Guus de globalist

Guus Hiddink heeft in Turkije nog geen wonderen kunnen verrichten, zoals in Eindhoven en Zuid-Korea. De Turkse voetbalfan is kritisch. Als de ploeg zich niet plaatst voor het EK, is hij weg. En daarna? „Ik ben ook de jongste niet meer.”

D onderdagavond, zevenentwintig en een half uur voor Turkije-Duitsland. Aan de rand van de autoweg die rond het Inönü-stadion van de Istanbulse club Besiktas krult, gaan jonge jongens op hun tenen staan om een glimp van het nationale elftal op te vangen. Guus Hiddink staat op de middenstip, het rood-witte shirt strak over zijn bolle buik getrokken. „Ik weet het niet met die Hiddink”, zegt Erkan Kurt, een Turk die jarenlang verzekeringen verkocht in Duitsland. „Hij is er nooit.” Zijn maat – met vet achterover gekamd haar, valt hem bij.

„Een trainer van het Turkse nationale team moet een rood, Turks hart hebben. Je moet die spelers zien, je moet elke dag met ze bezig zijn.” Wacht nou effe, gebaart Kurt. „Kijk, die Hiddink van jullie, hij weet wel wat goed voetbal is. Dat heeft hij overal in de wereld laten zien. Maar we zien hem hier te weinig.”

Hij pauzeert even terwijl zijn favoriete spelers beneden in het stadion sprintjes trekken langs de lijn. „En als hij niet wint van Duitsland en dinsdag verliest tegen Azerbajdzjan, dan is hij weg.”

Met veel trots haalden de Turken Hiddink vorig jaar binnen als hun nieuwe bondscoach. Het Turkse voetbal was een puinhoop. Zijn voorganger Fatih Terim was er niet in geslaagd zich met Turkije te kwalificeren voor het WK in Zuid-Afrika. Turkije snakte naar de wonderdokter uit Nederland die de nationale teams van Australië, Zuid-Korea en Rusland tot grote hoogten wist te brengen. Guus, de globetrotter. Die wilden de Turken ook.

Ruim een jaar later is van een Turks wonder geen sprake. Plaatsing voor het EK is serieus in gevaar, na de 1-3 thuisnederlaag gisteren tegen Duitsland. Turkije moet dinsdag in eigen huis winnen van Azerbeidzjan en hopen dat concurrent België verliest in Duitsland. En geen Turk is het 3-0 verlies tegen Duitsland vorig jaar vergeten, laat staan de blamage van de 1-0 nederlaag bij Azerbajdzjan. Het Turkse avontuur van Guus Hiddink zou wel eens korter kunnen duren dan de twee jaar waarvoor hij in augustus 2010 tekende.

Dus waar is Hiddink? Waarom is hij niet wat vaker in Turkije, zoals ook steeds meer Turkse sportjournalisten zich afvragen. Neem deze week, de week van de wedstrijd tegen Duitsland die door de meeste Turkse supporters als de belangrijkste voor het Turkse elftal in het EK-kwalificatietoernooi wordt gezien. Hiddink arriveert vijf dagen voor die wedstrijd. En volgende week, na de wedstrijd tegen Azerbajdzjan is hij weer weg, terug naar Amsterdam.

Daar heeft hij zo zijn redenen voor, legt hij losjes uit op een persconferentie in het Swiss Hotel, dezer dagen de thuisbasis van het Turkse elftal. De zaal zit vol met Turkse en Duitse journalisten, en Hiddink heeft zich dan al een half uur met een grap en een kwinkslag door hun vragen heen gewerkt. „Ik heb een kantoor in Istanbul, Keulen en Amsterdam. Dat is kostenbesparend. Ik wil graag pragmatisch zijn. Dat is ook handiger om spelers vanuit daar te scouten. Ik denk niet alleen aan het nationale team van vandaag. We moeten zien waar het potentieel voor de volgende generaties zit.”

