Sneller dan het licht: was dat iets te snel?

Had CERN de observatie van snelle neutrino’s naar buiten moeten brengen?

Het is een stunt, zegt de ene astronoom. Nee, dit is nou wetenschap, zegt de ander.

Amsterdam. - Neutrino’s reizen sneller dan het licht. Misschien. Als er geen meetfout in het spel is. Dat maakte het Europees centrum voor deeltjesonderzoek, het CERN bij Genève, tien dagen geleden bekend. Het instituut combineerde zo spectaculair nieuws (het fundament onder Einsteins relativiteitstheorie weggeslagen) met een relativerende bijsluiter (help mee om de fout te zoeken).

Een goed idee?

„Ja”, zei woensdag Stan Bentvelsen, hoogleraar deeltjesfysica in Amsterdam en verbonden aan het Nederlands instituut voor deeltjesonderzoek Nikhef. De neutrino-onderzoekers schreven een wetenschappelijk artikel en riepen collega’s op om mee te zoeken naar mogelijke fouten daarin. Ze stelden zich bloot aan kritiek. „Dat is wetenschap.”

„Nee”, vond zijn collega, de Amsterdamse hoogleraar sterrenkunde Ralph Wijers. De onderzoekers hadden twijfels. Daarom hadden ze eerst gewoon op congressen en dergelijke bij collega’s te rade moeten gaan. En als journalisten er lucht van hadden gekregen? Wijers: „Dan hadden ze kunnen zeggen: ja, we hebben iets heel geks gevonden, maar we zijn er zo onzeker over dat we het nog niet definitief naar buiten brengen.”

In de afgeladen hal van de natuurkundefaculteit op het Science Park in Amsterdam discussieerden Wijers en Bentvelsen gisteren met studenten. Tussendoor vertelde Bentvelsen hoe die snelle neutrino’s van Cern naar het ondergrondse meetapparaat in Gran Sasso waren gestuurd. En Wijers besprak de eerdere meting aan neutrino’s uit een verre supernova.

Stel dat de neutrino’s uit die verre sterexplosie even snel reisden als de neutrino’s tussen CERN en Gran Sasso leken te doen. Dan hadden ze vier jaar voorsprong op het licht moeten nemen. En dat deden ze niet.

Dat pleit niet voor de meting van CERN. Wijers is dus bang voor andere motieven: „Het rottige is: we hebben vaker gezien dat grote instituten die geld nodig hadden spectaculaire resultaten naar buiten brachten. Vaak gebeurt zoiets niet lang voor de deadline van fondsenverstrekkers.”

Bentvelsen, onmiddellijk: „Daar geloof ik niks van!” De onderzoekers hebben vier jaar gemeten, betoogde hij. Ze hebben lang naar een fout in de meting gezocht. Een genuanceerd en terughoudend artikel geschreven. Hun oproep was oprecht.

De media, die maakten er een spektakel van. Bentvelsen: „CERN maakte de resultaten met een voorzichtig persbericht bekend. En dat ze diezelfde middag de presentatie van de resultaten via internet uitzonden..., dat doen ze zo vaak.”

Maar: op de website van de financier van het Nederlandse natuurkundig onderzoek, de stichting FOM, prijkt een overzicht van alle tv-uitzendingen waarin neutrino’s figureerden. Bijvoorbeeld. Dan juich je mediaspektakel toch toe? Bentvelsen: „Dat is het samenspel tussen een organisatie als FOM en de media.”

Astronoom Wijers zal zich hoe dan ook niet op de neutrino’s storten. Er zijn andere, interessantere problemen, zei hij desgevraagd. „Ik denk dat het een meetfout is en dat ik beter kan afwachten.” Bentvelsen: „Maar ergens blijft het wel knagen, hè?” Wijers: „Nee hoor, bij mij niet.”

Wijers hoopt vooral dat de neutrino’s duidelijk maken hoezeer wetenschap ook een zaak is van discussie, van vallen en opstaan, van fouten maken en soms ineens weten hoe het wel zit. Dat vinden na afloop enkele studenten ook. „Er gebeurt wat. Iedereen begint erover. Het is leuk dat je eindelijk kunt vertellen over het vak waar je dagelijks mee bezig bent.”