zetels. En Nijpels kwam in 1982 tot 36 zetels. De grote drie partijen  hadden vorig jaar met 82 zetels nog net die ‘middencoalitie’ kunnen vormen.

De PvdA haalde in ’77 de monsterscore van 53 zetels; met de leus ‘Kies de minister-president’ werden de kleinere partijen weggeduwd. Het door de brooddronken partij geëiste kabinet-Den Uyl kwam er niet. Van Agt (CDA, 49 zetels) en Wiegel (VVD, 28) hadden aan hun eigen kiezers genoeg.

Het constante verval van de gevestigde drie partijen is ook zichtbaar in de uitslag van 1994: de PvdA werd met 37 zetels de grootste, na een verlies van 12 zetels. CDA viel dat jaar van 54 naar 34. De VVD klom van 22 naar 31. Paars was onvermijdelijk. In de jongste peilingen haalt de PvdA net meer dan de helft van de 30 zetels van vorig jaar.

Sorry voor alle cijfers, maar zij vertellen bijna het hele verhaal. In de laatste peiling zijn VVD, CDA en PvdA nog maar goed voor 63 zetels, lang niet genoeg voor een ‘grote coalitie’. Minder dan de helft van de 128 zetels die de Drie haalden in 1977. De vraag is of dat erg is.

Partijen bloeien als zij een uitdrukking zijn van wat een deel van het volk voelt, denkt, droomt. Zo niet, dan nemen andere partijen die rol over. De ‘kleine’ christelijke partijen hebben de weglopers van het CDA niet blijvend kunnen verleiden. Het zijn vooral de SP en later de PVV die, al of niet via de VVD, de ontevreden PvdA- en CDA-kiezers hebben weggezogen. GroenLinks heeft op links die slag niet geslagen. D66 fungeert als overloop tussen VVD en PvdA, met wild variërende tussenstanden in de enquêtes.

Sommigen binnen de PvdA roepen om een nieuwe messias. Lodewijk Asscher, wethouder in Amsterdam wordt genoemd. Hij maakt wijselijk weinig aanstalten. Zo lang de partij niet weet waar zij over gaat en wat zij meer is dan een verkiezings- en banenmachine zal iedere nieuwe leider een extreem multitalent moeten zijn om iets te bereiken. Visionair, charismatisch en goed bestuurder. Pak em beet.

Financieel woordvoerder Ronald Plasterk spijkerde deze week een Tienpuntenplan op de kerkdeuren. Hoe het anders kan. Het loont dat even te vergelijken met de eisen van Tien over Rood in 1967. De radicalen binnen de PvdA eisten toen 2% ontwikkelingshulp, de republiek en verkleining van inkomensongelijkheid. Plus erkenning van de DDR en de Vietcong.

Dat waren nog eens tijden. De revolutie is niet helemaal doorgegaan. De koningin heropende gisteren Haar Paleisje Kneuterdijk. Voorzover bekend zijn we nog steeds lid van de Navo. Maar, werknemers hebben de OR binnen het ondernemingsbestuur gekregen.

En de PvdA van Plasterk? Steun voor Griekenland en Europa, een nationaal woningakkoord, rekeningrijden, gericht investeren in ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’, een sociaal leenstelsel voor hoger onderwijs, terugdraaien van driekwart van de kunstbezuinigingen, een rijkenbelasting (boven 150.000), een villabelasting en 0,8 procent ontwikkelingshulp.

Het is een begin. Maar hee, als iets prooi is voor sociaal-democraten, dan toch wel de bankencrisis van 2008 en nu? Moet het eerste erger worden? Is hier ook het wachten op een Bezet de Zuidas-beweging? In Amerika groeit de linkse Tea Party uit tot een nationaal protest tegen de ongebroken macht van de miljardairslogica.

Kortom: wat is het winnende PvdA-verhaal voor 2011? Wat is het kiezerspubliek dat er bij hoort? En wie kan het vertellen? Sollicitaties graag. Er zit weinig anders op.