De opstand van jong tegen oud (en rijk)

De ouderen van nu plunderen de pensioenkassen leeg, terwijl er voor jongeren later weinig overblijft, zeggen de politieke jongerenorganisaties. „Je wordt genaaid waar je bijstaat.”

Er hangt een beetje mei 1968 in de lucht. Een sluimerend generatieconflict tussen de jongeren van nu en de babyboomers die destijds tegen hun eigen ouders protesteerden. Het strijdpunt is misschien wat minder spannend dan de heersende politieke, seksuele of religieuze moraal, maar minstens even controversieel: het pensioenakkoord.

Dat akkoord is „moreel onhoudbaar” stellen de politieke jongerenorganisaties en de onafhankelijke vakbond AVV in een gezamenlijk manifest dat ze vandaag presenteren op de website pensioen-opstand.nl. Mét steun van de jongerenafdelingen van regeringspartij VVD en oppositiepartij PvdA, die het akkoord in de Tweede Kamer aan een meerderheid hielp. Het doel van de campagne is om zo veel mogelijk steun te winnen voor een breed actiefront.

De ouderen plunderen de pensioenfondsen leeg, terwijl straks „weinig tot niets” overblijft voor jongeren, stelt het manifest. Gepensioneerden krijgen nu nog zo’n 85 procent van hun laatste salaris, dertigers en veertigers zouden het straks eerder moeten doen met 55 procent. Sommige pensioenfondsen zouden over twintig jaar leeg kunnen zijn. De solidariteit tussen de generaties staat op het spel.

„Ik ken gepensioneerden die met hun AOW en hun pensioen op een jacht in Portugal of Turkije overwinteren”, vertelt Jan Brand van SGP-jongeren. „Dat gun ik ze best, maar ze moeten ook beseffen dat ze wat moeten inleveren.”

„We worden in een generatieconflict gedwongen. Je wordt gewoon genaaid waar je bij staat”, zegt Maarten Koning van de Jonge Democraten (D66). „Om te beginnen moeten we eerlijk communiceren over het pensioenstelsel”, vindt Rick Jonker van de Jonge Socialisten (PvdA).

Dat klinkt niet best. Maar is het ook waar? Het akkoord moest het pensioenstelsel toch juist betaalbaar houden omdat Nederland vergrijst en we langer leven?

Wat zeker is, is dat onze pensioenen onzekerder worden. Pensioenfondsen mogen straks meer beleggingsrisico’s nemen, omdat ze meer geld nodig hebben. Hoeveel geld ze nu uitkeren en hoeveel geld ze opzij zetten voor latere generaties, mogen ze straks zelf berekenen. Met de winst die ze in de toekomst denken te behalen.

Het gevaar is dat fondsen zich rijk gaan rekenen om de huidige gepensioneerden te ontzien, zegt Martin Pikaart, de voorzitter van het AVV (Alternatief voor Vakbond) die de jongerenorganisaties bijeenbracht. In het boek De Pensioenmythe schetst Pikaart een apocalyptisch scenario. Pensioenfondsen durven hun dreigende tekorten niet onder ogen te zien en blijven volop uitkeren. Vakbonden denken vooral aan hun vergrijsde achterban. Toezichthouder De Nederlandsche Bank slaapt.

Als voorbeeld noemt Pikaart het herstelplan dat Nederlands grootste pensioenfonds, ABP, tijdens de kredietcrisis in 2009 aan de toezichthouder voorlegt. ABP verwacht er weer bovenop te komen door de komende vijftien jaren 6,45 procent beleggingsrendement te behalen. Dat is bijna het dubbele van de gemiddelde winst die in de tien jaren daarvoor werkelijk is behaald.

Ter info: de laatste twee jaar heeft ABP veel meer rendement (20 en 13 procent) behaald. Nu zit het fonds weer diep in het rood. „Pensioenfondsen hebben niet de tucht van de markt of van democratische verantwoording”, zegt Pikaart. „Het is vragen om problemen.”

Meer critici van het pensioenakkoord hebben van zich laten horen. De vier hoogleraren Sweder van Wijnbergen, Jan van de Poel, Theo Kocken en Rick van der Ploeg schreven eerder een opiniestuk in deze krant met de kop Pensioenfondsen uitgehold naar Amerikaans voorbeeld. De Nederlandse Orde van Pensioen Deskundigen waarschuwde deze week in zijn ‘pensioenherfststatement’ dat toekomstige generaties de dupe kunnen worden.

De Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen wil niet reageren voordat het akkoord definitief is, zegt woordvoerder Gert Kloosterboer. „Wij moeten al onze leden evenwichtig dienen. De suggestie dat fondsen zich rijk rekenen ten bate of ten koste van wie dan ook, staat haaks op onze doelstelling.”

