De NederMattheus zal op mijn grafsteen staan

In zijn solovoorstelling Ik Hou van Jou bezingt zanger, componist en schrijver Jan Rot de zalige liefde. „Ik dacht lang dat gelukkige liedjes niet werkten.”

Ik hou van jou!

„Toen ik trouwde maakte ik een trouw-cd. 18 klassieke werken hertaald tot een liefdesode. Het lied Ja, ik wil! was een bewerking van Duparcs Invitation au voyage op een tekst van Baudelaire. Nu kwam ons tienjarig huwelijk eraan. Dus werd het tijd voor een ‘gelukkig getrouwd’-plaat. Hand in hand op de bank, je meisje vertellen hoeveel je nog van haar houdt. Meestal wordt na drie gelukkige liedjes de scheiding al weer bezongen. Mijn kern: ‘Ik hou van jou is een cliché, tot iemand het tegen je zegt.’ Ik vind het de beste zin uit mijn tekstoeuvre.”

Geluk

„Het lijkt minder noodzakelijk om geluk vast te leggen dan een depressie. ‘Mens, wat hebben we het toch goed’ – niet bepaald een gedachte om naar de piano te snellen. Ik dacht lang dat gelukkige liedjes niet werkten. It’s the truly sad people, who get the most out of life. Zoals een ongelukkige jeugd een goudmijn is voor een schrijver.

„Het idee dat het gras niet meer groener is aan de overkant leek me vroeger maar saai. Daar denk ik nu anders over. Geluk gaat veel dieper. De tevredenheid. Nu ben ik gewoon dankbaar. Ik riep altijd: trouw niet voor je veertig bent. Maar ook dat ik na mijn veertigste weer naar de meisjes zou overstappen. Ik wist dat ik vrouw en kinderen wilde. Ja, ik was vaak verliefd op jongens, maar het bleef nooit. De jongens – die Jan is van de vorige eeuw. Weet ik niks meer van, roep ik nu.”

Dorp

„In 2000 ging alles een andere kant op. Ik was klaar met het zwieren. Toen mijn vrouw Daan zwanger was zijn we weg gegaan uit Amsterdam. Die Reguliersdwarsstraat met zijn homobars, de feestjes, het hoefde van mij niet meer. Een voormalige burgemeesterswoning die veertig jaar leeg heeft gestaan in Ossendrecht, West-Brabant zoek je niet uit. Daar loop je tegenaan in de buurt van mijn schoonouders.

„De rocker van toen heeft hier op het platteland geen imago. Die wilde knaap leefde in de vorige eeuw. Nu wandel ik naar de bakker. Speel met de kinderen in de tuin. Organiseer mijn muziek en tournees vanuit mijn tuinkamer. Dat is genoeg.”

Klassiek

„Dat klassieke liedteksten verre van star en stoffig zijn bewees ik met mijn boek Meesterwerk. Een verzameling topliederen en aria’s uit de klassieke muziek. Dat heeft levendige hertalingen opgeleverd, ja. Maar ik ben er in tien jaar steeds preciezer in geworden. Ik laat me door de muziek leiden. In Brahms’ Ein deutsches Requiem liet ik de Duitse bijbelteksten los. De geest in dit troostrijke werk bleef. Ik prikte foto’s aan mijn muur met ons ontvallen geesten ter inspiratie.

„Mahler is het moeilijkst. Bij elk woord is de klank aangepast. Er is geen componist die zo van de tekst uitgaat als Mahler. Elk lidwoord heeft een functie. Schubert is daar makkelijker in, hij wringt de tekst desnoods op de noten. Terwijl Mahler elk woord duizend keer heeft gewogen. Dus dat moet ik ook doen. Het is de grootste kick om een Residentie Orkest het Lied van de Aarde te horen spelen. Hoor ik: ‘Meneer, ik snap het stuk nu veel beter’.”

Mattheus

„Alsof ik máár wat zou doen. Het gevecht tegen de puristen. Maarten ’t Hart spugend op mijn Mattheus op de televisie. Vréselijk vond hij het. Maar mijn NederMattheus zal genoemd worden op mijn grafsteen. De cd stond op 1 in het paasweekend van 2007. Dat wordt de Ben ik te min in alle necrologieën over mij.

„De brieven van dominees, het leek ze bij voorbaat afschuwelijk. ‘Maar eigenlijk staat het bij u mooier dan in de Bijbel’, was dan toch de conclusie. Het vleugje Jan Rot maakt warmer. Ik vind het mooi als solisten zich bij het koor voegen en de hele kerk gaat staan. Dan voel je een kracht van de mensheid, heel spiritueel.”

Solozanger

„Als popzanger ben ik nooit overladen met succes. Ik had wel zo mijn momenten in de jaren tachtig, maar ik kwam er nooit echt doorheen. Mijn eerste platen zong ik in het Engels. Mijn oude demootjes weer beluisterend, ben ik echt verbijsterd. Wat een schat aan ideeën.

