Ze deden allemaal normaal

De Tweede Kamer feliciteerde zichzelf gisteren in de slotfase van de Algemene Financiële Beschouwingen met de manier waarop de verschillende fracties in het tweedaagse debat met elkaar hadden gediscussieerd. Kamerlid Ewout Irrgang (SP) sprak van „een goed maar ook waardig debat”, ook van de kant van het kabinet en de PVV-fractie. Elly Blanksma (CDA) noemde het debat „stijlvol” en gaf daarvoor zowel de regering als het parlement een compliment.

Het kan dus wel, een debat dat het niveau van het schoolplein verre overstijgt, inhoudelijk is en waarin toch de verschillen tussen de diverse politieke partijen manifest worden. Het contrast met de Algemene Politieke Beschouwingen, een week eerder, was groot. Daarvan bleven voornamelijk kreten als ‘doe eens normaal man’, ‘bedrijfspoedel’ en ‘kleuter’ hangen, vooral doordat ze zo onevenredig veel aandacht kregen.

Het financiële debat had bovendien plaats terwijl de crisis in Europa in hoog tempo slachtoffers maakt. Het allerbelangrijkste was dan ook dat de Tweede Kamer gisteravond de uitbreiding van het Europese noodfonds EFSF (van waaruit eurolanden die in de problemen zijn, kunnen worden ondersteund) in meerderheid goedkeurde. Met hun tegenstem markeerden PVV, SP, ChristenUnie en PvdD hun positie in het Europa van 2011.

Maar ook op binnenlands terrein maakte het debat duidelijk waar partijen staan. Er waren typisch linkse ideeën die in moties werden geformuleerd. Een solidariteitsheffing voor inkomens van boven de 150.000 euro om de opbrengst te investeren in onderwijs en onderzoek (PvdA, SP, Groenlinks). Het terugdraaien van een lastenverlichting voor bedrijven (geen afdracht meer aan de Kamers van Koophandel) om het geld te besteden aan cultuur (PvdA). 300 miljoen extra voor het openbaar vervoer ten koste van de aanleg van wegen (D66, SP, PvdA, GroenLinks en PvdD). Handhaving van het lagere btw-tarief bij de renovatie van woningen, te dekken uit een extra verhoogde assurantiebelasting (ChristenUnie, SGP). Enzovoorts. Als gebruikelijk kwamen de meeste moties van oppositiepartijen. Wereldschokkend waren ze niet; maar ze hadden wel genoeg inhoud voor partijen om zich te profileren.

Omineus was een motie van de PvdA waarin zij aankondigde geen extra bezuinigingen van het kabinet te steunen als het niet ook komt met, tot nu toe afgewezen, hervormingen op de woningmarkt, arbeidsmarkt, in het onderwijs en bij de mobiliteit. Als het kabinet zich, gedwongen door verslechterende omstandigheden, genoodzaakt voelt meer om te buigen dan de aangekondigde 18 miljard, zal het aangewezen zijn op steun van gedoogpartner PVV. Dat is een ongemakkelijke positie.