Bij de Belo Montedam hapert groei Brazilië

De bouw van de Belo Monte, een van de grootste stuwdamcomplexen ter wereld, is stilgelegd wegens schade aan de visvangst van Amazone-volkeren. Rond de dam is al een stad ontstaan, waar nu chaos heerst.

Het linkeroog van de 22-jarige João Pinto is opgezwollen. Op zijn onderlip kleeft een bloedkorst. Gevochten of gevallen en te veel gedronken – wat er precies gebeurd is de avond ervoor kan hij zich niet herinneren. Drinken is zo’n beetje het enige wat je ’s avonds in het stadje Altamira kunt doen. „Verder valt hier niets te beleven.”

De ongeletterde Pinto is een Braziliaanse bouwnomade, een stenenlegger die van het ene grote infrastructurele project naar het andere verhuist. Hij is een van de duizenden bouwvakkers die naar Altamira zijn gekomen voor de aanleg van de Belo Monte, het op twee na grootste stuwdammencomplex ter wereld. De dam zal straks de Xingu versperren, een imposante rivier die dwars door het Amazone regenwoud stroomt.

Het miljardenproject is controversieel. De Belo Monte waterkrachtcentrale moet de vraag naar energie stillen van de opkomende economie Brazilië. Maar volgens activisten is het project een gevaar voor de natuur en voor de talrijke indianengemeenschappen die langs de Xingu leven.

Na een klacht van lokale vissers oordeelde een federale rechter vorige week dat het bouwwerk per direct moet worden stilgelegd omdat het de visvangst te veel verstoort.

De lokale autoriteiten van Altamira juichen de uitspraak toe. Alhoewel Altamira het project aanvankelijk steunde in de hoop op economische voorspoed, had de stad vlak voor de rechtelijke uitspraak al gevraagd om volledige stopzetting van de bouw, zij het om een andere reden: de toenemende sociale chaos in het stadje.

In een open brief aan de Braziliaanse president en het parlement schrijft de gemeente dat de toestand in Altamira uit de hand loopt. „De vorige president, Luiz Inacio Lula da Silva, had beloofd [...] dat dit project grote voordelen zou hebben voor Altamira en tien plaatsen rond dit megaproject,” staat er. „Maar wat we tot nu toe hebben gezien zijn pijnlijke problemen: toename van armoede, onveiligheid en sociale chaos.”

Sinds de bouwwerkzaamheden een paar maanden geleden begonnen, werd Altamira, een pioniersstad van 100.000 inwoners in de rimboe, overspoeld door migranten. Als de bouw van de Belo Monte in volle gang is, zijn meer dan 20.000 arbeiders nodig. En daaromheen ontstaan nog 70.000 banen.

De investeringen in de stad die de overheid had toegezegd en die het bouwconsortium grotendeels op zich zou nemen, blijven uit. Waar zijn de nieuwe scholen, extra politieagenten en gezondheidsklinieken?

In de straten zitten gaten, sommige wegen zijn onverhard, restaurants zijn er amper. De twee overheidsziekenhuizen zijn nu al overbelast. De politie laat zich nauwelijks zien.

De instroom van migrantenarbeiders zal een ontwrichtende uitwerking hebben op Altamira, waarschuwt Dhesca, een koepel van mensenrechtenorganisaties.

Dhesca trekt een parallel met de stad Porto Velho, in het westen van Brazilië. Daar werd in 2008 begonnen met de bouw van twee waterkrachtcentrales. Twee jaar later was het aantal moorden toegenomen van 28,6 naar 42,6 per 100.000 inwoners. En het aantal verkrachtingen steeg van 127 in 2007 naar 392 in 2010. De kinderen van de meegekomen families van de 40.000 arbeidsmigranten kregen geen onderwijs. Er waren geen extra scholen gebouwd.

En Porto Velho had dan nog een betere uitgangspositie, omdat het als hoofdstad van de deelstaat Rondônia een relatief goed ontwikkelde infrastructuur had. Dat constateert Antonia Melo, leider van Xingu Vivo, een actiegroep in Altamira die zich verzet tegen de komst van de dam. Melo zegt: „Hier hebben we niets, niet eens riolering. Amper politie.”

In een van de talrijke kledingwinkels van het stadje staat Raimunda Santana (46) achter de kassa. Al negen jaar heeft zij de zaak, waar damesondergoed, bikini’s en spijkershorts verkocht worden. Maar de lol is er een beetje van af.

Vroeger nam ze aan het einde van de dag haar geld in een plastic tas mee naar huis. Nu durft ze dat niet meer. Er is al een collega overvallen. „Met de arbeidsmigranten zijn ook de boeven gekomen, die gelokt werden door de welvaart die ons beloofd is.”

Santana vreest toenemend geweld, vooral tegen vrouwen. „Er is wel politie, maar lang niet genoeg. Ik voel me niet beschermd.”

Bij een benzinepomp hangen João Pinto en enkele van zijn collega’s rond, wachtend op werk. Ze reageren meewarig op de aantijgingen dat migranten als zij Altamira onveilig maken. Kleber Junior, net als Pinto een stenenlegger, zegt: „Wij komen om te werken, niet om vrouwen lastig te vallen. Soms wordt er wel eens te veel gedronken en dan kan er iets fout gaan. Je bent toch ver weg van huis en we zijn ook maar mensen.”