Achterdeur

Juist in de week dat minister Schippers zowat alle hasj van eigen bodem tot harddrug verklaarde, zag ik de Hollandse documentaire Nederwiet. Met de almaar meer bedreigde thuiskweek als aanleiding, geven Maaik Krijgsman en Hans Pool een raak beeld van het huidige Nederland – een land waarin men is teruggekomen van het ideaal van de onbeperkte vrijheid en waar men nu de schadelijke neveneffecten van die vrijheid probeert te beheersen door een overmaat aan regelgeving. Dat leidt tot komische taferelen, zoals in de coffeeshop op de Wallen waar alle losse voorwerpen die cannabisgebruik bevorderen (reclame-aanstekers) verwijderd moeten worden en vaste voorwerpen zoals de prijslijst aan de muur mogen blijven.

Tegelijkertijd hebben Krijgsman en Pool een scherp oog voor de schaduwzijden van de weerbarstige, anarchistische geest die ons land ook nog in zijn greep heeft: de stugge volharding van de thuiskwekers, die hele zolders ombouwen tot plantages, het eindeloze gesjoemel in de illegaliteit van de handel. Want wat aan de voordeur wordt toegestaan is aan de achterdeur immers verboden – coffeeshops mogen verkopen, maar aan coffeeshops mag geen voorraad geleverd worden.

In die spagaat laat het Hollandse onvermogen zich in zijn volle glorie zien. Nederwiet, nog te zien op uitzendinggemist.nl, eindigt met een fenomenale scène waarin een idealistische Friese hasjteler, wiens plantage door de politie geruimd is, voor de rechtbank moet verschijnen. Hoe kunnen de rechters verklaren, vraagt hij retorisch, dat er in Leeuwarden alleen al dertien legale coffeeshops zijn, terwijl hijzelf wordt vervolgd wegens het bezit van hennepplanten? Wie heeft die hasj geleverd? De rechters zitten met hun mond vol tanden – de wet ontbeert iedere logica, maar ze kunnen niet anders doen dan haar uitvoeren.

Die discrepantie, tussen wat er aan de voordeur geregeld en wat er aan de achterdeur gesjoemeld wordt, is een goede metafoor voor wat er in Nederland aan de hand is. Of het nu over asielzoekers gaat, over het ruige leven in achterstandswijken, of over de wonderlijke geschiedenis van de Nederwiet, telkens weer krijg je een schrijnend contrast te zien tussen wat de overheid beoogt en een werkelijkheid die zich bar weinig van al die regels lijkt aan te trekken. Fraaie maakbaarheidsidealen, vertaald naar streng maar rechtvaardige regels, lopen vast in bureaucratie en ambtelijke haarkloverij. Aan de andere kant zie je mensen die stug hun eigen gang gaan. Als het niet goedschiks kan, dan maar burgerlijk ongehoorzaam.

Nederland worstelt met twee tegengestelde tradities. De neiging elke rimpel glad te strijken door almaar meer regels en voorwaarden Aan de andere kant: een anarchistische, op individuele vrijheid gerichte drang. Het opgeheven vingertje en de opgestoken middelvinger.

Die tradities botsen niet alleen, zoals die documentaire laat zien, ze lopen ook op een verwarrende manier in elkaar over. Het onvermogen om de wereld blijvend te beheersen door plannen en regels mag algemeen menselijk zijn, het heeft inmiddels wel heel Hollandse trekjes gekregen.

In de politiek is er nu een anarchistische buitenstaander die voor een door en door gecontroleerde samenleving pleit. Op antiautoritaire wijze wordt een autoritaire samenleving geëist. Uit naam van de vrijheid moet de vrijheid worden ingeperkt. Het Hollandse populisme wil voordeur en achterdeur tegelijk zijn, het is grof opstandig in naam van orde en tucht. Met het revolutionaire elan van de achterdeur wordt voor een steviger, steeds dikkere voordeur gestreden.

Bijna dagelijks wordt er weer een nieuw hangslot aan gehangen.

Je kunt zeggen dat die nieuwe mentaliteit er naar streeft de onmogelijke kronkels tussen voor- en achterdeur recht te trekken. En natuurlijk wordt de onvrede alleen maar groter. Er wordt van alles aangepakt, gereguleerd en ingeperkt – maar er wordt niets opgelost. Dan kan pas als je ook een visie hebt op wat een samenleving is.

Gevraagd wordt een doordacht drugsbeleid. Regel de aanvoer nou eens. Schippers besluit is het zoveelste slot op de voordeur. Aan de achterdeur gaan we onze gang.