Het gevecht met de stier

‘Hoe lang zal het duren”, vroeg Ger Groot in 2008, „voordat de moderniteit zelfs de laatste resten tragisch levensgevoel heeft uitgeroeid?” Onder de indruk van de schoonheid van het stierengevecht nam hij in dat jaar enkele lessen in de ‘tauromachie’ – de kunst van het stierendoden. Hij leerde te dansen met de rode lap (muleta), en ondanks zijn stijve filosofenschouders wist hij het dier rond z’n lijf te leiden (veronica). Maar vooral voelde hij het ‘tragisch levensgevoel’ tot uitdrukking komen in de arena. Er is niets dat „haakser staat op de moderne maatschappij (…) dan het stierengevecht”, constateert hij met pijn in het hart. Inderdaad: de corrida kan op algemene afkeuring rekenen onder zich als ‘modern’ en ‘weldenkend’ beschouwende mensen. Toen Catalonië onlangs een verbod op deze eeuwenoude vorm van ritueel slachten invoerde, werd dat in deze kringen dan ook enthousiast onthaald.

Het is een trend: steeds vaker worden traditionele vormen van omgang tussen mens en dier in de ban gedaan. In 2005 werd in Engeland bijvoorbeeld de vossenjacht verboden, en onlangs legde het Nederlandse parlement het ritueel slachten aan banden. Ondertussen zwelt het protest tegen de sportvisserij aan en staan in de partijprogramma’s van Marianne Thieme (PvdD) en Geert Wilders (PVV) voorstellen om plezierjacht te verbieden.

De moderniteit dreigt door te schieten. Humaner, schoner, en waardiger wordt het bestaan niet door stierenvechten, plezierjacht en visserij te verbieden. Sterker, er is veel dat pleit voor al die traditionele vormen van omgang met het dierenrijk. Voor de menselijke maat tegenover de industrie. Voor het erin vervatte inzicht dat leven strijd is en dat elk genot en geluk met een prijs komt; en dat de prijs die wij uiteindelijk allemaal betalen die van de dood is.

Ook zijn er de dubieuze vooroordelen die aan de moderne, ‘verlichte’ opvattingen ten grondslag liggen. Zou een dier dat niet door jacht maar door een ander dier of door ziekte sterft, werkelijk een zachter einde hebben? Zou het beter zijn om dieren door elektrocutie te ‘ruimen’ dan ze in hun natuurlijke omgeving te doden door jacht of gevecht? Zou het werkelijk een gezonde situatie zijn als we in het fraai gemodelleerde kipfiletje nooit meer de levende kip herkennen, en in de schouderkarbonade niet langer het varken?

In hun filosofische klassieker Dialektik der Aufklärung (1947) leggen Max Horkheimer en Theodor Adorno een verband tussen de verschrikkingen van het totalitarisme en het door het Derde Rijk uitgevaardigde verbod op de jacht. Juist wanneer we de natuur volledig uit ons blikveld duwen en een samenleving nastreven waarin het individu zich volledig conformeert aan de rationaliteit, zo stellen zij, wordt de volkomen inhumaniteit mogelijk – tot de gaskamers aan toe. Het was kortom geen toeval dat Hitler veganist was.

Is het denkbaar dat Horkheimer en Adorno gelijk hadden? Dat de waarde van het leven op mysterieuze wijze samenhangt met de aanwezigheid van dierlijkheid, gevaar en dood in ons bestaan? Is het mogelijk dat het comfort, zoals Tocqueville stelde, de menswaardigheid en – uiteindelijk – de vrijheid bedreigt? Schrijvers als Aldous Huxley en Michel Houellebecq deelden in elk geval in deze visie. In hun wereld van de toekomst is de mens van alle gemakken voorzien en ontbreekt het hem aan niets.

Maar precies in die overdaad en luxe schuilt een morele uitholling. En het was dan ook bij uitstek in het stierengevecht, het volkomen tegendeel van dat lege, consumptieve bestaan, dat generaties kunstenaars – van Manet en Picasso tot Hemingway – een visioen van menselijke vrijheid en grandeur aantroffen. Voor deze kunstenaars bracht de confrontatie met het dierenrijk de moderne, van de natuur vervreemde mens iets dat hij lang was kwijtgeraakt.

Zelf bezocht ik verschillende Corridas de Toro, in Pamplona en in Madrid, en volgde op de Spaanse tv-zender TVE de fiesta’s van Valencia en Cordoba. Hoezeer ik ook doodgegooid was met de gebruikelijke verontwaardiging over dit ‘barbaarse gebruik’: al meteen werd ik erdoor betoverd. De ernst en de concentratie die de arena vult; het vernuft van de mens tegen de kracht van het beest; de verering van de tegenstander die uiteindelijk, juist vanwege zijn noblesse, moet sterven. Tijdens de corrida doen verschillen tussen arm en rijk, jong en oud, even niet meer ter zake. Minder dapper dan de torrero, minder edel dan de stier, zijn allen voor korte tijd gelijk in nederigheid.

En ’s avonds, wanneer het grote drama zich heeft ontrold, en het stierenvlees wordt uitgedeeld aan de armen, vullen de barretjes rondom de arena zich en ontspint zich het mediterrane sociale gebeuren. Ook dat is irrationeel; ook daarin komt tragisch levensgevoel tot ontplooiing. En ook dat is verdwenen in de heldere, ‘moderne’ wereld van de toekomst die Huxley en Houellebecq voor ons hebben uitgetekend, en die met dit verbod op het stierengevecht weer een stapje dichterbij is gekomen.