Een heldin in het Westen, thuis omstreden

De Liberiaanse president Ellen Johnson Sirleaf, een van de Nobelprijswinnaar van dit jaar, is eigen land inmiddels tamelijk omstreden. Een vredesactivist is ze niet.

Zowel Ellen Johnson Sirleaf als Leymah Gbowee, de twee Liberiaanse vrouwen die gisteren de Nobelprijs voor de vrede kregen, zijn mediasterren in het Westen. Johnson Sirleaf omdat ze in 2006 aantrad als eerste democratisch gekozen vrouwelijke president van een Afrikaans land. Gbowee doordat ze een hoofdrol heeft in de veelgeprezen Amerikaanse documentaire Pray the Devil Back to Hell, die de rol van vrouwen in het Liberiaanse vredesoverleg belicht.

Maar dat betekent niet dat Liberianen vooruitstrevender zijn dan andere West-Afrikanen, of dat Liberiaanse vrouwen meer voor hun rechten opkomen dan vrouwen in naburige landen.

De twee hebben weinig gemeen. Gbowee, een sociaal werker, wist in 2003 een grote groep vrouwen te mobiliseren die met luidruchtige bidsessies de onderhandelaars van een vredesakkoord onder druk zetten. Sinds ze een regionaal vrouwennetwerk bestuurt, is ze in Liberia uit het zicht verdwenen. Ze was betrokken bij de waarheids- en verzoeningscommissie, maar daarbij tamelijk onzichtbaar. Ze is inmiddels geen publieke figuur meer, al is haar vrouwengroep nog steeds actief. Ze doet zelf niet meer mee met de bidsessies.

Johnson Sirleaf is in de ogen van de Liberianen in de eerste plaats een vertegenwoordiger van de door corruptieschandalen besmette politieke elite. Een vrouwen- of vredesactivist is ze nooit geweest. Het feit dat ze vrouw is, en zwart, wordt vooral door de buitenlandse media als bijzonder gezien. De Liberianen kozen haar tot president omdat ze integer overkwam, in nauw contact stond met donorinstellingen en aanzienlijk meer bestuurservaring had dan de andere kandidaten. Zelf zei ze in een interview met deze krant: „Ik ben een technocraat die toevallig ook een vrouw is.”

Toch zette Johnson Sirleaf de afgelopen jaren een ongekend hoog aantal vrouwen op prominente posities. De ministeries van Financiën, Buitenlandse Zaken en Handel kregen allemaal een vrouw aan het hoofd, en Liberia maakte goede sier met een vrouwelijke hoofdcommissaris van politie. Ook benoemde ze zeven vrouwen tot ambassadeur van Liberia in het buitenland. Andere minderheden, met name de moslims, voelen zich achtergesteld. Een tijdje klonk de grap dat Liberia een seksistisch land is geworden.

Minder bekend is dat Johnson Sirleaf een zakenimperium heeft opgebouwd en haar broer de portefeuille van Binnenlandse Zaken toeschoof. Het bureau van Nationale Veiligheid, een soort geheime dienst, wordt geleid door haar zoon. In dat opzicht verschilt Johnson Sirleaf niet van andere Afrikaanse politici die geneigd zijn familieleden en vrienden strategische functies te geven.

Liberiaanse vrouwen lopen een grotere kans verkracht te worden dan seksegenoten in omringende landen. Verkrachting gebeurt zo vaak dat billboards in de hoofdstad mannen vragen het niet te doen. Het is de nasleep van de verwoestende burgeroorlog, waarin meisjes stelselmatig ontvoerd werden om als ‘echtgenotes’ van rebellen te dienen. Dankzij Johnson Sirleaf spreekt een speciaal hof zich nu uit over verkrachtingszaken en kan een dader levenslang krijgen. De wet heeft weinig uitgericht: tot dusver zijn vijf daders veroordeeld. Volgens de regering worden iedere maand zo’n honderd vrouwen verkracht.

De toekenning van de Nobelprijs aan Johnson Sirleaf komt op een gevoelig moment. Dinsdag gaan de Liberianen naar de stembus om een nieuwe president te kiezen. Tijdens haar campagne in 2005 beweerde Johnson Sirleaf stellig dat ze maar één ambtstermijn zou aanblijven. Dat ze op die belofte is teruggekomen, heeft tot felle kritiek van de oppositie geleid.

Veel Liberianen zijn teleurgesteld in Ma Ellen. Miljardencontracten met buitenlandse mijnbouwbedrijven hebben maar een handjevol nieuwe banen opgeleverd in een land waar 85 procent van de bevolking werkloos is. Het is dan ook niet zeker dat ze zal winnen. De Nobelprijs onderstreept de kloof tussen haar heroïsche imago in het Westen en haar omstreden reputatie in Liberia, en werpt onbedoeld een schaduw over de verkiezingen. „De oppositie zal woedend zijn”, zegt Titi Ajayi van de denktank International Crisis Group. „Dit wekt de indruk dat de internationale gemeenschap haar kandidatuur bekrachtigt en de uitslag van de verkiezingen als een uitgemaakte zaak beschouwt.”