Het officiële onderzoek naar de risico’s voor verschillende generaties wordt in februari 2012 verwacht. Dan komt het Centraal Planbureau (CPB) met een rapport in opdracht van minister Henk Kamp (VVD, Sociale Zaken). Er zijn zes CPB’ers op gezet. Computers gaan duizenden langdurige, economische scenario’s doorrekenen, variërend van hoge inflatie tot deflatie en van sterke groei tot krimp.

De voorlopige conclusie van Marcel Lever, programmaleider pensioenen bij het CPB, is: „Het hangt ervan af. Het akkoord is een open raamwerk. Allerlei grote onderdelen moeten nog worden ingevuld.”

Dat klopt. Het pensioenakkoord, waar de sociale partners twee jaar venijnig over hebben onderhandeld, is nog onaf. De Nederlandsche Bank bijvoorbeeld moet eerst het nieuwe zogenoemde financiële toetsingskader vaststellen. Een belangrijk onderdeel daarvan is de minimale en maximale rekenrente die de fondsen mogen gebruiken om te bepalen hoeveel pensioengeld ze nu al moeten reserveren voor jongeren: het beruchte verwachte rendement.

Een andere verandering is dat het pensioen standaard wordt aangepast aan de prijsstijgingen (indexatie). Hoe snel en hoeveel moeten de fondsen zelf nog bepalen, net als hoe snel en hoeveel ze het pensioen gaan verlagen bij verliezen (afstempelen). Ook dit is van grote invloed op de verdeling van het vermogen over generaties. Een fonds dat het pensioen snel verhoogt, houdt later minder over voor de jongeren. Is het fonds juist zuinig, dan is het nadeel voor de huidige ouderen.

Het grote onderzoek van het CPB is deels gebaseerd op de 5.000 economische scenario’s die de Tilburgse hoogleraar Eduard Ponds al door de computer haalde. De conclusie van Ponds, tevens hoofd onderzoek bij pensioenuitvoerder APG, is dat het akkoord „niet zonder meer” generaties bevoordeelt of benadeelt.

Een minder zeker pensioen is nadelig voor de ouderen van nu, maar beter voor jongeren, aldus Ponds. Van rekenen met verwacht rendement profiteren juist ouderen en hebben jongeren nadeel. „Zo vallen de verschillende effecten voor ouderen en jongeren waarschijnlijk tegen elkaar weg”, zegt hij.

Maar een ideaal akkoord is het niet, vindt ook Ponds. De risicoverdeling tussen generaties kan wel degelijk onder druk komen, schreven hij en andere economen onlangs op de debatsite mejudice.nl.

Minister Kamp wil natuurlijk niet de geschiedenis ingaan als de man die de jeugd de voedselbank in dreef. Kort voor het beslissende Kamerdebat van vorige maand zegde hij de Kamer toe een „generatieproof pensioencontract” op te stellen. In de media kreeg het minder aandacht dan het AOW-gat voor bouwvakkers, waar de vakbonden op hamerden.

In een Kamerbrief schrijft Kamp dat hij verwacht dat het gebruik van het verwachte rendement als rekenrente „eerder uitzondering dan regel” zal zijn. „Dat is politiek Haags voor: wij zijn er ook niet helemaal zeker van”, zegt PvdA-Kamerlid Kamerlid Roos Vermeij.

Ook laat Kamp de mogelijkheid open dat de „risicovrije marktrente” gewoon blijft. Dit is de ‘swaprente’ waarmee fondsen nu berekenen hoeveel geld ze opzij moeten zetten voor later. Het is het tarief waarmee op de kapitaalmarkt lange leningen worden afgesloten. Staat die rente heel laag, zoals nu, dan moet het fonds nu meer geld reserveren om later evenveel uit te kunnen keren.

Hoe het pensioenakkoord wordt ingevuld hangt dus deels af van de uitkomst van het CPB-onderzoek in februari, dat wordt begeleid door afgevaardigden van de sociale partners, pensioenfondsen, DNB en drie externe hoogleraren.

„Politiek heb ik hoop op een goede afloop”, zegt Theo Kocken, hoogleraar risicomanagement aan de VU en directeur van adviesbureau Cardano, die minister Kamp deze zomer uitvoerig heeft gewaarschuwd. „Maar totdat de foute rekenmethode van tafel gaat en het akkoord wet wordt, blijft druk hard nodig.”

De politieke jongerenorganisaties staan op achterstand. „Jongeren worden geen lid van vakbonden en demonstreren niet meer op straat”, zegt Eline van Nistelrooij van Dwars (Groenlinks). Pogingen om het CDJA mee te krijgen, zijn mislukt. „We delen de kritiek”, zegt hun voorzitter Arrie Vis: „Maar we willen ons niet profileren als een actiepartij die het Malieveld opgaat.”

    • Eppo König