...en de makelaar zit ermee

Niemand weet wat een nieuwe crisis met de huizenprijzen gaat doen.

Kopers en verkopers staan als ezels tegenover elkaar. „Je moet de praat erin houden.”

De bezichtigingen in de Burggravenlaan, een van de beste wijken van Leiden, doet Robert de Jong tegenwoordig in een Fiat Punto. Hij draait er dan ook niet omheen. „Bij alle makelaars moet er nu geld bij. Ook bij mij”, zegt hij ’s ochtends vroeg in zijn kantoor aan het Levendaal, tegen het centrum van de stad.

De Jong heeft de tijd niet mee gehad. Na 35 jaar in dienst bij diverse makelaarskantoren in Leiden en Den Haag begon hij vijf jaar geleden voor zichzelf. In het begin ging het best aardig, maar in 2008, tijdens de eerste economische crisis, kwam de klad er al snel in.

Van personeel aannemen is het nooit gekomen. Keurig in pak, met het haar netjes in de zijscheiding en de snor goed verzorgd, zit De Jong zes dagen per week moederziel alleen in zijn kantoor. Als bijna iedereen nog ligt te slapen, bekijkt hij ’s ochtends thuis in Den Haag al of er in de taxatieformulieren geen foutjes zijn geslopen. Als hij daarmee klaar is, stapt hij in zijn auto, zodat hij stipt om half acht achter zijn bureau zit. Alleen met hele lange werkdagen, vaak ook in het weekend, houdt De Jong zich staande.

Zo stak hij veel tijd in een nieuwe website, die ook op de mobiele telefoon goed te bekijken is. Om zich te onderscheiden van de concurrentie verdiepte hij zich ook in qr-codes. Paartjes die op zondag een blokje om gaan, vinden op het makelaarsbord en de brievenbus van de woningen die hij aanbiedt een zwart-wit vierkantje met een wirwar aan streepjes en blokjes erin. Als ze die code met hun smartphone scannen, komen ze direct op zijn site terecht. Zo kunnen ze vanaf de straat via de foto’s op hun telefoon het interieur bekijken.

De Jong is dan ook vastbesloten om aan zijn 35-jarige carrière in de makelaardij nog jaren toe te voegen. „Her en der in Leiden en omstreken gaan kantoren failliet”, zegt hij. „Of van de acht vestigingen blijven er maar drie open.” Die grote kantoren hebben dan vaak nog honderden woningen in de verkoop, maar bijna geen personeel meer in dienst. Een verkeerde aanpak in de huidige markt, vindt De Jong. „Je moet nu juist heel veel tijd in je klanten steken, want de meesten zijn ontzettend gejaagd. Rustig met ze praten, veel rust uitstralen, anders durven ze niet meer.”

Door alle economische onheilstijdingen zit de angst onder starters en woningbezitters die willen verhuizen er goed in. Niemand weet wat een nieuwe crisis met de prijzen gaat doen. Koper en verkoper staan dan ook vaak „als ezels tegenover elkaar”. De Jong moet veel masseren om verkopers ervan te overtuigen dat ze hun prijs moeten laten zakken. Kopers vertelt hij dat ze met een redelijk bod moeten komen om de verkoper niet gelijk op stang te jagen. „Soms halen ze het bloed onder je nagels vandaan hoor.” Maar De Jong heeft nog steeds liefde voor het vak. „Je moet de praat erin houden hè, anders vergrendel je het gesprek.”

Met al zijn ervaring weet hij naar eigen zeggen nog regelmatig een koopcontract te laten tekenen. Maar niet vaak genoeg om uit de kosten te komen. „Er hoeft gelukkig niet veel bij, want ik heb geen personeel.” Maar alle makelaars moeten volgens De Jong over eigen geld beschikken of met leningen van de bank op de been worden gehouden. „Door mijn reserves zing ik het nog wel even uit, maar dat moet natuurlijk niet te lang duren. Het is nu kijken wie er de langste adem heeft. Degenen die overblijven, kunnen de schade hopelijk later weer inhalen.”

Met de verlaging van de overdrachtsbelasting in juli gloorde er weer even hoop. „Maar een week later ging de hypotheekrente al omhoog. De strengere hypotheeknormen die de banken een maand later gingen hanteren deden de rest. De Rabobank wijst de ene na de andere financiering af.” Maar niet alleen vanwege die strengere normen, denkt De Jong. ,,Ze hebben gewoon geen geld meer. Maar dat zeggen ze er niet bij.”

De Belgisch-Franse bank Dexia die door alle onrust op de financiële markten wederom in grote problemen is gekomen, sterkt De Jong in zijn vermoedens. Hijzelf kan alleen maar afwachten en keihard werken. Aanstaande zaterdag bijvoorbeeld als het in Leiden openhuizendag is.

Er komt tijdens het gesprek ‘s ochtends toch weer een telefoontje binnen voor een woning aan de Burggravenlaan, dus wie weet. „Ondanks het donkere weer vandaag wel veel lichtinval, zie je”, zo prijst hij later op de ochtend in de hal van het vierkamerappartement onvermoeibaar zijn waar aan bij de journalist.