'Publiek moet onze dans snappen'

Het Arnhemse gezelschap Introdans bestaat veertig jaar. Het wil zoveel mogelijk mensen in aanraking brengen met moderne dans. „Je moet intimiteit creëren.”

Na enig nadenken geven ze het op: nee, ze kennen geen ander dansgezelschap waar een van de oprichters na veertig jaar nog steeds deel uitmaakt van de directie. Ton Wiggers (64), voormalig artistiek leider, tegenwoordig algemeen directeur van het jubilerende Introdans, mag zich een unicum in de danswereld noemen. „Zo lang als jij heeft niemand het volgehouden”, zegt Roel Voorintholt (50), sinds 2005 artistiek directeur.

Veertig jaar geleden begon het allemaal bij Wiggers. Letterlijk, in zijn Arnhemse huiskamer. Hij heeft alle stadia met het gezelschap doorlopen, van gymzaal tot galavoorstelling – tegenwoordig vergezelt Introdans koningin Beatrix regelmatig op haar staatsbezoeken.

Voorintholt heeft een soortgelijk traject afgelegd: hij richtte in 1989 Introdans Ensemble voor de Jeugd op. „Daar deed ik aanvankelijk ook alles zelf. Studio schilderen, stoelen klaarzetten, vloer leggen, broodjes smeren.”

Hun diepgaande kennis vormt de basis van het gezelschap, dat de achterliggende veertig jaar eigenlijk maar één doel nastreefde: een zo breed mogelijk publiek in aanraking brengen met dans.

Tegenwoordig gebeurt dat op diverse fronten: met de avondvoorstellingen wordt het volwassenenpubliek bediend, het jeugdensemble danst balletten die geschikt zijn voor een jong publiek en de sectie Introdans Interactie gaat de scholen en de wijkcentra in voor workshops een doe-mee-lessen.

„Schoonheid geven”, noemt Voorintholt zijn motivatie. „Het belangrijkste”, vindt Wiggers, die in het verleden veel inleidingen hield en nagesprekken leidde, „is het gevoel bij de mensen weg te nemen dat ze niet snappen waar het over gaat. Dat ze zich dom voelen. Je moet uit die ivoren toren komen, een soort intimiteit creëren.”

In zijn tijd als artistiek leider presenteerde hij veel werk van onbekende choreografen, om het trouwe Introdanspubliek zoveel mogelijk variatie en nieuwe titels te bieden. Dat ging aanvankelijk, in de eerste negen jaar, nog zonder overheidssteun. Wiggers: „Helemaal niks!” Voorintholt, ironisch: „Hoor ik hier verbittering?”

Wiggers’ opvolger heeft een nieuwe lijn uitgezet en programmeert, naast nieuwe choreografieën van vaste gasten en jongere dansmakers, repertoire van iconen als Hans van Manen, Jirí Kylián, de Amerikaanse Lucinda Childs, William Forsythe en, volgend seizoen, Twyla Tharpe.

Chique keuzes, terwijl het budget nog steeds relatief beperkt is; circa 3,5 miljoen euro voor een gezelschap met totaal zeventig medewerkers. Het geheim van Voorintholt: „Ik doe alles face to face. Met, hoe heet dat, nieuwe media heb ik moeite. Ik begrijp dat we moeten facebooken en twitteren, maar ik wil zitten en praten en zeggen waarom ik het belangrijk vind. Nooit in een e-mail, altijd persoonlijk. En we doen er natuurlijk alles aan om onze buitenlandse gasten zich prettig te laten voelen bij ons. We kunnen het ons eigenlijk niet veroorloven, maar zij vragen hier niet hetzelfde als bij de Parijse opera. Dus we doen wel groot, maar zoveel hebben we niet.”

Het wordt bovendien minder: ook Introdans wordt getroffen door de bezuinigingen en moet met ongeveer een miljoen minder toekomen. Voorintholt richt zich op de positieve kant: „Ik zie het als erkenning dat wij, ondanks bezuinigingen waar wij het helemaal niet mee eens zijn, wel in afgeslankte vorm de basisinfrastructuur mogen blijven.”

Zijn gesprekspartner corrigeert hem, al even optimistisch: „Afgeslankt? Het is 2011, die bezuinigingen gaan in 2013 in. We hebben dus nog ruim een jaar de tijd om dat geld bij elkaar te zoeken.”