Paarden horen niet in het park

Parcoursontwerpster Sue Benson zette Boekelo op de kaart als military-stad.

Nu wordt ze bedreigd door buurtbewoners van Greenwich Park.

Military Boekelo PAARDENSPORT-MILITARY-CROSS COUNTRY BOEKELO - Pawel Spisak op Weriusz tijdens cross country bij de Military van Boekelo. foto eric brinkhorst

Ze zou wel wat van de Twentse gemoedelijkheid mee terug naar Londen willen nemen. Of: hoe de bouw van een olympisch paardensportparcours kan leiden tot zware dreigementen.

De ogen van Sue Benson stralen als ze praat over Engelse volbloedpaarden, de vorm van een hindernis of de schoonheid van een hippische terreinproef. Maar de Engelse parcoursontwerpster zucht diep als haar andere baan aan de orde komt: het chique Greenwich Park, volgend jaar tijdens de Olympische Spelen decor van het hippische evenement. „De buurt ligt vreselijk dwars. Echt heel vervelend”, zegt Benson op het terrein van de military in Boekelo, haar „tweede huis”, waar ze al elf jaar het parcours voor de terreinproef ontwerpt.

Hoe anders is de ontvangst in Greenwich Park. „Ik ben heel grof bejegend, ook persoonlijk”, zegt ze over de bewoners in de buurt, die zich verenigden in een actiegroep. „Ze riepen van alles naar me. Paarden horen niet thuis in Londen, het is ons park, wij kunnen straks de hond zes weken lang niet uitlaten.”

Voor Benson, die zelf de internationale eventing-top haalde, maar zich nooit wist te plaatsen voor de Spelen, kwam een droom uit toen ze vijf jaar geleden werd gevraagd voor het hippische parcours van ‘Londen 2012’. De locatie is uniek: het heuvelachtige park met uitzicht op de Thames, Canary Wharf en de Royal Greenwich Observatory, waar de nulmeridiaan doorheen loopt. Vanzelfsprekend springen de paarden volgend jaar over een hindernis die ze van het westelijk op het oostelijk halfrond brengt. „Daar maken we iets speciaals van”, wil ze wel kwijt.

Maar makkelijk gaat het allerminst. De buurt heeft haar werk flink beïnvloed. „Uit historische overwegingen mogen we delen van het park niet gebruiken. Daardoor blijft er een kleine ruimte over. Het is veel moeilijker en frustrerender dan ik had verwacht.”

Zo blijft Greenwich Park tot een maand voor de Spelen, aanvang 27 juli, verboden terrein voor de parcoursbouwers. „We bouwen alle hindernissen nu in ateliers”, zegt Benson. „We gebruiken één natuurlijke hindernis op het terrein: een heg rond een prachtige rozentuin. Maar we springen niet door de rozentuin – dat mag niet.”

Het wordt een zwaar parcours, met veel heuvels. Benson wil wel voorspellen welk paard de beste kansen heeft: „Een Engels volbloedpaard, een stayer met veel uithoudingsvermogen. Die kunnen tegen de heuvels op sprinten. Ze hebben veel grotere longen dan andere paarden. En een groter hart.”

De Military in Boekelo ziet ze als een mooie voorbereiding op de Spelen. „ Ik weet niet hoe de paarden zullen reageren met 60.000 toeschouwers om zich heen. Hier komen altijd veel mensen, ze klappen en juichen. Dat maakt Boekelo zo populair onder ruiters.”

In de bossen en weilanden rond het dorp bouwde ze sinds 2000 gestaag aan een nieuw parcours. Dat was hard nodig ook. „Wat ik aantrof toen ik elf jaar geleden kwam, beviel me niet. Het had eind jaren negentig zijn glans verloren. Je had geen professionele bouwers, de sport was niet groot genoeg in Nederland. Ik heb een bouwer uit Engeland meegenomen. Ik wilde Boekelo weer op de kaart zetten.”

Benson leerde dat Nederland zijn eigen eisen stelt aan de sport, die tien, vijftien jaar geleden regelmatig negatief in het nieuws kwam door zware ongelukken. De military’s werden wereldwijd lichter, niet meer de uithoudingsproeven waar paarden soms volkomen uitgeput aan de finish kwamen.

Benson bouwde in Boekelo volgens een ‘Nederlandse norm’. „Dit is niet de ultieme test”, zegt Benson over haar parcours. „Nederland wil dat niet. Nederlanders houden niet zo van deze sport. Dat heeft te maken met dierenwelzijn. Men wil niet dat het te ruig wordt. Als paarden te vaak struikelen zeggen ze: stop! Men vindt het zielig voor de paarden. Dit parcours heeft daarom de reputatie dat het geschikt is voor jonge, talentvolle paarden. Een opstapje naar het volgende niveau.”

Benson erkent dat de sport risico’s met zich mee brengt, ook al zijn de uithoudingsproeven verdwenen. Maar, zegt ze, paarden doen niet snel dingen die ze niet willen. „We hadden hier vorig jaar een Australisch paard dat gewoon verder galoppeerde toen de ruiter ervanaf was gevallen. Zonder ruiter sprong het over de laatste hindernis. Erg geestig. Veel paarden vinden het heerlijk.”

De laatste jaren heeft ze veel tijd gestopt in de veiligheid. „Er zullen altijd ongelukken gebeuren, omdat het geen risicoloze sport is. Maar we maken het zo veilig als mogelijk. Vergeleken met tien jaar geleden is dit een wandeling door het park voor het paard.”

Benson doet onder meer onderzoek naar de vorm van hindernissen, maar ook hoe paarden ernaar kijken. „Hun ogen zitten aan de zijkant van het hoofd, ze kijken dus heel anders dan wij. Daar houd ik rekening mee met het ontwerpen van een parcours: hoe valt het zonlicht op een hindernis, wat gebeurt er als later op de dag schaduw overheen valt, hoe kun je dat opvangen met bepaalde kleuren of bepaalde vormen? We zijn nooit uitgeleerd.”