Nog even de kwestie-Peters: ook de wederhelft had recht op wederhoor

Getrouwd met een Kamerlid?Samenwonend? Of in een beginnend stadium van verliefdheid op zo iemand? En maakt u zich zorgen hoe dat nu straks moet, met al die penetrante media-aandacht voor het leven van uw partner? Nieuws is een afspraak tussen journalisten – maar die spreken lang niet altijd hetzelfde af Dan kunt u moed putten

Getrouwd met een Kamerlid?Samenwonend? Of in een beginnend stadium van verliefdheid op zo iemand? En maakt u zich zorgen hoe dat nu straks moet, met al die penetrante media-aandacht voor het leven van uw partner?

Nieuws is een afspraak tussen journalisten – maar die spreken lang niet altijd hetzelfde af

Dan kunt u moed putten uit een recente uitspraak van de Raad voor de Journalistiek. Ook u moet uw zegje kunnen doen wanneer u, als stel, in opspraak raakt.

In een klacht van het Kamerlid Mariko Peters en haar partner Robert Kluijver tegen het weekblad HP/De Tijd oordeelde de Raad afgelopen maandag dat het weekblad ten onrechte haar partner geen wederhoor heeft gevraagd.

Het blad meende dat het kon volstaan met een reactie van alleen Peters, omdat het artikel (Het Kamerlid, de liefde en de ontvoering, 05.08.11) over haar ging. Kluijver werd in het verhaal alleen als ‘Robert’ vermeld.

Nee, zegt de Raad. Ook hij wordt door het artikel geschaad en ook hem moet wederhoor worden verleend. Het paar werd beschuldigd van kinderontvoering: Kluijver als dader, Peters als medeplichtige.

Dat lijkt me terecht. Hoofdredacteur Frank Poorthuis, die het op andere punten hartgrondig oneens is met de uitspraak, erkende op de site van het blad dat het had moeten gebeuren. Tandenknarsend, want Kluijver stond „achter de computer toen Mariko Peters haar minieme weerwoord schreef”. Maar dat doet er dus niet toe.

De uitspraak van de Raad is om meer redenen interessant, ook voor andere media. Daarom nog één keer dit kijkje buiten de deur. Hoe zit het bijvoorbeeld met juridische begrippen in de journalistiek? De Raad merkt op dat „indien een journalist zich baseert op juridische stukken, waaronder vonnissen – die met grote nauwkeurigheid van woordkeuze plegen te worden opgezet – hij bijzonder zorgvuldig dient te zijn bij het in zijn eigen woorden vatten van die stukken.”

Juridisch redacteur Folkert Jensma herkent die waarschuwing: „Dat is een verwijt dat veel juristen aan de journalistiek maken: ‘jullie’ denken dat je juridische termen, oordelen of kwalificaties begrijpen en gaan daar mee op de loop.” Het blad had weliswaar deskundigen geraadpleegd, maar een daarvan trok haar woorden in toen ze het artikel onder ogen kreeg: ze had alleen in algemene zin uitleg gegeven, zei ze, niet over dit geval.

Journalisten moeten ook extra zorgvuldig zijn, aldus de Raad, als hun informatie „afkomstig is van personen die [...] in conflict zijn met klagers, of anderszins belanghebbende zijn”. Daarmee zijn bedoeld de ex-vrouw van Kluijver en zijn moeder, die na zijn echtscheiding met hem overhoop lagen. De auteur van het stuk was op het spoor gezet door Kluijvers moeder.

Daarbij hoort ook: transparantie. Het artikel maakte volgens de Raad niet „op enige wijze duidelijk” dat het vanuit het perspectief van de ex-vrouw was geschreven”.

Op dat punt had NRC Handelsblad het trouwens ook beter kunnen doen, vind ik, want deze krant drukte, in een prominent kader, de tekst van intieme e-mails van Peters aan Kluijver af, zonder erbij te zeggen dat de krant daar niet over beschikte. De bewoordingen waren bevestigd door andere journalisten (en later door Peters, toen die zich liet interviewen). Dat had er wat mij betreft bij moeten staan.

In de zaak-Peters speelden twee beschuldigingen: kinderontvoering (de kinderen van Kluijver uit zijn eerdere huwelijk werden niet op tijd teruggebracht naar de moeder) en mogelijke belangenverstrengeling (Peters adviseerde als diplomate in Kabul over een subsidieaanvraag voor een project van Kluijver). De meeste aandacht van andere media ging uit naar het ambtelijke verwijt, relevant voor een Kamerlid van een partij, GroenLinks, die hamert op integriteit.

Buitenlandse Zaken stelde vast dat Peters de gedragscode voor diplomaten inderdaad had overtreden, al was haar beoordeling van de aanvraag inhoudelijk integer geweest. De Raad oordeelt nu dat HP/De Tijd onvoldoende bewijs had om de andere beschuldiging (waaraan het overgrote deel van het artikel was gewijd) ook hard te maken. Uit de stukken die partijen overlegden kan „in ieder geval worden opgemaakt dat bij de echtscheiding niet het voogdijschap is geregeld”. Een conflict tussen gescheiden ouders dus, maar het strafrechtelijke feit ontvoering is niet „onomstotelijk” bewezen.

Ook de berichtgeving over dit oordeel was interessant.

Die was vrijdag nog gebaseerd op een bericht op de site van HP/De Tijd, want de Raad publiceerde de uitspraak pas op maandag. Partijen krijgen hem eerder toegestuurd.

GroenLinks stuurde een persbericht rond met de kop Klacht Raad voor de Journalistiek gegrond verklaard.

De site van HP/De Tijd meldde juist: Privacy Mariko Peters niet geschaad. Hoofdredacteur Frank Poorthuis was „een beetje verbijsterd”, maar ook „erg blij” dat de Raad vond dat de privacy van Peters niet onevenredig was geschaad: zij is ten slotte een publieke figuur.

Elsevier volgde met dezelfde kop. Ook de site van de Volkskrant hield het op: ‘HP/de Tijd schond privacy Mariko Peters niet’. Nrc.nl meldde: ‘HP/De Tijd had niet genoeg bewijs bij verhaal Mariko Peters’. Dat lijkt me eerlijk gezegd de kern van de zaak.

Nieuws is een afspraak tussen journalisten, heet het. Maar journalisten onderling kunnen heel uiteenlopende afspraken maken.