Een knuppel onder de toonbank, dat mag

Winkeliers hebben sinds dit jaar meer vrijheid om bij een overval van zich af te slaan. Veel ondernemers hebben al een slagwapen in huis. „Voor het geval dat.”

06-10-2011, Rotterdam. Wapens in winkels ter zelfverdediging. Foto Bas Czerwinski

Nee, die hakbijl heeft hij niet nodig bij het bewerken van glas. Marcel Hergt van Glashandel Zuid in Rotterdam trekt een grimas. „Die bijl heb ik hier neergezet voor het geval er iets geks gebeurt in de winkel.”

In Rotterdam-Zuid worden veel overvallen gepleegd. Hier, in beruchte straten als de Pleinweg of de Dordtselaan, organiseert de winkeliersvereniging geen gezellige braderieën. Wel krijgen alle winkeliers een gratis overvalstraining aangeboden. Niet voor niets. Bijna iedere ondernemer in het gebied heeft wel eens kennisgemaakt met een overvaller. Sommigen vaker.

Dus worden er maatregelen genomen. Camera’s, overvalmelders, extra sloten. Maar ook: slagwapens. In veel winkels ligt er een achter de kassa, naast de kast of onder de toonbank.

Eigenlijk mag het niet. Op het hebben van een slag- of steekwapen staat een maximumboete van 7.600 euro. Toch is justitie coulanter geworden voor burgers die met behulp van geweld een overvaller verjagen. Minister Opstelten zei vorig jaar in een interview er „geen bezwaar” tegen te hebben „als je een klap uitdeelt aan iemand die je hele hebben en houwen vernielt”. En premier Rutte sprak bij de presentatie van zijn regeerakkoord nog zijn begrip uit voor burgers die een inbreker met „een ferme tik” het huis uitjagen.

Het Openbaar Ministerie heeft sinds 1 januari een nieuwe richtlijn. Voorheen kon het gebeuren dat een winkelier tegelijk met de overvaller in de politiebus werd afgevoerd omdat hij zich had verweerd bij een overval. Nu worden winkeliers pas aangehouden als na politieonderzoek overduidelijk blijkt dat zij niet uit noodweer hebben gehandeld. Zij krijgen dus vaker het voordeel van de twijfel.

Wapenbezit blijft strafbaar, maar in de praktijk is het volgens een OM-woordvoerder „heel erg lastig” om een winkelier daarvoor te vervolgen. „Bewijs maar eens dat iemand die knuppel niet gebruikt om te honkballen. Dat gaat heel moeilijk.”

Sinds de nieuwe OM-richtlijn krijgt de Rotterdamse politie steeds meer vragen van winkeliers over wapens. „Wij worden zeer regelmatig benaderd door ondernemers met de vraag of zij nu wat achter de toonbank mogen hebben liggen”, aldus een politiewoordvoerder. Volgens haar is er een link met de „boodschap van zelfredzaamheid” die het kabinet voorstaat. De politie adviseert winkeliers overigens om „vooral niet de held uit te hangen”.

Het is „een gevolg van het toenemende gevoel van onveiligheid in de samenleving”, zegt emeritus hoogleraar strafrecht Peter Tak. „De politie kan niet meer die graad van veiligheid garanderen die je als burger graag zou willen. Dat levert de reactie op dat mensen zich zelf gaan bewapenen tegen een overval.”

Neem avondwinkel Sjako Nightshops. Dit jaar al drie keer gewelddadig beroofd. Achter de kassa staat een forsgebouwde vrouw („ik blijf graag anoniem”). Op haar rechterarm een grote tatoeage. Iedere week krijgt ze wel te maken met rottigheid. Agressieve jongens die in de winkel met messen zwaaien. Aanstekers naar de kassa gooien. Voor haar neus spullen stelen. „Als ik het zie, gooi ik ze eruit.” Met blote handen? „Meestal wel, ja. Maar achter de toonbank hebben we ook een honkbalknuppel liggen. Voor het geval dat.”

Winkelier Soares van tabakshop Het Bochtje gaat verder dan een tik. „Kijk hier maar eens achter”, wenkt hij naar de kassa. Met een routineus gebaar haalt hij een glimmend zwaard van bijna een meter lang te voorschijn. „Een collector’s item”, grijnst hij. Soares heeft het wapen nog niet nodig gehad. De vorige overvaller had alleen een mes bij zich. Kon hij nog met blote handen oplossen. Maar de volgende keer, zegt Soares, zorgt hij er met één druk op de knop voor dat de deur van de winkel op slot gaat. „En vecht ik het uit met de overvaller. Natúúrlijk takel ik hem dan toe. Waarom niet? Hij brengt mijn leven in gevaar. Dan vecht ik terug.”

Zo denken meer winkeliers erover. Iedere ondernemer heeft zo zijn eigen tactiek. Kapster Saskia Bruyninckx had jarenlang een hamer achter de deur liggen. Juwelier Henk Kruidenier (17 overvallen achter de rug) een bijl. Groetenman John de Vries een flesje traangas in zijn kassa. „Maar dat bleek niet te mogen van de politie.” Nu liggen er „genoeg messen in de snijkeuken”.

Shoarmazaak Bella heeft een schep liggen. „Daarmee hak ik z’n kop eraf”, zegt de eigenaar. „Als ze mij daarvoor in de cel zetten: prima. Je laat je toch geen mes op de keel zetten? Dat is een vernedering. In zo’n situatie geldt de wet niet. Dan geldt de wet van rechtvaardigheid.”

Winkeliers die zich bewapenen: strafrechtexpert Tak kan zich er wel „iets bij voorstellen”. „Het aantal winkelovervallen is echt onrustbarend. Het is begrijpelijk dat mensen iets bij de hand willen hebben waarmee ze een overvaller kunnen afweren. Het zijn eerzame burgers die hard voor hun centen moeten werken. Die laten zich niet zomaar bestelen.”

Hoe ver mogen ze gaan? Volgens Tak mogen winkeliers zich op een „proportionele manier” verweren. Dus: „Als de overvaller een wapen bij zich heeft, mag je hem rustig een klap op zijn kop geven met een honkbalknuppel zodat hij het wapen laat vallen.” En dan? „Moet je dus niet erop blijven inhakken. Maar de overvaller vasthouden totdat de politie er is.”

Snackbareigenaar Huijsman uit Rotterdam-Zuid deed het net iets anders toen hij voor de derde keer dit jaar overvallen werd. Een man met een nylonkous over zijn hoofd drong de keuken binnen. Huijsmans eerste reactie: kijken of-ie een pistool bij zich heeft. Kon hij niet zien. Daarna greep hij een mes en ging eropaf. Hij achtervolgde de overvaller tot enkele honderden meters buiten zijn winkel, waar de politie hem kon inrekenen. Een heldendaad? Huijsman wil er niets van weten. „Ik hou niet van cowboyverhalen. De volgende keer gaat het fout en lig ik hier dood in mijn zakie. En dan zeggen de mensen: o ja, dat was die man. Die zo nodig de held moest uithangen.”