Een goed gesprek

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: het is allemaal mijn schuld.

„We moeten jullie iets vertellen?” Het is nu ruim twee jaar geleden dat mijn ex en ik deze zin uitspraken tegen onze dochters. We waren op vakantie in Italië. Nog steeds kan ik niet aan dat moment denken zonder misselijk te worden.

Omdat ik op die dag abrupt een einde maakte aan de zorgeloze jeugd van mijn dochters, vond ik dat ik nu – voor straf – samen met hen moest kijken naar Verliefd, Verloofd, Verloren, een documentaire van twee leerlingen van het Montesorri Lyceum Amsterdam over ‘wat scheidingen met kinderen doen’.De documentairemaakster, zelf kind van gescheiden ouders, praat daarin met andere kinderen van gescheiden ouders. En het was mijn verdiende loon dat ik me door hen eens goed de waarheid liet vertellen.

„Ik moet jullie iets laten zien”, zeg ik tegen mijn dochters. We liggen – afgeschminkt en getandenpoetst – in mijn bedstee op de laptop te youtuben. Ik zoek de documentaire op. De voice-over hakt er onmiddellijk in: „Ouders kiezen wel voor hun eigen geluk en belang, maar hoe is het met het belang van het kind?”

De hersens van pubers mogen dan niet volgroeid zijn, en vanwege hun onderontwikkelde prefrontale cortex hebben ze misschien moeite met plannen, risico’s inschatten en impulsen onderdrukken, maar hun hersens zijn duidelijk wel voldoende af om een precisiebombardement uit te voeren op het schuldgevoel van hun ouders.

In beeld verschijnt een meisje van zeventien, ze spuwt de gewraakte woorden van haar ouders uit: „‘We moeten je iets vertellen. Het is niet jouw schuld.’ Zo’n cliché!” Ze is nog steeds boos op haar vader omdat hij haar moeder met een andere vrouw bedroog. Vertrouwen doet ze niemand meer. Als het gezin waarin je leeft van de ene op de andere dag een leugen is gebleken, wie in de wereld kun je dan nog geloven?

Ik kijk voorzichtig opzij. „O ja, mam, voordat ik het vergeet”, zegt mijn oudste dochter, „kun je straks even een spijkerwas draaien?”

Een jongen, type nerd, vertelt dat er thuis, na het vertrek van zijn vader, opeens „hele andere gesprekken werden gevoerd”; zijn moeder praatte nogal simpel met de kinderen. „Ik mis nu denk ik een groot deel van mijn woordenschat.”

Naast mij blaast mijn oudste van verontwaardiging. „Jezus, zijn woordenschat, als dát je probleem is...”

Een meisje van zeventien woont alleen omdat zowel haar vader als haar moeder elders een nieuw gezin gevonden heeft. Ze heeft vaak zorgen of er wel voldoende eten en wc-papier in huis en dat hoort eigenlijk niet, zegt ze. Ze zit immers nog op school. Mijn oudste rekt zich uit. „Heerlijk lijkt me dat: alleen wonen.”

Ik begin een beetje te ontspannen. Zo bont als de ouders van deze kinderen hebben wij het niet gemaakt. Maar hadden we iets anders, iets beter moeten doen? De vraag wordt ook in de documentaire gesteld. „Uh…jullie hadden het misschien ná de vakantie kunnen vertellen”, oppert mijn oudste. Maar verder vindt ze „alles helemaal prima, hoor”.

Mijn jongste heeft al die tijd nog niets gezegd. Maar nu schiet ze haar woorden recht bij me naar binnen. „Ik zou natuurlijk wel willen dat jullie weer bij elkaar waren”, zegt ze, „maar dan gelukkig.”

Mijn prefrontale cortex probeert een angstimpuls te onderdrukken. Zie je wel, ze lijdt en dat is mijn schuld. Omdat ik het niet meer volhield met haar vader, zal ze – net als een meisje in de documentaire – gaan blowen, breezers drinken, spijbelen en zoenen met stomme jongens. Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.

Intussen heeft zij de de laptop naar zich toe getrokken en tikt een nieuwe zoekopdracht in: „Zullen we nu weer fijn babybloopers kijken?”

    • Monique Snoeijen