Einde van i

Een zanger kan een volksheld worden. Een sporter ook. Staatslieden zijn niet kansloos. Maar de ceo van een ict-bedrijf? Wat de dood van Steve Jobs teweeg heeft gebracht, grenst aan het ongelooflijke, meent Ilja Leonard Pfeijffer. Maar de online-rouwbetuiging die nu plaatsvindt is er toch vooral om je eigen imago aan te scherpen, schrijft Marina Lacroix.

Het duurde even, toch zeker veertig seconden, voordat ik deze ochtend wijs kon worden uit de massa updates in mijn Twitterstream en Facebookfeed. ‘iSad’, een plaatje van een appel met een hoofdvormige hap eruit, een geschiedenisleraar die zijn lessen over de industriële revolutie gaat omgooien om het over Steve Jobs te hebben. Aha! De grote man van Apple is niet meer onder ons!

Mijn vrienden- en kennissenkring kwam en masse virtueel bijeen om publiekelijk diep geraakt te zijn. Zelfs degenen die normaal nooit digitaal van zich laten horen, stuurden rouwberichten rond. De stroom hartekreten was des te opvallender, omdat de man die esthetiek, een bedrijfsmodel en gebruiksgemak introduceerde in wat welbeschouwd luxe technologieën zijn (30 procent van de EU-burgers heeft thuis geen toegang tot internet) niet de enige is die deze week overleed. De dood van Wangari Maathai (Nobellaureaat voor de vrede) en Wilson Greatbach (uitvinder van de pacemaker) gingen geruisloos aan het digitale universum en zijn jonge, goed opgeleide bewoners voorbij.

Hoewel de dood van publieke figuren confronterend kan zijn, dient de online rouwbetuiging – zoals alles online – er vooral toe jouw eigen imago aan te scherpen. In minder dan 140 tekens associeer je jezelf toch even met deze Belangrijke Persoon. Er op tijd bij zijn om op het nieuws te reageren laat bovendien zien dat jij begrijpt welk nieuwsvisje uit de grote nieuwsvijver werkelijk van belang is. En zo’n subtiel ‘iSad’ maakt onomstotelijk duidelijk dat je Jobs’ bijdrage aan de wereld op waarde weet te schatten.

Jobs ist tot. Alsof we zonder zijn innovatieve brein acuut stuurloos zijn in de moderne wereld. Alsof de iPods, -Pads en -Phones zonder hun schepper zacht piepend voor altijd inslapen in hun dure hoesjes. Waarom lamenteren we niet (ook) om het luidst bij het verlies van degenen die, zoals Maathai of Greatbach, universele waarden als gezondheid, vrijheid en waardigheid van de mens rechtstreeks hebben bevorderd door hun sterkte van karakter en scherpte van geest? Als Facebook dan toch ingezet wordt om onze imago’s te bouwen, is ons imago wat onszelf betreft dan werkelijk meer gediend bij goede smaak dan bij de openlijke waardering van medemenselijkheid?

Kennelijk wel. En eigenlijk is dat geen verrassing: als er een boodschap was die Jobs niet naliet te verspreiden, was het dat jouw persoon uniek is, dat je niet te veel naar anderen moet luisteren en moet worden wie je bent. Dus hebben we onze handen vol aan onszelf: in de ene hand houden we onze iPhone, met de andere aaien we ons ego. En voor de belangen van de rest van de wereld is, de term ‘sociale’ media ten spijt, wat minder plek. Onze liefde voor gadgets als smartphones en tablets zorgt ervoor dat we meer, in plaats van steeds minder, energie gaan gebruiken, ten koste van toekomstige generaties. We leggen ons werk per direct neer om het lot van Amy Winehouse te bespreken, maar weten pas weken later van het ongeluk van de moeder van een vriend dat niet in onze timeline verscheen. We pluggen schaamteloos ons eigen werk op zoek naar applaus, in plaats van de goede werken van anderen te versterken.

Het overlijden van Jobs is tragisch, maar zou dit niet een nieuw tijdperk in kunnen luiden, waarin ‘ik’ weer persoonlijk voornaamwoord is, in plaats van prefix om je individualiteit te benadrukken? Ruim baan voor de volgende onvoorstelbare innovatie, waarbij vorm en functie op magische wijze samenvallen: het verdwijnen van het voorvoegsel ‘i’.

Marina Lacroix is politocologe en speechschrijver in Brussel.