„Jongeren weten nu nauwelijks wie ik ben. Een van de beste NL-albums ooit, zegt Boudewijn de Groot altijd, over Schout bij Nacht (1994). ‘Waar ik ben daar is het niet, maar waar is het dan wel’, vroeg ik mij destijds af. Ik moest dieper gaan van mijzelf en ging naar Ierland in mijn eentje. Fietsen. De rand opzoeken, in een Oscar Wilde-achtig hotel. Afzien voor de kunst.

„Ik denk erover om mijn eerste single Counting Sheep opnieuw op te nemen, nu in het Nederlands. In mei 2012 is het dertig jaar geleden. Ik was 24 jaar en Frits Spits belde mij persoonlijk. Ik was binnengekomen in de top-50. Een balletje in de hitlijst met een cijfer en mijn naam. Een jeugddroom. Alleen, het nummer was te lang. Ik had gewoon twintig seconden uit het middenstuk moeten snoeien. Was het wellicht een grotere hit geworden, want meer gedraaid op de radio.”

Acteren

„Producent Albert Verlinde vroeg me destijds voor de musical Doe Maar. Alleen als ik Nachtzuster mag zingen, zei ik. Men nam aan dat ik wel kon acteren. Dat dacht ik zelf ook. De eerste repetities waren echter rampzalig. Stond ik in de rol van vader Arent in m’n badjas tegenover Daniel Bossevain te stuntelen. Schooltoneel was het. Belachelijk. Ik heb me toen flink kwaad gemaakt. Ineens werd het acteren. ‘Ik moest er doorheen’, stelde men later vast.

„Ach acteren,... Doe Maar werd een onverwachte hitmusical. Maar 198 keer in het theater was genoeg. Een van de dingen waarvan ik nog spijt heb is de film Oeroeg. Hans Hylkema zag in mij de blanke Johan voor zijn film. Ik deed auditie, maar had dat nauwelijks voorbereid. En hoorde er nooit meer iets van.”

Duizendpoot

„Ik kan mijn leven opdelen in fases van een jaar of tien. Eerst de drang om eigen liedjes te schrijven, de popzanger, theater, het hertalen en vertalen van klassieke meesterwerken en popklassiekers. Het zingen met Bill van Dijk, het duo An & Jan, de vertalingen van The Beatles, The Stones, Randy Newman of mijn zwaarste dobber: Cole Porter. Ik ben een duizendpoot, ik moet steeds wat anders.

„Als ik op zolder kijk denk ik vaak aan mijn jonge kinderen. Ik heb alles bewaard, het is een flink Rot-archief, een chaos, wat moeten ze er straks mee? Ik leg nu zoveel mogelijk vast op internet, via Twitter en YouTube. Dat het allemaal toch ergens goed voor is geweest.”

Vader

„Ik zei vader tegen de mijne, hij tegen de zijne. Mijn vier jonge kinderen, dochter Elvis, zonen Rover en Wolf en pas geboren Maantje Piet, noemen mij heel toegewijd ‘vader’. Het p-woord – pappa – is bij ons verboden. Dat weten ze op school nu ook; een pappa is voor de andere mensen. Vader vind ik een mooi woord. Hun moeder is wel hun mama, zo kreeg zij het van huis mee.”

Indonesië

„Ik zou mijn jeugd nog eens willen opschrijven. Alle brieven lezen uit die tijd, een jongetje dat opgroeit in Indonesië, op verlof in Holland popmuziek leert kennen en wil blijven bij radio Veronica. Steeds dat gevoel: ik zit hier op de verkeerde plek.

„Mijn ouders hadden een roeping, mijn vader ging als zendingsarts helpen in de tropen. Het was een kleine zendingsgemeente in Makassar. De moeders gaven les aan de kinderen. De eerste zes jaar dat ze daar woonden was het in Indonesië heel onrustig. De Zwarte Sinterklaas van 1957, de dag dat Soekarno bekendmaakte dat alle Nederlanders weg moesten uit Indonesië. Mijn moeder was in haar laatste maand. Ik ben er nog geboren, kerstnacht in Makassar. We vertrokken naar Arnhem, maar kwamen in 1965 terug. Toen ik naar de middelbare school moest vertrokken we voorgoed.

„Ik ben nog eens teruggegaan voor een reisreportage voor het blad Avenue. Eerst mijn geboortehuis natuurlijk. Maar het deed me niet zo veel. Ik ben vervolgens andere mooie plekken gaan bezoeken. In de sarong de kampong in. En ik sprak nog best goed Indonesisch. Ik bleek meer tropenkind dan ik dacht.”

Speellijst tournee ‘Ik Hou van Jou’: www.janrot.nl