Psychopaten en hun slachtoffers

Vertegenwoordigen vooral mensen met een stoornis hoge maatschappelijke posities?

De journalist Jon Ronson deed onderzoek en kwam met zorgelijke conclusies.

Doorgaans geldt: hoe hoger de maatschappelijke positie, hoe groter de verantwoordelijkheden, en hoe meer pijnlijke keuzes er dus moeten worden gemaakt. Zou het dan zo kunnen zijn dat mensen met een natuurlijk gebrek aan empathie daartoe ‘beter’ zijn uitgerust? De Britse journalist Jon Ronson liep al een tijdje met dat vermoeden rond en doet verslag van zijn zoektocht in The Psychopath Test. Ronson – type Louis Theroux, en schrijver van het verfilmde The Men Who Stare at Goats – vraagt zich af of mensen met een psychopathische stoornis een buitenproportionele invloed op de maatschappij uitoefenen. Zijn hypothese was dat mensen met een stoornis stelselmatig oververtegenwoordigd zijn op hoge maatschappelijke posities.

De cijfers die Ronson uit de mond van psychiaters optekent, liegen er niet om. Binnen het vakgebied gaat men ervan uit dat ongeveer 1 procent aan een psychopathische persoonlijkheidsstoornis lijdt, terwijl dat hogerop in de maatschappelijke pikorde ongeveer 4 procent zou zijn.

Niet dat Ronson nu zittende presidenten, kerkelijk leiders of gerespecteerde CEO’s als gevaarlijke psychopaten ontmaskert. Eigenlijk vindt hij in de zakenwereld alleen Al Dunlap, een voormalig directeur van het Amerikaanse bedrijf Sunbeam. Hij stond bekend als een kille saneerder die on a whim zelfs de trouwste werknemer kon ontslaan. Hij leek er zelfs genoegen in te scheppen.

Ronson besluit hem op te zoeken. Tijdens het interview vertelt Dunlap hoe hij ooit een ondergeschikte die enthousiast vertelde over zijn nieuwe auto ontsloeg: „You may have a fancy sports car, but I’ll tell you what you don’t have. A job!”

Tijdens het interview in de kapitale villa van de voormalige topman valt Ronson van de ene in de andere verbazing. Hij ziet zijn vermoedens meteen bij het binnentreden bevestigd: het hele huis staat vol met standbeelden van roofdieren. Wanneer hij zijn bevindingen voorlegt aan David Hare, de geestelijk vader van de ‘Hare Checklist’ waarmee psychopaten kunnen worden ‘opgespoord’, bevestigt deze zijn vermoedens: er lopen nogal wat gekken rond.

Maar meteen daarna slaat de twijfel toe. Ronson vraagt zich af of hij als journalist niet veel te veel gefocust is op dat wat afwijkt van de norm. Is hij door zo actief te speuren naar voorbeelden van waanzin niet blind voor alles wat er normaal is aan iemand als Al Dunlap? Die legt zijn ‘psychopatische kenmerken’ stelselmatig uit als bij uitstek positieve eigenschappen die hem tot zo’n voorbeeldige zakenman maken.

Voor Ronsons twijfel valt zeker wat te zeggen. Maar zijn ‘reis door de waanzinindustrie’, iedere ontmoeting leidt als vanzelf tot een volgende, levert wel een zeer vermakelijk boek op. The Psychopath Test staat bol van de intrigerende verhalen over psychopaten en hun slachtoffers. Het sterkste hoofdstuk gaat over Tony.

Tony wordt op zijn 17de veroordeeld wegens zware mishandeling. Omdat hij weinig trek heeft in de zeven jaar gevangenisstraf die hem boven het hoofd hangt, besluit hij te doen alsof hij gek is. Hij imiteert seriemoordenaars uit bekende films en leest in afwachting van zijn definitieve straf de biografie van seriemoordenaar Ted Bundy. Dat boek blijkt namelijk gewoon in de gevangenisbibliotheek te staan. Zijn opzet slaagt: hij wordt prompt naar Broadmoor gestuurd, de beruchtste Britse instelling voor geestelijk gestoorde criminelen. Wanneer hij zich realiseert wat voor stommiteit hij heeft begaan, verdwijnen zijn symptomen als sneeuw voor de zon. Maar mensen ervan te overtuigen dat je gek bent, blijkt een stuk gemakkelijker dan duidelijk maken dat je geestelijk in orde bent. Twaalf jaar later zijn de meeste artsen het erover eens: Tony heeft geen geestesziekte. Helaas voor hem zijn ze tot de conclusie gekomen dat hij een onbehandelbare persoonlijkheidsstoornis heeft: hij is een psychopaat.

Ronson bezoekt Tony terwijl deze, gesteund door leden van de Scientology-kerk, notoire critici van de psychiatrie, voor zijn vrijlating vecht. De gesprekken met de Scientology-aanhangers zijn tekenend voor Ronsons werkwijze. Omdat hij duidelijk zo onbevooroordeeld mogelijk op onderzoek uit probeert te gaan, maar ook omdat de journalist tijdens de gesprekken constant hardop twijfelt. Het ene moment wil hij iemand als Tony maar al te graag geloven, het volgende vertrouwt hij bijna blind de psychiater die hem vertelt dat Tony zonder enige twijfel een psychopaat is.

De vertwijfeling is gerechtvaardigd. Zolang iemand geen misdaden begaat, is het ontzettend moeilijk in te schatten of iemand gewoon een beetje vreemd is, of levensgevaarlijk. Psychopaten zijn vaak intelligent en ontzettend handig in het maskeren van bijvoorbeeld een gebrek aan inlevingsvermogen. Ze imiteren gedrag of kunnen zeer hartelijk zijn, wanneer ze denken dat ze daarmee iets kunnen bereiken. De perfecte manipulator is tenslotte onzichtbaar.

Tijdens een van de laatste gesprekken vertrouwt Tony Ronson toe: „Weet je wat het is, je moet je realiseren dat iedereen een beetje psychopathisch is. Jij bent het. Ik ben het. Nu ja, ik zeker.” Dat Ronson zelf ook niet helemaal in orde is wordt duidelijk wanneer hij de DSM-IV, waarin alle bekende geestesziekten geïndexeerd zijn, openslaat. Hij diagnosticeert zichzelf met minstens twaalf aandoeningen. Dat psychopathie – en al het andere dat afwijkt van de norm – even angstaanjagend als fascinerend is, is met dit prettig ongestructureerde boek weer bewezen.

Jon Ronson: The Psychopath Test: A Journey Through the Madness Industry Riverhead Books, 275 blz. € 25,99

    • Jan Postma