New York roddelt wat af over de Messias

James Frey: Het laatste testament van de bijbel. Uit het Engels vert. door Mario Molegraaf. Prometheus, 320 blz. € 19,95

Misschien is het James Frey eigenlijk wel heel goed bevallen, de nasleep van zijn als ‘autobiografie’ gepresenteerde roman A Million Little Pieces, over een drankverslaving. Hij ging te biecht bij Oprah en deed boete omdat hij haar had doen geloven in zijn fictie.

Die truc laat zich uiteraard niet herhalen, maar ook met zijn nieuwe boek zoekt Frey weer opzichtig de controverse. Al voor uitkomen van Het laatste testament van de bijbel liet Frey weten dat het in de VS niet bij een reguliere uitgever zou verschijnen: er is een goedkoop e-book en een ‘luxe-editie’, uitgegeven door een galerie. Dit is geen gewone roman, was de boodschap.

In wezen is het dat wél, maar Frey wil dat het boek gezien wordt als een evangelie: het levensverhaal van een teruggekeerde Messias in de gedaante van een New Yorkse biseksueel. Op de achterflap identificeert Frey zich opzichtig met zijn hoofdpersoon: ‘Hij is een leugenaar genoemd. Een oplichter’ maar ook ‘een redder’. Hij is zelfs iemand die ‘vervolgd werd’ door zijn lezers.

De relatie tussen de hoofdpersoon en Frey (met jezusbaardje op de foto) wordt op de achterflap van de Nederlandse vertaling opmerkelijk genoeg geaccentueerd.

Het boek verscheen in de VS op Goede Vrijdag. Dat is leuk bedacht, maar een beetje gênant als groot rumoer over je evangelieroman uitblijft. Voordat je een letter hebt gelezen, ben je geneigd het hele project als mislukt te beschouwen, ook al omdat de Nederlandse verhouding tot het christendom meer relativering toestaat dan de Amerikaanse. Dus, waar zouden wíj ons nu druk om maken.

Maar dat is te streng. Het laatste testament is een onevenwichtige, maar bij vlagen heel aardige roman. Het idee om te onderzoeken wat er gebeurt wanneer de Messias terugkeert op aarde, is niet erg origineel, maar het wordt met plezier uitgevoerd. Hoofdpersoon Ben Jones (volledige naam Zion Avrohom) is het kind van twee overlevenden van de Holocaust. Ben overleeft een gruwelijk ongeluk – staat dus op uit de dood, etcetera. Het boek is rijk aan dat soort grappen: Petrus wordt Peter, een advocaat en een prostituee, Mariaangeles, speelt de rol van Maria Magdalena – allemaal komen ze Ben Jones wel een keer tegen, hoewel het meeste wat we over de vermeende verlosser te weten komen uit de tweede of derde hand is. En dat heeft een komisch effect: de Messias als onderwerp van roddel. In de Bijbel gaat het natuurlijk net zo, ook verhalen over Jezus’ leven zijn via via tot de evangelisten gekomen.

Frey heeft een boodschap: de manier waarop het christendom in hedendaags Amerika wordt ingevuld, zou Jezus met afschuw vervullen – en het misbruik in de Katholieke Kerk, bijvoorbeeld, was toch niet wat Jezus bedoelde toen hij de kinderen tot zich wilde laten komen. Jammer, want op Frey’s visie daarop zit niemand te wachten. Het had van meer lef getuigd als de parallel op de achterflap van Frey als verlosser ook in het boek wat verder was doorgezet. Diens bravoure verdwijnt nu in een stoer geschreven maar per saldo suikerzoete ideeënroman waarvan misschien alleen een paar conservatieve Amerikaanse christenen zullen opkijken.