Apple werd een vriend in huis

Apple is elegant en intuïtief. Alle techniek die achter de producten schuilt gaat, is nagenoeg onzichtbaar. Dat is de echte radicale vernieuwing van Steve Jobs.

Nederland, Amsterdam, 07-10-2011. Herdenking voor de vandaag overleden topman van Apple Steve Jobs op het Leidseplein in Amsterdam op de plek waar wordt gebouwd aan een nieuwe Apple Store. Er werd een foto van Jobs opgehangen met aan weerszijden witte platen waar met condoleances op kon achterlaten. De herdenking was georganisseerd door de Iphoneclub Nederland. Foto: Olivier Middendorp

Na zijn dood wordt Steve Jobs alom geprezen voor de mooie apparaten die hij op de wereld heeft gezet. Maar als die pods en pads allang zijn gerecycled en vervangen door nog glanzender aluminium en glas, zou wel eens kunnen blijken dat zijn betekenis vooral immaterieel was. Want Jobs heeft ons een nieuwe taal geleerd. Zo zijn we de wereld door andere ogen gaan bekijken, ja, anders gaan denken.

Anders leren denken gaat meestal langzaam. In 1901 bracht de Phelps Motor Company een driewielig wagentje op de Amerikaanse markt. Het was bedoeld om koetsjes en lichte boerenwagens voort te trekken en had een motor met een vermogen van tien pk. De bestuurder kon gewoon op de bok van het voortgetrokken rijtuig blijven zitten en bediende de tractor unit met twee teugels. Als je ze vierde, ging het karretje harder, als je ze aantrok remde het af.

Nieuw werd verpakt in vertrouwd. Zo werden de eerste elektronische tekstverwerkers ‘typemachines zonder bewegende delen’ genoemd. En zo heette de eerste pc personal computer om het onderscheid te maken met de enorme rekenmachines voor officieel gebruik die op dat moment de norm waren.

Het zijn geruststellende, maar valse vergelijkingen. De metafoor van het paard miskent het radicale van de vernieuwing. De explosiemotor zou grenzen van tijd en plaats opblazen en oorlogvoering naar een industrieel niveau tillen. De tekstverwerker maakte tekst na duizenden jaren vloeibaar. Denken en schrijven zouden door elkaar gaan lopen. En die personal computer paste niet alleen op een bureau, maar hij zou ook ons leven gaan beheersen.

Het moet haast wel zo zijn dat ik vroeger een paar zinnen eerst in hun geheel bedacht om ze daarna in één keer bijna foutloos te typen. Maar het moment dat ik dat niet meer deed (of kon), kan ik niet aanwijzen. Achteraf is het vaak nauwelijks voorstelbaar dat iets er ooit niet was.

Dat geldt ook voor de ‘muis’ die een ‘cursor’ over je ‘bureaublad’ bestuurt, met ‘iconen’ en ‘menu’s’ met instructies die ‘uitklappen’, en een ‘prullenbak’ voor wat je niet meer nodig hebt. Die hele, radicaal nieuwe beeldtaal – de metaforen die de schakel vormen tussen onze hersens en de bits en bytes – is nog maar een kwart eeuw oud, maar dat we die letterlijk niet meer weg kunnen denken is aan Steve Jobs te danken. Hij introduceerde de muis en de rest bij het grote publiek met de Apple Macintosh, de eerste commercieel succesvolle personal computer die niet langer werkte met de ‘commandoregel’ van Bill Gates waarop je instructies moest typen, maar met een ‘grafische user interface’. Het was totaal nieuw, het leek op niets wat daarvoor bestond en toch begreep je het meteen. Jobs had geen teugels nodig.

Ik was gewend aan MS-DOS, WordPerfect en later, Windows 3.1 en zijn nakomelingen. Ik vond de menu’s en dat prullenbakje van Apple een beetje kinderachtig. Een pc van Microsoft vergde weliswaar voortdurend onderhoud, maar dat geknutsel onder de motorkap, inclusief de blauwe schermen als alles weer eens was vastgelopen, gaf ook wel voldoening, zij het na de fase van de wanhoop.

Maar twee jaar geleden deed ik mijn laatste pc de deur uit en kocht een Apple. De rest van het gezin deed er al jaren fluitend (huis-)werk mee en op de keukentafel zorgde een iBook voor muziek, Scrabble-hints en antwoord op lastige vragen. Je hoort het dezer dagen voortdurend en in alle toonaarden, maar ook voor mij was Apple een huisvriend geworden.

Op de dag dat Steve Jobs stierf, zette The New York Times nog eens alle 371 octrooien waar zijn naam onder staat op een rij. Van die eerste Macintosh uit 1984 tot ‘een model voor het beheren van playlists op verschillende computers tegelijk’. En nu weet ik waarom Jobs van een andere orde was. Bij Windows bleef de techniek altijd zichtbaar. Doordat er altijd wel iets haperde, maar vooral doordat de metaforen van de bediening nooit die vanzelfsprekendheid van Apple kregen. Windows bleef horkerig ogen en voelen. Apple werd elegant en intuïtief. Dat Jobs erin is geslaagd de immense hoeveelheid techniek die dat mogelijk maakte nagenoeg onzichtbaar te laten worden – dat is pas echt radicaal.

    • Hans Steketee