'Deze Nobelprijs komt precies op het goede moment'

De jongste Nobelprijs voor de Vrede is volgens vrouwen uit islamlanden een erkenning voor hun rol in de Arabische Lente. „Democratie kan alleen slagen als vrouwen er deel van uitmaken.”

Members of the Women in Peacebuilding Program Network (WIPNET) perform a collective prayer on Ocotober 6, 2011 in Moronvia , five days ahead of Liberia's general election as outgoing President Ellen Johnson Sirleaf is the most likely winner of the 2011 Nobel Peace Prize, Norwegian commercial broadcaster TV2 reported, a day ahead of the widely anticipated announcement. Liberia, which holds its second election since the end of successive civil wars between 1989 and 2003, has been ruled since 2006 by Sirleaf, Africa's first elected woman president. AFP PHOTO / ISSOUF SANOGO AFP

De eerste reactie was er een van ontgoocheling: de Arabische Lente heeft het niet gehaald. Esraa Abdel-Fattah en Wael Ghonim, de twee Tahrir-activisten die genomineerd waren voor de Nobelprijs voor de Vrede, konden hun dankwoord in de prullenmand gooien. Maar er was geen ontgoocheling in het chique Kempinski Nile-hotel in Kairo, waar de vrouwenbeweging Karama (waardigheid) vrijdag een conferentie had georganiseerd met tientallen vrouwen uit Libië.

„De Arabische Lente heeft nu ook Oslo bereikt”, zegt Hiqaab Osman, de Somalische voorzitster van Karama, over de keuze voor Tawakul Karman, de 32-jarige Jemenitische activiste. Volgens Osman heeft het Nobelprijscomité de spijker op zijn kop geslagen. „In Egypte, Tunesië en Jemen hebben de vrouwen net zoals de mannen meegedaan aan de revolutie. In Egypte hebben ze hun bloed achtergelaten op het Tahrirplein. Maar in het huidige politieke debat zijn de vrouwen opnieuw onzichtbaar geworden.”

Vooral de uitspraak van de voorzitter van het Nobelprijscomité, Thorbjørn Jagland, valt in goede aarde: „Dit is een signaal naar de Arabische wereld dat democratisering alleen kan slagen als de vrouwen er deel van uitmaken in plaats van dat ze aan de kant worden gezet.” Osman had het zelf niet beter kunnen zeggen. „Er is een tendens om vrouwenrechten te beschouwen als een geval apart. Maar je kan vrouwenrechten niet loskoppelen van mensenrechten. Als het in een land slecht gaat met de vrouwenrechten, dan kan je er donder op zeggen dat het ook slecht gaat met de mensenrechten en de democratie.”

Hoewel ze zelf geen hoofddoek draagt, vindt Osman het ook geweldig dat de prijs naar een vrouw met hoofddoek is gegaan. „Hopelijk gaat dat de vooroordelen wegnemen in de westerse media: een vrouw kan zijn wie ze wil ongeacht wat ze draagt.”

Tawakul Karman droeg vroeger de volledige niqaab die door de meeste Jemenitische vrouwen wordt gedragen. Maar enkele jaren geleden stapte ze, tijdens een conferentie in Washington, over op een gewone hijab. Dat doet denken aan Hoda Sharawy, Egyptes eerste feministe, die in 1923 bij haar terugkeer van een vrouwenconferentie in Rome, triomfantelijk haar hoofddoek afgooide op het station van Kairo. Het verhaal gaat dat tal van vrouwen uit solidariteit meteen hetzelfde deden.

Maar de vergelijking laat ook zien hoe groot het verschil met vroeger is. Bijna negentig jaar na Hoda Sharaway groeien jonge vrouwen in de Arabische wereld op met verhalen van hun moeders over hoeveel beter het vroeger was. „Mijn moeder heeft het altijd over de tijd dat zij zonder problemen ongesluierd en in strakke jeans de straat opging”, zegt Lamaan Buisier (30). „En in minirokjes”, voegt Yusra Tekbali (26) toe.

Vandaag is het al heel gedurfd dat Tekbali en Buisier geen hoofddoek dragen. De twee jonge Libische vrouwen zijn allebei in de Verenigde Staten geboren en hebben besloten dat hun toekomst in Libië ligt. „Als ik nu in Libië over straat loop, gaan mensen ervan uit dat ik een buitenlander ben”, zegt Buisier. „Libië ligt dan wel tussen Tunesië en Egypte in maar we staan op sommige vlakken dichter bij Saoedi-Arabië”, zegt Tekbali.

Zoals veel vrouwen in de Arabische wereld maken ze zich zorgen over de opkomst van moslimfundamentalisten. „Mijn broer heeft donderdag in Tripoli nog een betoging georganiseerd tegen Etilaf. Zij beginnen zich net zo te gedragen als de revolutionaire comités van Gaddafi”, zegt Buisier. Etilaf is een coalitie van moslimfundamentalisten die gebruik maakt van het machtsvacuüm in Tripoli. Zij zou vorige week een fatwa hebben uitgevaardigd tegen autorijden door vrouwen, die vooralsnog genegeerd wordt. „Heel veel vrouwen dachten dat de Arabische lente juist goed zou zijn voor hen maar ze zijn bedrogen uitgekomen”, zegt Tekbali. „Juist daarom komt deze Nobelprijs precies op het goede moment.”

De Egyptische activiste Doaa Abdelaal is minder hoopvol gestemd. Anders dan Hiqaab Osman is Abdelaal niet overtuigd dat vrouwenrechten en democratie hand in hand gaan. „In Egypte hoor je altijd twee dingen over vrouwenrechten: of het is te vroeg om ze ter sprake te brengen, of vrouwenrechten zijn een onderdeel van mensenrechten en democratie en het komt allemaal goed. Ik ben er niet van overtuigd dat onze rechten vanzelf gegarandeerd zullen zijn in een democratie. Kijk maar naar Tunesië onder Ben Ali: daar hadden ze geen democratie maar wel vrouwenrechten.”

Niet dat ze de klok zou willen terugdraaien. „Geef mij maar het Egypte van vandaag, waar alles in twijfel wordt getrokken en over alles wordt gediscussieerd. Maar democratie is best moeilijk. Eerst moesten we alleen tegen het regime vechten, en Mubarak hield het deksel op de salafisten. Nu doen alle lagen van de bevolking zich gelden en moeten we met iedereen rekening houden.”