Glimp van het andere

Tomas Tranströmer (80) heeft de 107de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen.

De Zweed krijgt de prijs voor zijn ‘doorschijnende beelden’ waarmee hij ‘nieuwe toegang geeft tot de werkelijkheid’.

Veel spreeuwen verkiezen de stadsparken van Rome boven het omliggende platteland. De foto links is gemaakt op het moment dat een machtige Romeinse zwerm werd opgejaagd door een slechtvalk. De foto leverde de Italiaanse fotograaf Manuel Presti vorige maand de eerste prijs op in de `Wildlife Photographer of the Year 2005 Competition', georganiseerd door de BBC en het Natural History Museum in Londen. Deze en andere bekroonde foto's zijn vanaf aanstaande zondag tot 5 maart van het volgend jaar te zien in het Museon in Den Haag.

Met Tomas Tranströmer (Stockholm, 15 april 1931) heeft de Zweedse Academie niet gekozen voor een dichter die het zichzelf of de lezer gemakkelijk maakt. Niet omdat hij ingewikkeld schrijft of met moeilijke begrippen of duistere beelden werkt, maar omdat hij dicht over datgene wat er is en over dat wat ‘daarachter’ is, of daaronder, of daarnaast.

Tranströmers poëzie beweegt zich tussen twee werelden, die weliswaar met elkaar in verband staan, maar waarvan de ene toch goeddeels onzichtbaar en onbetreedbaar blijft. Het gaat hem om de glimpen van de andere wereld die opgevangen kunnen worden in deze. In zoiets als ‘het geheime roer in trekvogelzwermen’ bijvoorbeeld. Of hij hoort ‘een tremolo van verborgen instrumenten’ die op zou stijgen uit het winterduister. Hij is uit op het betrappen van de dingen die men niet ziet en niet hoort, maar toch ziet en toch hoort en waarover dichters nu eenmaal niet kunnen zwijgen.

Tranströmer is in zekere zin een archetypische Zweedse schrijver, namelijk een die zich nogal eens laat inspireren door de natuur. Daar wordt, voor wie er gevoelig voor is, iets zichtbaar van het andere, zonder dat Tranströmer probeert uit te leggen wat dat andere dan is. Hij toont, hij beschrijft, maar hij interpreteert de natuurindrukken niet precies. Hij is daarin verwant met de Nederlandse dichter Chr.J. van Geel, ook een dichter die door eindeloos naar de natuur te kijken en op te schrijven wat hij zag de wereld vulde met betekenis. Tranströmer schrijft zelfs ergens dat, wie goed luistert, in deze wereld ‘de bonkende vuisten van de opgesloten eeuwigheid’ kan horen. Er is iets, maar het is ‘geheim’, ‘verborgen’.

Het werk van Tomas Tranströmer was al lange tijd in Nederland bekend dankzij de inspanningen van de dichter en schrijver Bernlef. In 1993 verscheen in zijn vertaling Tranströmers complete oeuvre in het Nederlands, onder de titel Het wilde plein. Al eerder vertaalde hij drie afzonderlijke bundels van Tranströmer.

Bernlef maakte, zoals hij zelf schreef, in 1979 kennis met het werk van Tranströmer doordat een vriend hem de bundel Dikter cadeau deed. Bernlef in zijn inleiding bij enkele vertaalde gedichten: ‘Het was alsof ik deze gedichten al eens gelezen had, als in een déja vu, alsof zij al ergens in mij bestonden en het lezen hen naar buiten bracht. Dit was het begin van wat je een „kannibalistisch proces” zou kunnen noemen. Natuurlijk had ik die gedichten zelf moeten schrijven! Maar Tranströmer had dat al gedaan. Het enige wat ik aan deze deplorabele toestand kon doen was deze gedichten in het Nederlands vertalen.’

In het door Bernlef vertaalde gedicht ‘Het paar’ (uit de bundel Den halvfärdiga himlen (‘De halfklare hemel’, 1962) beschrijft Tranströmer hoe twee geliefden zich in een hotelbed te slapen leggen:

Zij knippen de lamp uit en de witte kap

glinstert een ogenblik voordat hij oplost

als een tablet in een glas duisternis. En dan opstijgt.

De hotelmuren rijzen het hemelduister tegemoet.

[...]Het is donker en stil. Maar de stad is vannacht

opgerukt. Met gedoofde ramen. De huizen kwamen.

Heel dichtbij staan zij opeengepakt te wachten,

een volksmassa met uitdrukkingsloze gezichten.

Tranströmer is behalve dichter ook psycholoog en was werkzaam bij het Zweedse arbeidsbureau. Zijn werk is over de hele wereld vertaald en bekroond met diverse nationale en internationale prijzen. De dichter was menigmaal te gast op allerlei poëziefestivals, onder meer op Poetry International.

Tranströmer is wel een ‘christelijk dichter’ genoemd, onder meer door zijn collega Lars Gustafsson, maar op dat etiket is hij zelf niet zo gesteld. ,,Religie is een levensdimensie waar je niet zonder kunt”, zei hij. In zijn werk brengt hij een hommage aan ‘het grote onbekende waar ik deel van / uitmaak en dat zeker belangrijker is dan ikzelf.’

Bekijk alle winnaars op nobelprize.org/nobel_prizes

    • Marjoleine de Vos