'Wel erg forse straf voor één schreeuw'

De man die in 2010 de Nationale Dodenherdenking verstoorde met een schreeuw, krijgt 1 jaar celstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. En hij mag 5 jaar niet bij de herdenking zijn.

Uit het vonnis van de rechtbank in Amsterdam: „Door zijn roekeloos gedrag heeft verdachte zich tijdens de Nationale Dodenherdenking schuldig gemaakt aan het veroorzaken van lichamelijk letsel aan de in de bewezenverklaring genoemde personen. Bovendien heeft hij de aldaar aanwezige mensen diep gekwetst door hun moment van stilte en gedenking te verstoren. Tevens is door dit handelen van verdachte bij verschillende slachtoffers angst aangejaagd. [...] Het handelen van verdachte heeft niet alleen gevolgen gehad voor de ter plekke aanwezige mensen, maar draagt ook bij aan de in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid [...] Niet in het voordeel van verdachte telt ten slotte dat hij ervoor gekozen heeft zich niet te verantwoorden ten overstaan van de rechtbank, maar wel in een tweetal informatieve televisieprogramma’s op de dag van de zitting.”

D66-leider Alexander Pechtold: „Schier onvermogen, dat is mijn eerste reactie op deze straf. De rechter was kennelijk niet in staat om er een echte straf van te maken. Hij wilde herhaling voorkomen, maar tegen welke prijs? Ik vrees dat deze meneer de dupe is geworden van alle fuss die er rond zijn schreeuw is ontstaan. Wat ik ook alarmerend vind is dat wij niet meer kunnen omgaan met wat vroeger de dorpsgek werd genoemd. Alles wat afwijkt van het grijze gemiddelde willen wij wegstoppen, terwijl juist die uitersten onze beschaving zo interessant maken. Twintig jaar geleden hadden omstanders heel anders gereageerd: ‘Doe eens normaal man’.

De Damschreeuwer zelf: „Die rechters aan de Parnassusweg zijn hun ambt onwaardig! Schandalig dat dat soort volk de dienst probeert uit te maken. In Nederland zijn er geen onbevooroordeelde rechters. Ik kan mij voorstellen dat mensen projectielen op de rechtbank afvuren [zoals vorige maand aan de Parnassusweg]. Oké, ik heb vier seconden geschreeuwd bij de Dodenherdenking. Maar daarna werd wel een hek omgegooid door een politieman, waardoor het hele zootje in beweging kwam. Waarom is die man niet ondervraagd? Omdat zijn collega’s hem de hand boven het hoofd houden? Ik strijd door, desnoods tot het Europese Hof. En bij de volgende Dodenherdenking ga ik gewoon weer naar de Dam. Niet om te schreeuwen, maar omdat ik een mens met principes ben.”

Kees van Kuijk, stond op de Dam toen het incident plaatsvond: „Ik ben dit jaar gewoon weer naar de Dam gegaan met de Dodenherdenking. Waarom? Omdat ik die schreeuw als de uiting van een idioot beschouw. Dat was ook het eerste wat ik dacht toen ik die menigte op mij af zag galopperen: rustig blijven, laat je niet gek maken. Over de uitspraak van de rechter heb ik gemengde gevoelens. Aan de ene kant denk ik: deze geflipte man heeft pech gehad, hij heeft niet kunnen voorzien dat de gevolgen van zijn daad zó groot zouden zijn. Vergeet niet dat we in Nederland met een hitsig klimaat van doen hebben. Aan de andere kant vind ik het belangrijk dat de rechter een krachtig signaal heeft afgegeven: zulke dingen doe je niet. Dit nóóit weer.”

Theo Hiddema, advocaat van de Damschreeuwer: „De uitspraak heeft mij niet verrast. Ik vind het eigenlijk wel creatief gevonden: een herdenkingsverbod. De rechter ziet een causaal verband tussen die schreeuw en die 87 gewonden. Hij zegt: als die man zijn bek dicht had gehouden was het allemaal niet gebeurd. Dat is een zienswijze, hoewel er natuurlijk na die schreeuw veel meer is gebeurd. Iemand riep ‘een bom’! Er vielen hekken om. Dat leidde tot paniek. Belangrijker is volgens mij de vraag of mijn cliënt had kunnen voorzien wat de gevolgen van zijn onhebbelijke gedrag zouden zijn. En mijn antwoord daarop is: nee, dat had geen méns kunnen voorzien. Het vonnis is in beton gegoten, maar ik heb goede hoop dat het gerechtshof wat menselijker tegen de zaak aankijkt. Heeft mijn cliënt gezegd dat hij door wil tot aan het Europese Hof? Dat klinkt strijdbaar en dat lijkt mij alleen maar goed. Of het realistisch is, is een tweede. Ik geloof niet dat de mensenrechten hier in het geding zijn.”

Een woordvoerder van het Nationaal Comité 4 en 5 mei: „Het ligt niet op ons pad om de uitspraak van een rechter te becommentariëren.”