8 vragen over Kopenhagen

Designstad Kopenhagen is rustig en braaf. Zie hoe de Denen door de stad varen, kanoën en surfen.

1. Wat gaan we doen?

Naar Brinja. Brinja is een Deense vrouw, ze heeft een winkel en een blog (blog.brinja.dk), dat dagelijks door een hele schare Nederlandse fans wordt bezocht. Brinja schrijft over zichzelf, haar knutselwerk en over haar winkel. Die winkel vind je op Islands Brygge, op de oever van het eiland Amager, dat met bruggen aan de stad verbonden is. Een plek waar je in de zomer overigens goed kunt zwemmen – het zeewater is er schoon genoeg.

De winkel van Brinja is te herkennen aan twee grijze luifels. Binnen wil je alles hebben. Tenminste als je van vintagekleding, bontgekleurd servies en sierraden houdt. Een groot deel van het assortiment is gemaakt door Brinja zelf. Drie dagen per week staat ze achter de toonbank. Vraag haar om tips, als geboren Kopenhaagse weet zij waar je moet zijn.

2. Waar dan?

In ieder geval niet in Strøget, de Kalverstraat van Kopenhagen. Hier vind je precies de winkels die je al kent (van Vero Moda tot Only en InWear).

En ga ook niet naar Christiania. Dit vrijstaatje mag volgens de boeken een enorme aanrader zijn, in werkelijkheid is het een hippiedorp in verval, dat wordt overspoeld door toeristen. Vrij is het er bovendien al lang niet meer. Op iedere straathoek worden bezoekers met de neus op de regels gedrukt: niet rennen, niet fotograferen en niet dealen. Dat laatste doen de bewoners namelijk zelf. Christiania lijkt nog het meest op een enorme coffeeshop.

Mijd dus liever de geijkte bezienswaardigheden en dwaal door de wijken rondom het oude stadshart (Slotsholmen). Bezoek de voormalige arbeiderswijk Vesterbro en het multiculturele Nørrebro.

3. Hoe komen we er?

Op de fiets. Kopenhagen wil graag fietsstad zijn (want groen), en slaagt daar bijzonder goed in. Sinds 1995 is er een witte fietsenplan, en trek je voor 20 kronen (2,70 euro) een fiets uit een rek. Neem vervolgens de fietspaden en blauw gemarkeerde lanen. En houd je net als de Denen strikt aan de regels: helm op en hand in de lucht als je remt.

Fietsers mogen in Kopenhagen bijna overal komen. Zelfs de begraafplaats (Assistens Kirkegård) bezoek je op de fiets. Terwijl je slingert langs het graf van sprookjesschrijver Hans Christian Andersen en filosoof Søren Kierkegaard omzeil je mooi de drukke doorgangsroute richting het noordelijke deel van de stad. En als je er dan toch bent, steek door naar de Jægersborggade, een smalle straat, met goeie kroegen, bijzondere (vintage)winkels en veel kappers.

Nog een fietsvoordeel: Kopenhagen bestaat uit lange, brede wegen. En hoewel 1 op de 5 Denen in de hoofdstad woont, is het op straat relatief rustig. Sommige plekken zijn zelfs ronduit verlaten.

4. Dat klinkt dan weer een beetje saai.

Klopt. Kopenhagen heeft iets aardigs, iets braafs. Maar de hoogtepunten die de stad heeft, zijn juist weer uitzonderlijk geslaagd. En dat heeft dan weer vaak te maken met de Deense liefde voor vormgeving en design. Neem de kroegen: van behang tot stoelen, overal is over nagedacht.

Voor designliefhebbers is het Design Museum Danmark de moeite waard. Een permanente overzichtstentoonstelling in een voormalig ziekenhuis, met een sprookjesachtige binnentuin. Bezoek dan ook het Danish Architecture Centre: tot 23 oktober is er een overzicht te zien van de architectonische veranderingen die Kopenhagen de afgelopen jaren heeft ondergaan.

5. Leuk al dat design, maar is er ook natuur?

Bomen, water, daken. Het wordt hier volop benut. Denen varen, kanoën en surfen zelfs door de stad. Het stikt er van de parken. En nu er een subsidieregeling is voor groendaken, zie je ook die steeds meer in de stad.

Voor de mooiste ervaring pak je de fiets naar de straat Birkegade. Bel aan op nummer 6 en kijk de bewoners lief aan (of maak een afspraak via architectenbureau JDS). Op hun dak ligt sinds kort een park. Je weet niet wat je ziet.

De architecten hebben er een heuvelachtig plekje van gemaakt, met een buitenkeuken, een speelveld en een met gras begroeide bergtop, vanwaar je uitzicht hebt over de hele stad.

6. En dan nu de plek waar (nog) niemand komt.

Ørestad! Op zo’n twintig minuten fietsen van het centrum wordt een gloednieuwe wijk uit de grond gestampt. Maar niet zomaar een wijk. Het lijkt alsof je er door de maquette van een losgeslagen ontwerpbureau fietst. Denk aan groots, kleurrijk en futuristisch. Gebouwen waar de balkons als schuiflaatjes uit schieten, fonteinen die ’s avonds groen oplichten en een appartementencomplex in de vorm van een achtbaan (‘8-Tallet’). Te midden van dat architectonische geweld ligt een stukje echte wildernis: natuurgebied Amager Faelled. Met zompig moeras, vogels en enorme zwarte koeien (Aberdeen Angus). Het lijkt de Veluwe wel.

7. Heeft Kopenhagen ook nog wat ruigs?

Zeker. In en rondom Istegade, een lange, levendige straat in de wijk Vesterbro. Je vindt er graffiti, junks en prostituees. Maar ook een paar goede kledingwinkels (Rude en Donn Ya Doll), traiteurs (Mad Glad, Teteria) én bijzonder ingerichte kroegen, zoals Bang & Jensen, gevestigd in een voormalige apotheek.

8. En als we nog tijd over hebben?

Ga Smørrebrød eten. Een lokale specialiteit; een overdreven belegde Deense boterham. Bijvoorbeeld bij Kanal Cafeen (Frederiksholms Kanal 18). Bekijk de ‘zwarte diamant’, de nieuwe aanbouw van de koninklijke bibliotheek. Hier komen oude en nieuwe architectuur mooi samen. Bezoek Amager Strandpark: 4,5 kilometer strand, waar je kunt zwemmen, varen en kitesurfen. Of neem de de Öresund-brug naar Zweden, en ga een dag winkelen in Malmö.

    • Lineke Nieber