Wij, Duitsers

D e wedstrijd doet er niet toe, en toch speelt het Nederlands elftal vanavond in een volle Kuip tegen Moldavië. Meer nietige dwergstaat dan voetbalnatie. Laat Oranje morgen voor de lol tegen Brazzaville voetballen en de Kuip zit weer vol. Het lijkt of het rond het Nederlands elftal altijd Koninginnedag is. Voor de spanning kan het niet meer zijn, bondscoach Bert van Marwijk weet niet wat verliezen is. Met of zonder Robben en Sneijder, bij het eindsignaal gaan de armen de lucht in. Op het veld en in het stadion.

Wij, Duitsers.

De huidige voetbalinternationals zijn een generatie zonder sleet. Vooralsnog. Zie Mark van Bommel fladderen. Zie ook hoe vreugdevol hij nu voor de televisiecamera’s staat. Lacherig en stoeiend, bijna. Jarenlang kon er geen lachje af bij de stugge middenvelder. Verder dan een grijns kwam hij niet. Altijd gekweld tussen de ogen. Maar nu een spetter van plezier en hartstocht.

Ik wil niet zeggen dat Oranje aan het lachgas zit, maar het lijkt er soms wel op. In ieder geval heeft het jongensboek zich helemaal geopend. Jong Oranje lijkt me ouwelijker en zorgelijker. Daar is twijfel nog de essentie van het leven. Bij de elite zie je geen spatje twijfel meer. Zelfs de bankzitters houden het gezellig of toch gerieflijk. Ik begrijp wel waarom Ruud van Nistelrooy niet meer geselecteerd wordt.

Gelukkig heeft de bondscoach zo nu en dan nog iets te knorren, en breekt hij in zijn schitterende strijkijzertaal de extase van het eeuwigdurende plechtige communiefeest. Van Marwijk bewaakt met rigide zelfdiscipline het wenkbrauwenspel van de ernst dat aan elke voetbalinterland vooraf hoort te aan. De heren moeten er ook geen cafésport van maken.

Dat laat Bert niet toe.

Rafael van der Vaart vond het nodig om er fijntjes op te wijzen dat er achter Chinese schermen van homogeniteit best wel nog wat egootjes rondlopen in de selectie van Oranje. „Maar we gunnen elkaar het beste.” Oranje als team van het Nieuwe Testament – alle oudtestamentische demonen zijn verbannen. Als voetbal dan toch religie is, kan zo’n rare zin er ook nog bij.

Wat heeft Van Marwijk wat Van Basten, Advocaat en zelfs Hiddink niet hebben? Om te beginnen betere spelers. Niet op pure klasse, wel op basis van een uitgebalanceerd evenwicht tussen arbeid en kapitaal. Extreem talent (Sneijder, Robben, Van der Vaart, Van Persie) is het kapitaal. Daarnaast arbeidsethos te koop met Van Bommel, Kuijt, De Jong en Huntelaar. De truc van de coach is dat hij die quasi levensbeschouwelijke contrapunten met elkaar heeft weten te verbinden zonder hiërarchisch patroon.

Daar heb je een soort charisma voor nodig dat het voetbal overstijgt. Vraag niet aan de bondscoach wat charisma is, want hij stuurt je linea recta naar Bram Peper. En dan sterven per direct alle zwanen in een hoofd.

Bert van Marwijk spreekt een ander soort taal dan de gemiddelde coach. Een taal die behoudsgezind is en tegelijk toch aan de klassieke logica voorbijgaat. Hij heeft het fetisjisme van de weerman en de slimmigheid van boeren. Daarbovenop, tussen alle slagregens door, een pastorale gemoedelijkheid. Roerloos als een standbeeld kan hij luisteren naar het verdriet van een speler met overspelige vrouw.

Een uitvouwbaar mens, anders dan de korte en kortaffe gesprekje met Bert Maalderink suggereren. Nog nooit was er bij Studio Sport een glimp van de mens Van Marwijk te zien. De onzininterviewtjes worden met de dag idioter. En wederzijds beledigender.

Niemand kan Bert sturen, ook Kees Jansma niet.