Israël eerst een links nu een rechts ideaal

Angst voor electoraal verlies, imagoschade en de rijke Joodse lobby zijn niet de enige redenen waarom Obama kritiek op de Israëlische regering uit de weg gaat, zegt Ian Buruma.

Rick Perry, Republikeins gouverneur van Texas, komt niet vaak buiten zijn geboortestaat, maar onlangs was hij even in New York, waar hij president Obama beschuldigde van appeasement jegens de Palestijnen. Met andere woorden, Obama werd vergeleken met Chamberlain, toen die toegaf aan de nazi’s in 1938.

De voormalige burgemeester van New York, Ed Koch, een Democraat, maakte het nog bonter. In een verkiezing in New York voor het Amerikaanse Congres steunde hij een niet-Joodse Republikein tegen een Joodse Democraat, als een soort straf voor Obama, die volgens Koch Israël „voor de bus” zou hebben gegooid. Obama had namelijk enige reserves geuit over de bouw van nieuwe Joodse nederzettingen op Palestijns gebied. In het bewuste kiesdistrict in New York wonen veel orthodoxe joden. De Republikein won.

Obama heeft ook de Israëlische premier Netanyahu tegen zich. Netanyahu, die dikwijls klaagt dat andere landen zich bemoeien met binnenlandse Israëlische aangelegenheden, laat geen kans voorbij gaan om Republikeinen te paaien door Obama zelfs in toespraken voor het Amerikaanse Congres aan te vallen.

En wat was de respons van Obama? Hij hield voor de Verenigde Naties een toespraak waarin hij alle begrip toonde voor de problemen en gevoeligheden van Israël, zonder met een woord te reppen over de problemen en gevoeligheden van de Palestijnen.

Waarom zakt Obama in als een pudding, zodra het om Israël gaat? Waarom zijn Amerikaanse politici überhaupt zo bang om ook maar enige kritiek te leveren op de Israëlische regering? Is het de angst om voor antisemiet te worden uitgemaakt? Of gaat het meer om de Joodse kiezers?

Op het eerste gezicht hebben de Democraten weinig te vrezen. Joodse Amerikanen maken slechts 1,7 procent uit van de bevolking, en de meesten stemmen volgens peilingen nog steeds op de Democratische Partij.

De zogenaamde ‘Israëlische lobby’ in Washington is goed georganiseerd, maar born again christenen spelen daar ook een grote rol en zij stemmen over het algemeen Republikeins. Dus ook daar heeft Obama ogenschijnlijk niet veel te verliezen.

Nu is het waar dat bepaalde pro-Israëlische organisaties, met name de American Israel Public Affairs Committee (AIPAC), over veel geld beschikken, en kandidaten kunnen helpen of hinderen door hen al of niet financieel te steunen. Kritiek op Israël levert weinig vrienden op, maar veel vijanden, en in sterk omstreden staten (de zogenaamde ‘swing states’) als Florida, waar bovendien veel gepensioneerde Joden wonen, kan een gering aantal stemmen een groot verschil maken.

Maar geld, stemmers en lobby’s terzijde, er is in de laatste decennia iets veranderd wat de Democraten veel angst inboezemt: het Israëlische conflict met de Palestijnen wordt steeds meer door rechtse Republikeinen gebruikt als een stok om links mee om de oren te slaan. En dit fenomeen beperkt zich niet tot de VS.

Dit was vroeger anders. Toen Israël nog werd bestuurd door een socialistische elite – in de regering, de vakbonden, het leger – kon het overal rekenen op de steun van alles wat min of meer links was – liberals in de Amerikaanse zin van het woord. De laatste Amerikaanse regering die het aandurfde om serieuze druk op Israël uit te oefenen was die van de oude George Bush.

Zowel in de VS als in Europa tendeerden Joodse stemmers meer naar de linkerzijde van het politieke spectrum. Dat is niet onlogisch. Minderheden voelen zich veiliger in progressieve, open, enigszins kosmopolitische samenlevingen dan onder conservatieve regimes, vooral als die stoelen op etnisch chauvinisme. Op veel steun van Henk en Ingrid hoefden Sam en Saar in de regel niet te hopen. Toen zwarte Amerikanen in de jaren zestig voor hun burgerrechten vochten, kregen zij daarentegen veel aanhang van Joodse activisten.

