Ook de zondaars zijn nu welkom in Londen

Voor het IOC is deelname aan de Spelen geen basisrecht, zeker niet voor sporters met een dopingverleden.

Maar de bestuurders zijn nu hard op de vingers getikt.

Turner Yuri van Gelder en hordeloper Gregory Sedoc kunnen volgend jaar meedoen aan de Olympische Spelen in Londen. Zij zijn de twee Nederlandse sporters die profiteren van de uitspraak van het internationale sporttribunaal CAS, dat gisterochtend de IOC-regel ongeldig verklaarde om een sporter die minimaal zes maanden wegens dopinggebruik is geschorst te weren van de Olympische Spelen.

Van Gelder was een jaar geschorst wegens cocaïnegebruik. Sedoc is tot 22 juni 2012 gestraft, omdat hij drie keer in achttien maanden een vliegende controle had gemist. Hij overtrad daarmee de whereabouts-regel. Sedoc mag een jaar niet in wedstrijden uitkomen.

Na vandaag is zijn kans op uitzending naar ‘Londen’ groot. De atleet voldeed begin dit jaar drie keer aan de limiet. Hij moet in de maand die hem volgend jaar rest één keer vormbehoud tonen door minimaal 13,60 seconden te lopen. Van Gelder kan zich komende week bij de wereldkampioenschappen in Tokio voor de Olympische Spelen kwalificeren. De ringenspecialist moet bij de eerste drie eindigen.

Het CAS was duidelijk in zijn uitspraak. De IOC-regel werd onrechtmatig en onuitvoerbaar genoemd. CAS vindt dat sprake is van een onrechtmatige verlenging van de dopingstraf. De IOC-regel is ook in strijd met dopingcode van het wereldantidopingbureau WADA.

Als een flinke tik op de vingers voor het IOC, zo kan het verbod van het CAS op toepassing van artikel 45 van het olympisch handvest geïnterpreteerd worden. Nu sporters met een uitgezeten dopingstraf van minimaal zes maanden weer toegelaten moeten worden tot de Olympische Spelen is niet de exclusiviteit van het evenement aangetast, maar het IOC te verstaan gegeven dat er grenzen aan de regelgeving zijn. Het IOC staat niet boven de wet.

Al met al is het raar gelopen. In de beslotenheid van het dagelijks bestuur meende het IOC drie jaar geleden, kort voor de Olympische Spelen in Peking, de toelatingseisen voor deelname te moeten verzwaren. Sporters die waren betrapt op doping en ten minste een half jaar waren geschorst zouden niet aan de eerstvolgende Spelen mogen meedoen. Er werd geen ruchtbaarheid aan gegeven; plotseling was de maatregel er. In reglementaire zin bedenkelijk omdat een wijziging van het olympisch handvest door de algemene vergadering, de jaarlijkse Sessie, bekrachtigd moet worden.

IOC-voorzitter Jacques Rogge wierp tegen dat sprake was van een aanvulling op het olympisch handvest. „Je aanvaardt sporters al dan niet op de Olympische Spelen”, zei hij onlangs voor de camera van Studio Sport. „Wij onthouden niemand zijn of haar sportbeoefening. Iedereen mag binnen de eigen sportfederatie aan wedstrijden meedoen als de straf erop zit. Alleen wij nodigen die sporters voor één keer niet uit. Deelname aan de Spelen is geen heilig recht.”

Betrokken sporters ervoeren de maatregel echter als een verlenging van hun dopingstraf. En met hen vele sportjuristen. In die kringen wordt de proportionaliteit van dopingsancties hoe dan ook in twijfel getrokken, laat staan als daar nog eens uitsluiting van de Olympische Spelen bijkomt. Vorsers van het sportrecht zagen ‘artikel 45’ als de moker waarmee het IOC de sportende boosdoener murw wilde slaan.

Nee, riposteerde Rogge, het was geen straf – ‘het IOC straft niet’. De maatregel moest gezien worden als een aanpassing van de toelatingsvoorwaarden. Daarin is het IOC volgens de Belg autonoom. CAS heeft die zelfstandigheid niet weersproken, maar duidelijk gemaakt dat er beperkingen zijn.

De eerste instantie die openlijk kritiek uitte was de Amerikaanse Arbitrage Associatie (AAA). Dat gebeurde bij de beroepszaak van LeShawn Merritt, de olympisch en wereldkampioen op de 400 meter. Hij was gestraft voor, naar eigen zeggen, het gebruik van een penisverlengend middel. Hij zag zijn straf van twee jaar door AAA worden teruggebracht tot 21 maanden.

Maar de arbiters waren vernietigend over ‘artikel 45’. Zij spraken van „een gewetenloze maatregel”. Nadat hij zijn dopingstraf erop had zitten kondigde Merritt juridische acties tegen de IOC-regel aan. Dat voornemen en de afkeuring van de AAA-arbiters zorgde voor onrust bij het het Amerikaans olympisch comité (USOC). Dat vreesde voor tuchtrechtelijke procedures van meer sporters en eventueel claims. Het USOC zag reden om toetsing door het CAS te vragen en na indringende gesprekken kreeg het Amerikaanse olympisch comité het IOC zover dat het sporttribunaal de rechtmatigheid van de regel zou toetsen.

Part of the deal was dat beide partijen zich bij de uitspraak zouden neerleggen. Een vingerwijzing dat het IOC de rechtsgeldigheid van artikel 45 vreesde? Mogelijk, en zag het IOC de overeenkomst met USOC als een charmante manier om een weeffout zonder gezichtsverlies te herstellen.

De uitspraak zou voor Britse sporters met een recent dopingverleden kunnen betekenen dat zij volgend jaar alsnog aan de Spelen in Londen kunnen meedoen. Het Britse olympisch comité hanteert de regel dat een dopingstraf deelname aan de Spelen voorgoed uitsluit. Die ban lijkt na de CAS-uitspraak onhoudbaar. Dat biedt perspectief voor onder anderen sprinter Dwain Chambers en wielrenner David Millar.

De uitspraak van CAS betekent ook een succesje voor NOC*NSF. De Nederlandse sportkoepel was een van de olympische comités die had gereageerd op het verzoek de steun voor één van opvattingen uit te spreken. NOC*NSF deelde de mening van USOC. Niet vanwege de belangen van Yuri van Gelder en Gregory Sedoc, maar volgens een woordvoerder vanuit de overtuiging dat een sporter niet tweemaal voor hetzelfde vergrijp kan worden veroordeeld.