Een groot talent om cool te zijn

David Bowie had meer talent voor marketing dan voor zingen. Toch domineerde hij de jaren zeventig. Hij verloor zich in coke en kickte af in Berlijn. Nu is hij huisvader van Lexi.

Paul Trynka: Starman. David Bowie, the Definitive Biography. Sphere, 440 blz. € 19,-

Zomerse avond in Engeland, 6 juli 1972. Papa in zijn luie stoel, mama doet in duster de afwas, kinderen, nog in schooluniform, zitten klaar voor Top of the Pops. Op tv verschijnt een tengere, vrouwelijke jongeman met een strak pakje en springerig worteltjeshaar: kort bovenop en halflang van de zijkant. Waren ze net gewend aan dat lange haar, kregen ze dit. Wie was die verwijfde vent? Sloeg hij ook nog teder een arm om zijn gitarist.

Maar het liedje dat hij zingt, Starman, glijdt aangenaam het oor in. Niet in de laatste plaats omdat de oranje nicht de melodie heeft gestolen van Over the Rainbow. Vergelijkbaar thema: verlangen naar een andere wereld, in dit geval belichaamd door een buitenaards wezen. Die Bowie lijkt trouwens ook wel op een alien, met zijn tweekleurige ogen en zijn gekke rattentandjes.

Popjournalist Paul Trynka laat zijn Bowie-biografie Starman pakkend beginnen met dit tv-optreden, dat van David Bowie (in 1947 in Brixton geboren als David Robert Jones) in één klap een popster maakte. Extravagant geklede popzangers hadden de Britten vaker gezien, maar iemand die zo vreemd was nog niet. Trynka: ‘Tot nu toe ging popmuziek over ergens bijhoren, over identificatie met je groep. Deze muziek ging over nergens bijhoren. Voor verspreide, geïsoleerde kinderen in Groot-Brittannië, en later in de Verenigde Staten, was dit hun dag. De Dag van de Buitenstaander.’

Opvallend is dat Bowie alleen uitblonk in de jaren zeventig. In de decennia ervoor en erna, speelde hij geen rol van betekenis. Iets oudere generatiegenoten brachten in de jaren zestig de Britse rock tot bloei, maar Bowie miste de boot. Gefrustreerd verliet hij in 1968 de popmuziek om zich te wijden aan dans en mime. In 1969 bedacht hij zich, en had zijn eerste hit met Space Oddity: over de astronaut die niet meer terugwil naar de aarde. Omdat een opvolger uitbleef, werd hij gezien als een one-hit-wonder.

Androgyne jongen

Volgens Trynka verwierf Bowie zijn muzikale kunnen moeizaam. Langzaam leerde hij zichzelf zingen en componeren. Hij had vooral een talent voor marketing: mooi verpakken, de hipste kleding en design. En hij had een talent om cool te zijn; de mooie, androgyne jongen die ieders aandacht trok. In de artistieke scene van Londen was hij al een ster voordat hij kon zingen. Gewild bij meisjes én jongens: als een rode draad door het boek lopen de talrijke seksavonturen van de biseksueel. Maar Trynka gelooft niet alles. Als anderen beweren dat Bowie en Mick Jagger het bed hebben gedeeld, citeert hij instemmend ex-vrouw Angie Bowie: ‘En wie moest er dan onder?’

Trynka beschrijft hem in die eerste tijd als een narcistisch groot kind, dat zich succesrijk aan conflicten onttrok. Tijdgenoten roemen zijn enorme werklust en zijn vermogen om enthousiast door te gaan na de zoveelste flop. Als een spons zoog hij andermans muziek, schilderijen en boeken op, om ze later te gebruiken. Toen niemand nog naar ze omkeek, was Bowie al fan van obscure bands als The Velvet Underground en The Stooges.

Vreemd aan het boek is dat Trynka de artiest zelf nauwelijks aan het woord laat. Blijkbaar wilde Bowie niet meewerken, maar Trynka had makkelijk uit eerdere interviews kunnen citeren. Hij kiest ervoor om anderen Bowie te laten beschrijven. Zo blijft Bowie op afstand, de intrigerende zonderling op het feest over wie iedereen praat, maar die zelf blijft zwijgen. Onbevredigend, hoewel passend.

Toen het succes eindelijk kwam, met Ziggy Stardust, ontwikkelde hij zich tot een verantwoordelijke baas, die een stevige hand had in zijn bedrijf; immer charmant en geestig, maar afstandelijk. Hij verzamelde de juiste musici en producenten om zich heen, en bracht ze tot ongekende prestaties. De snelheid waarmee hij van 1972 tot 1980 baanbrekende elpees maakte en steeds weer rigoureus van stijl veranderde, is alleen te vergelijken met die van The Beatles.

Toen Ziggy hem na twee jaar ging vervelen, liet Bowie de act rücksichtslos vallen. Hij vertrok naar New York en bekeerde zich tot de soul. In het boek is dit de geestigste periode. Bowie verliest zich in een paranoïde cocaïneroes, die hem op de rand van een psychose brengt. Hij raakt geobsedeerd door UFO’s en zwarte magie. Dagen achtereen kijkt hij nazi-films. Over de waanbeelden zegt een cokevriend uit die tijd: ‘Als je drie dagen niet slaapt, zie je sowieso alles wat je maar wilt zien.’ Terecht vreesde Bowie te eindigen als zijn halfbroer Terry, de schizofreen die in 1985 zelfmoord pleegde.

Om af te kicken gaat hij in 1976 samen met zijn vriend Iggy Pop in Berlijn wonen. Meer dan ooit omarmde hij daar het experiment, wat resulteerde in de baanbrekende Berlijn- trilogie Low, Heroes en Lodger en ook nog twee invloedrijke albums van Iggy Pop: The Idiot en Lust for Life. Samen met producent Tony Visconti en muzikale leider Brian Eno experimenteerden ze met ambient en minimal music. De donkere, massieve, monotone sound maakte snel school, via new wave groepen als Joy Division.

Astronaut

Na Scary Monsters (1980) was het voorbij. Een rijke wereldster werd hij pas toen zijn artistieke topjaren achter hem lagen, met Let’s Dance (1983). Bowie bleef wel een trendsetter op marketinggebied. Als eerste superster ging hij met zijn oeuvre naar de beurs, om 55 miljoen euro op te halen, en hij was de eerste die met BowieNet een succesrijke internet- community opzette.

Na de geboorte van zijn dochter Lexi en na een hartaanval in 2003, trok hij zich steeds meer terug. Nu leidt hij een uitgesteld burgerlijk bestaan als huisvader, met zijn echtgenote, Somalisch topmodel Iman. Geen muziek meer.

De biografie – ietwat voorbarig ‘definitief’ genoemd – heeft dus geen grootse finale, maar eindigt met een fade out. Trynka maakt tot slot een mooi bruggetje naar de eerste film van zoon Duncan Jones (geboren Zowie Bowie). De vader poseerde graag als de alien die zich verloor in aardse geneugten, zoals in de film The Man Who Fell to Earth. De zoon maakte Moon, over een eenzame astronaut, gevangen in een eindeloze cyclus van wedergeboortes.