Zie daar de methode Hiddink. Trainer van een nationaal team, zonder echt in dat land te wonen. Hij beproefde die methode ook al toen hij nog in Rusland werkte en parttime Chelsea erbij deed. Deze keer heeft hij nog dwingender redenen. Slechts een deel van de Turkse voetbaltoekomst woont in Turkije. Dit is een land van nomaden. Hiddink volgt de Turkse sporen tot in Nederland, Frankrijk, maar vooral in Duitsland. En daar is haast bij geboden.

Hiddinks assistent-trainer Pierre van Hooijdonk, ex-Feyenoord en ex-Fenerbahçe, legt later in de hotel-lobby uit waarom. „In Duitsland moeten buitenlanders voor hun 21ste kiezen voor hun voetbalnationaliteit, de Turkse of de Duitse. Ik ben ervan overtuigd dat de Turk het liefst voor zijn eigen team speelt. Daar zit zoveel eer en trots. Maar als we te lang wachten, zijn we ze voorgoed kwijt. Daarom zoeken we ze jong.’’

Hiddink kiest voor een lange termijn-strategie. Ook al zijn er voortdurend signalen dat hij de rit met deze selectie niet afmaakt. Dan weer wordt zijn naam genoemd als directeur van Chelsea, dan weer van Ajax. Zelf gaf hij aan te vertrekken als blijkt dat ook het nationale team betrokken blijkt bij de omkoping waarvan een aantal grote Turkse clubs verdacht worden.

Vindt u het wel leuk in Turkije?

„De vraag suggereert dat ik het niet leuk vind. Ik heb hier twintig jaar geleden ook bijna twee jaar [als coach van Fenerbahce] gewerkt. Het land is veranderd. Het goed gaat met deze maatschappij. Maar ik heb te maken met een klein maatschappijtje: voetbal. Ik werk heerlijk met de jongens, maar er zijn veel invloeden in het Turkse voetbal. Door het schandaal is alles wat ondoorzichtig geworden.’’

Wat betekent dat schandaal voor uw selectie?

„We proberen het nationale elftal vlaggenschip te laten zijn van het Turkse clubvoetbal dat schade heeft opgelopen. Een aantal spelers dat niet bij de nationale selectie zit en voorzitters van clubs zijn betrokken. Dat is niet goed voor de naam van het Turkse clubvoetbal. Ik ben ook blij dat bij de federatie waarvoor ik werk niemand betrokken is.”

Betekent het schandaal geen smet op uw goede naam in het buitenland?

„Dat moet je het buitenland vragen. Ik ben natuurlijk niet betrokken. Ik voel ook geen plaatsvervangende schaamte. Ik probeer met mijn team heel fris de zaak te verdedigen binnen en buiten Turkije.”

Waarom is het Turkse spel niet overtuigend onder Hiddink?

„We hebben een wedstrijd verloren een jaartje geleden. Tegen Azerbajdzjan. Voor de rest zijn de resultaten redelijk tot goed. We doen tot het laatst nog mee. Mensen moeten geen wonderen verwachten van Guus Hiddink. Omdat ik links en rechts wat goeds gedaan heb, is het niet zo dat ik ineens met een toverstokje alles kom goedmaken. Dit vereist hard werk, en verandering van de ploeg om nog beter te gaan presteren.”

Kijkt u wel eens in de spiegel met de gedachte: ‘Guus, misschien heb je je beste tijd wel gehad?’

„O ja, zeker. Dat vraag ik me heel goed af. Ik vraag dat ook naar de mensen in mijn directe omgeving. Mensen die kritisch durven te zijn. Tegen hen zeg ik: als de ouwe zich gaat herhalen dan moeten jullie ingrijpen. Dat vraag ik aan mensen die dat tegen mij durven te zeggen.’’

Blijft u?

„Ik maak het af als er perspectief is. Als we ons kwalificeren gaan we kijken hoe we verder gaan. Als we ons niet kwalificeren, moeten we kijken of het nu zin heeft om verder te gaan.

En er zijn nog genoeg mensen die Hiddink willen hebben?

„We kijken wel. Maar ik ben ook de jongste niet meer.’’