Begaan en begerig reist Erdogan naar Afrika

Hij is geen andere taal machtig dan het Turks. Maar Recep Tayyip Erdogan, kind van een kustwachter aan de Zwarte Zee, geboren in een achterbuurt van Istanbul, heeft de wereld ontdekt.

Na zijn Arabische tour afgelopen maand langs Egypte, Libië en Tunesië, een flitsbezoek aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York en een toespraak in Skopje, dook hij begin deze week op in Zuid-Afrika.

De Turkse kranten wisten er nauwelijks raad mee. Zuid-Afrika is heel ver weg. Ze hebben het hier eigenlijk nooit over dat land. Ze drukten een foto af van de premier zij aan zij met een zwarte man, die niet de president van Zuid-Afrika was, maar diens voorganger met de onuitspreekbare naam Kgalema Motlanthe. Geen woord over het waarom van het bezoek of de vele gelijkenissen tussen Turkije en Zuid-Afrika, als opkomende economische machten die niet langer wachten op Europa of Amerika.

De krantenkoppen meldden alleen wat de premier zei over binnenlandse politiek. De terreur van de Koerden die eens en voor altijd de kop moet worden ingedrukt. Het gevaar van Israël en zijn atoombommen. Een allerlaatste waarschuwing aan de president van buurland Syrië die maar niet ophoudt met schieten op zijn eigen volk.

Er zat wel degelijk nieuws in dat bezoek. De onstuitbare ambities van Turkije om overal voet aan de grond te krijgen. Na de Chinezen veroveren nu ook de Turken het Afrikaanse continent in rap tempo. Hun handel verdrievoudigde in de afgelopen tien jaar. Ze hebben nu 23 ambassades verspreid over het continent, net iets minder dan de Britten. Ze bouwen huizen in Mombasa, bruggen en wegen in Oeganda, zonnepanelen in Ghana.

In de grote steden van Zuid-Afrika wordt al jaren Turks gedoceerd op tal van scholen. En na dit bezoek hoeft een Zuid-Afrikaan op de luchthaven van Istanbul niet meer in de rij voor een visum. Afgeschaft. Europeanen moeten wel in de rij.

Afrika is plotseling in de mode hier. Nog steeds staat de stad vol billboards die oproepen ruim geld te geven voor de hongerenden in Somalië. Erdogan reisde in augustus naar de opvangkampen bij Mogadishu, met vrouw en kinderen. De premier nam broodmagere baby’s in zijn handen en fluisterde ze woordjes in hun oor. In het Turks.

„De internationale gemeenschap kijkt naar het lijden in Somalië alsof het een film is”, sprak hij na zijn bezoek bestraffend de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. „Kinderen gaan dood omdat ze niet eens een stukje brood hebben, geen druppel water. Dit is een schande voor de wereld.”

Toen een bom in een vrachtwagen deze week 72 Somaliërs doodde, evacueerden Turken de zwaarst gewonden naar Turkije. De boodschap: de tijd dat alleen blanke christenen zich schuldig voelen over Afrika is voorbij. Dat de Turken zo grondstoffen hopen te krijgen voor hun dorstige economie, daar doet niemand moeilijk over. Wat dat betreft zijn Turken net Europeanen.

Bram Vermeulen

    • Bram Vermeulen