Zand in de machine van de snelle jongens

Europa is verdeeld over de invoering van een belasting op financiële transacties. Critici menen dat politici met deze ‘Tobin-tax’ echte maatregelen uit de weg gaan.

Traders work the floor at the Hong Kong Stock Exchange in Hong Kong on October 6, 2011. Hong Kong shares soared 5.67 percent following a strong performance on Wall Street and on hopes European leaders will agree a plan to resolve the eurozone debt crisis. AFP PHOTO / LAURENT FIEVET AFP

Als de hele wereld een belasting op financiële transacties invoert, dan zal Robin Fransman, belangenbehartiger van de financiële sector in Nederland, niet protesteren. Geen probleem.

Fransman is adjunct-directeur van het Holland Financial Centre, opgericht door financiële instellingen en de overheid met het doel: de financiële sector in Nederland versterken. Zo’n belasting is volgens Fransman „best een interessant experiment”. Misschien helpt de taks speculatie tegen te gaan. Misschien ook niet. Fransman is mild, en dat komt niet doordat hij denkt dat een wereldwijde taks er toch nooit komt. „Boekhoudregels en kapitaaleisen voor banken zijn ook wereldwijd ingevoerd.”

Holland Financial Centre is echter mordicus tegen de plannen van de Europese Commissie om een belasting in de Europese Unie in te voeren, van 0,1 procent op de prijs van aandelen en obligaties en van 0,01 procent op derivaten als opties en termijncontracten. Als de rest van de wereld niet meedoet, verplaatst de handel in effecten zich naar buiten de Unie, denkt Fransman. Dat is voor de economische groei en werkgelegenheid slecht.

De Europese Commissie erkent dit in een studie naar de effecten van de belasting. Dat bedrijven en banken verkassen om de belasting te ontwijken, is een reële mogelijkheid, schrijft de commissie. In het beste geval leidt de taks tot een vermindering van het gezamenlijk bruto binnenlands product met 0,53 procent, in het slechtste verliest de Europese Unie 1,78 procent aan inkomen.

Nog erger voor de Nederlandse financiële sector zou het volgens Fransman zijn als de belasting alleen in de 17 landen van de eurozone ingevoerd zou worden, en niet in de 27 landen van de hele Unie. Eurolanden Frankrijk en Duitsland spelen met die gedachte omdat het Verenigd Koninkrijk (geen euroland, wel lid van de Europese Unie) tot nu toe fel tegenstander van de belasting is. De Britten vrezen dat het financiële centrum in Londen een klap krijgt.

Ook Nederland heeft een grote financiële sector. Fransman: „Als alleen de eurolanden de belasting invoeren, dan verkassen alle treasury-afdelingen van alle Nederlandse multinationals binnen twee weken naar Londen, net als de 1.000 marketmakers op de optiebeurs.” Treasury-afdelingen zijn mini-banken binnen multinationals: ze regelen alle geldstromen. Jan Kees de Jager (CDA), minister van Financiën, zegt eveneens: voer hem wereldwijd in of niet.

Economen verschillen van mening over of wereldwijde invoering een goed idee is. De ene school van economen, onder wie Rick van der Ploeg, zegt: een minieme belasting op elke transactie in aandelen, obligaties en derivaten strooit een klein beetje zand in de supersnelle machine van de financiële markten. De belasting ontmoedigt kortetermijnhandel en stimuleert langetermijnhandel. Het brengt rust, en dat is goed. Dit was precies de redenering van de bedenker van de belasting, de in 2002 overleden Amerikaanse Nobelprijswinnaar, James Tobin.

De andere school economen denkt dat de belasting de beweeglijkheid van koersen op de financiële markten juist vergroot. Handelaren zullen minder vaak kleine transacties uitvoeren, en vaker grote aan- of verkopen doen. Dat leidt tot grotere schommelingen, en meer ruimte voor speculanten.

De ervaring in landen die een belasting op financiële transacties hebben of hadden, is zeer verschillend. In Zweden leidde de belasting (die bestond van 1984 tot 1991) tot vlucht van beleggers en lage handelsvolumes. Het Verenigd Koninkrijk kent sinds 1964 een belasting op aandelentransacties (stamp duty), die weinig effect heeft gehad. De Europese Commissie concludeert in een studie naar de gevolgen van de belasting dan ook: we weten het niet.

Of de belasting zinnig is, hangt af van het doel. Is de belasting bedoeld om de snelle handel (high frequency trading) te ontmoedigen? Of om de financiële sector meer belasting te laten betalen? Ontmoedigen lukt waarschijnlijk veel beter dan meer belasting innen. De snelle handel – 40 procent van alle financiële transacties – is supergevoelig voor kleine belastingheffingen.

De Europese Commissie wil „dat de financiële sector zijn deel van de kosten van de crisis betaalt” en hoopt 55 miljard euro met de belasting op te halen. De opbrengst zou wel eens nul kunnen zijn, omdat de handel verdwijnt. Wie banken wil laten meebetalen aan de crisis, kan dus beter een andere belasting verzinnen – op de winst of de toegevoegde waarde bijvoorbeeld.

Economen als Arnoud Boot vinden de belasting een schijnbeweging van politici die geen échte maatregelen willen nemen om een volgende financiële crisis te voorkomen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het splitsen van banken en hogere kapitaaleisen. Boot gelooft niet in een transactiebelasting. „Het is een averechtse maatregel, die de politiek neemt om aan de achterban te laten zien dat ze niet in slaap zijn gevallen. Je moet populistische maatregelen onderscheiden van fundamentele.”