Wie zijn de vrouwen die de Nobelprijs voor de Vrede krijgen?

De winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede. Van links naar rechts: Tawakkul Karman, Ellen Johnson Sirleaf en Leymah Gbowee. Foto's AFP

Drie voorvechters voor vrouwenrechten uit Liberia en Jemen krijgen de Nobelprijs voor de Vrede. Wie zijn de winnaars?

Ellen Johnson Sirleaf
In een regio van krijgsheren die zich verborgen voor de werkelijkheid, bracht de in 1938 geboren Ellen Johnson-Sirleaf de rede terug, schrijft onze Afrika-correspondent Koert Lindijer vanmiddag in NRC Handelsblad. Ze trad in 2006 in Liberia aan als eerste gekozen vrouwelijke president van Afrika en had een lange carrière bij westerse financiële instellingen achter de rug toen ze in 1997 naar buurland Ivoorkust trok om vandaar de strijd in haar vaderland te leiden. Aanvankelijk steunde ze in 1990 de rebellie van Charles Taylor tegen president Samuel Doe, maar toen Taylor al even moorddadig bleek als Doe, begon ze via burgerorganisaties voor hervorming te werken.

Johnson-Sirleaf leidde de verzoening in het verscheurde Liberia en groeide zo uit tot een vaderfiguur van de natie, schrijft Lindijer:

“Kindsoldaten omarmden haar als Mama Liberia en haar moederfiguur werkte ook ontwapenend op de voormalige militieleiders, die zich van hun uniformen ontdeden en zitting namen in het parlement. Militieleider Prince Johnson bijvoorbeeld, die Samuel Doe voor de camera met messen had laten bewerken, was priester geworden en werd onder Johnson-Sirleaf lid van de Senaat. Met haar hulp werd Taylor uitgeleverd aan het Internationale Sierra Leone-tribunaal in Den Haag om zich te verantwoorden voor oorlogsmisdaden.”

Leymah Gbowee
Voor Leymah Roberta Gbowee is de Nobelprijs voor de Vrede niet haar eerste prijs. Ze kreeg wereldwijde erkenning na het verschijnen van de Amerikaanse documentaire Pray the Devil Back to Hell in 2008, waarin haar rol in het vrouwenprotest tegen de oorlog in Liberia centraal stond. Daarvoor stond ze vaak in de schaduw van Ellen Johnson-Sirleaf. Maar zonder Gbowee was Johnson Sirleaf in 2003 waarschijnlijk nooit de eerste vrouwelijke president op het Afrikaanse continent geworden, schrijft onze Afrika-correspondent Peter Vermaas vanmiddag in NRC Handelsblad.

Vermaas beschrijft op welke manieren Gbowee zich inzette voor de vrouwen van Afrika:

“Vrouwen konden in de waanzinnige machostrijd tussen de zwaar bewapende en vaak gedrogeerde jongemannen in dit deel van Afrika niet stil blijven zitten, concludeerde ze. „Het zijn vrouwen die de zwaarste lasten dragen. Wij zijn het ook die samenlevingen grootbrengen”, zei ze later in een interview. Namens de Women of Liberia Mass Action for Peace, een mede door haar groot gemaakte vredesbeweging, mobiliseerde ze in 2002 een groep vrouwen voor vreedzaam protest. Ze slaagde erin christelijke en islamitische vrouwen samen te brengen. [...] In 2006 hielpen de inmiddels ongeveer 3.000 vrouwen van Gbowee Ellen Johnson-Sirleaf in het zadel. Gbowee zelf probeert sindsdien met haar Women in Peacebuilding Network het voorbeeld van Liberia op andere conflictlanden over te brengen.”

Tawakul Karman
De 32-jarige Jemenitische vrouwenactiviste Tawakul Karman is energiek en populair onder de jeugd. Dat ze vrouw is, maakt Jemenieten op zich niet veel uit, maar het heeft haar wel internationaal op de kaart gezet, schrijft onze correspondent in Jemen Judith Spiegel vanmiddag in NRC Handelsblad. Karman is voorzitter van Vrouwelijke Journalisten zonder Ketenen. Haar activisme is niet nieuw, al jaren is ze een luis in de pels van het 33 jaar oude regime van president Ali Abdullah Saleh. Ook voor de massale volksopstand van dit jaar organiseerde ze geregeld zitdemonstraties waarbij ze aandacht vroeg voor persvrijheid en vrijlating van gevangen genomen journalisten. Ze zat zelf geregeld gevangen, ook aan het begin van de huidige protesten nog.

Onomstreden is Karman echter niet, schrijft Spiegel:

“Karman is prominent lid van de Islahpartij, Jemens belangrijkste oppositiepartij. Die partij is op islamitische leest geschoeid en veel mensen verdenken haar ervan nu op de trom van de vrijheid te slaan om een goede indruk voor de partij te maken. De Islah zou te veel het imago van de Moslimbroederschap hebben en Karman zou naar voren geschoven zijn om dat imago op te poetsen. Anderen beschuldigen Karman ervan mensen de dood in te jagen. Ze zou demonstranten opruien om richting het presidentieel paleis te marcheren en zo steevast tegen kogels van de Republikeinse Garde van het regime aan te lopen.”

    • Pim van den Dool