Zolang Israël gold als een progressieve staat was er dus geen probleem voor de meeste Amerikaanse Joden. Hart en hoofd vielen samen; er was geen conflict tussen een emotionele band met de Joodse staat, en loyaliteit aan sociaal-democratische doelen.

Totdat de macht in Israël ging verschuiven. De sociaal-democraten verloren steeds meer terrein aan de Likud, en aan de orthodoxe partijen. En de politiek in Israël begon steeds meer trekken te vertonen van precies het soort etnisch chauvinisme waar Joden juist altijd bang voor waren geweest. Zionisme was weliswaar nooit helemaal gespeend van een tribaal soort nationalisme, maar het was nooit de hoofdstroom. Nu wel.

Dat heeft stellig iets te maken met de vijandigheid van de Arabische wereld en de soms perverse halsstarrigheid van de Palestijnen, maar ook met demografische veranderingen. Joden uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten hebben een viscerale hekel aan moslims, en Joden uit de voormalige Sovjet-Unie zijn allergisch voor alles wat ook maar in de verste verte lijkt op socialisme. Bovendien groeit het aantal orthodoxe joden gestaag.

De gevolgen zijn bekend: Israël heeft de sympathie van links in Europa verloren, en de nieuwe vrienden van Israël komen van rechts, soms zelfs extreem-rechts. Europese populisten, onder wie politici uit partijen met een sterk antisemitisch verleden, kunnen zich uitstekend vinden in Netanyahu en zijn bigotte minister van Buitenlandse Zaken, Avigdor Lieberman. Zij verkondigen ook hun vurige steun aan Joodse nederzettingen op de Palestijnse Westoever. En in de VS kan Israël zich verheugen in de fanatieke aanhang van christenen die geloven dat, als de Messias komt, alle Joden in het heilige land zich tot het christendom zullen bekeren. (En zo niet, dan maar naar de verdoemenis.)

Wat links betreft is Israël het nieuwe Zuid-Afrika, of liever gezegd het oude Zuid-Afrika. Deze vergelijking loopt in veel opzichten mank. Maar zorgelijk wordt het wel als je dezelfde vrienden krijgt als de voormalige Apartheidsstaat.

Het is een merkwaardige situatie: rechtse politici uit staten als Texas, met een lange traditie van racisme, samen met rechtse populisten uit Oostenrijk en Duitsland, met een nog kwalijker verleden, stellen zich op als verzetstrijders tegen het nieuwe ‘islamofascisme’ en vergelijken gematigde sociaal-democraten als president Obama met Chamberlain in 1938. En zij worden hierbij aangespoord door onze man uit Limburg, die zich ook dikwijls in Israël vertoont en in zijn eigen land openlijk praat over deportaties van islamistische medeburgers.

Obama kan zich zonder twijfel veel moeilijkheden besparen door de Likud-regering in Israël naar de mond te praten. Hij heeft vrienden nodig, en kan zich vijanden slecht veroorloven. Maar de prijs is hoog. Want door de onvoorwaardelijke steun aan Israël verliest Amerika aan gezag in het Midden-Oosten, net op het moment dat Amerikaanse geloofwaardigheid het hardst nodig is.

De binnenlandse Amerikaanse politiek maakt het heel moeilijk om Israël over te halen te stoppen met het bouwen van nieuwe nederzettingen en zich serieus bezig te houden met de ontwikkeling van een soevereine Palestijnse staat. Maar het is wel de enige manier om een eindeloze cyclus van bloedig geweld te breken. Bovendien is het absoluut niet anti-Joods om Israël, en zijn nieuwe rechtse vrienden, het hoofd te bieden. Integendeel, het is de beste manier om een open, verlichte politieke traditie te steunen, die de meeste Joden in de wereld nog steeds hooghouden.

Ian Buruma is schrijver en hoogleraar op Bard College, New York.