Gemeente had liever een Wajonger

Het loonde voor gemeenten mensen uit de bijstand te weren en een uitkering voor jonggehandicapten te geven. Die uitkering betaalt het Rijk. Maar dat gaat veranderen.

De prullebak in. Dat mogen een rits populaire verklaringen voor de explosieve groei van de Wajong-uitkering voor jonge arbeidsongeschikten, als het aan de economen van het Centraal Planbureau ligt. Niet de complexere samenleving, niet de veeleisende arbeidsmarkt en ook niet de snelle groei van het speciaal onderwijs veroorzaakten de verdubbeling van het aantal Wajongers naar 200.000 sinds 1997, schrijft het CPB in het gisteren gepresenteerde rapport Van bijstand naar Wajong.

De Wajong is een volksverzekering voor iedereen die voor zijn zeventiende arbeidsongeschikt is en voor iedere student die voor zijn dertigste arbeidsongeschikt raakt.

Voor de duidelijkheid: de achttienjarigen van tegenwoordig zijn ook niet vaker ziek, stelt het CPB. Ze krijgen wel vaker het label ADHD of licht autistisch. De afgelopen jaren kwamen er vooral veel Wajongers bij met een ontwikkelingsstoornis. De economen hebben weinig op met de manier waarop deze diagnoses worden gesteld, blijkt uit het rapport. „Waar een kind vroeger ‘druk’ of ‘op zichzelf’ was, wordt tegenwoordig vaak de diagnose ADHD of autisme gesteld.” De grens tussen ziek en niet ziek is arbitrair. „Op basis van de gangbare classificaties van psychische aandoeningen voldoet circa 40 procent van de mensen aan de criteria van ten minste één psychische stoornis. Als we zo doorgaan zijn er in 2040 400.000 Wajongers.”

Het CPB wijst een hoofdschuldige aan voor de Wajong-explosie. De gemeenten hebben het gedaan. Door de Wet Werk Bijstand uit 2004 kregen gemeenten een reden om zoveel mogelijk mensen uit de bijstand te weren: geld. Als gemeenten wisten te besparen op de bijstand, mochten ze het geld zelf houden. De wet – ingevoerd door premier Mark Rutte (VVD) toen hij staatssecretaris van het ministerie van Sociale Zaken was – staat sindsdien te boek als een succes. Het aantal mensen met een bijstandsuitkering daalde immers fors.

Het CPB nuanceert dat succes: „Een substantieel deel van de afname in de bijstand is bijgeschreven in de Wajongregisters.” Nu is al jaren bekend dat een deel van de nieuwe Wajongers uit de bijstand komt. Nieuw is dat volgens het CPB het gros van het bijstandsucces te danken is aan de Wajong. „De meeste winst van de bijstandswet” werd behaald via de Wajong. Gemeenten werden efficiënter door de rijksoverheid meer uit te laten geven dus.

Het financiële voordeel is voor gemeenten van korte duur. Vanaf 2013 krijgen de gemeenten het Wajong-probleem weer op hun eigen begroting. Dan voert het kabinet-Rutte de Wet Werken naar Vermogen in. Alleen volledig arbeidsongeschikte jongeren (denk aan zwaar lichamelijk gehandicapten) krijgen dan nog een Wajong-uitkering. Het gros van de Wajongers komt dan weer in de bijstand terecht. Daar krijgen gemeenten uiteraard geld voor van de rijksoverheid, maar volgens gemeenten niet genoeg. Het kabinet wil met de nieuwe wet uiteindelijk 700 miljoen euro besparen.

Hoe groot het financiële probleem is dat de gemeenten door de samenvoeging van de bijstand en de Wajong krijgen, is niet te voorspellen. Gemeenten hebben sinds 2004 vooral succes geboekt door makkelijke oplossingen te kiezen. Mensen die aankloppen voor een uitkering afschrikken door te zeggen dat ze hangertjes kunnen buigen voor hun uitkering bijvoorbeeld. Nu zullen gemeenten meer hun best moeten doen bijstandsgerechtigden aan het werk te krijgen. Ze worden daarbij geholpen door de strenge regels die het kabinet heeft aangekondigd. Zo komt er een toets op het huishoudinkomen. Krijgen andere gezinsleden een uitkering? Dan geen bijstand.

In mei liet Paul de Krom (VVD), staatssecretaris Sociale Zaken, in een brief aan de Tweede Kamer weten dat van de 10.000 Wajongers die jaarlijks op de gemeenten afkomen door de nieuwe wet er 5.000 geen recht op een uitkering zullen hebben.