De prijs van het sterfhuis

377 woorden gebruikte staatssecretaris Halbe Zijlstra om uit te leggen waarom schrijfster Hannemieke Stamperius (Hannes Meinkema) jaarlijks 7.500 euro belastinggeld ontvangt. De belangrijkste motivatie was een citaat van Renate Dorrestein: ‘Dankzij Stamperius is voor ons de verzuchting van Virginia Woolf niet meer van toepassing: dit is een onbelangrijk boek, want het gaat over de gevoelens van vrouwen in een huiskamer.’

Is dat genoeg rechtvaardiging voor 7.500 euro ‘eregeld’ van het Letterenfonds? Kun je literaire waarde in geld uitdrukken? Als het kan, dan kan dit ook: de 377 woorden antwoord van Zijlstra hebben 2.000 euro gekost, dat is € 7,22 per woord. Alleen al het door een ambtenaar overtypen van 30 woorden Dorrestein kost dus 216 euro van mijn belastingcenten. Dat weet ik, omdat over de prijs van Kamervragen óók Kamervragen zijn gesteld. In 2007. En in 2004 en, o ja, nog eens in 1969. Totale kosten van al die vragen: het eregeld van, zeg, Thérèse Cornips.

Interessant in de Kamervraag was ook nog de kwestie of ‘Henk [Bernlef?] en Ingrid [Hoogervorst?]’ kans maakten op een eregeld. Nee, antwoordde Zijlstra, er worden geen nieuwe auteurs toegelaten tot de eregeldregeling. Dat is wat je noemt een sterfhuisconstructie.

Over welke van de 23 ‘eregelders’ zou deze zin gaan, die ik las in de bloemlezing Agents-provocateurs: ‘Het genre van de psychologische roman waarin observatie en interpreterende kenschets centraal staan – ten nadele van bijvoorbeeld plotontwikkeling – blijft onverminderd populair.’ Marga Minco? Willem G. van Maanen? Ook zijn er auteurs die ‘infiltreren in deze en andere genres om nieuwe gronden te verkennen’. Sybren Polet? Gerrit Kouwenaar? Of toch J.M.A. Biesheuvel?

Toch niet: de agents-provocateurs zijn niet de eregelders, maar de onlangs door Hassan Bahara en Thomas Blondeau gebloemleesde jonge auteurs in 20 onder 35. Soms verandert er weinig. Er zitten goede stukken tussen (Y.M. Dangre kende ik nog niet), al verwacht je niet alle jonkies over vijftig jaar in de bloemlezing 23 boven 65 (die dan jaarlijks verschijnt bij gebrek aan eregelden).

Het echte eregeld werd deze week postuum uitbetaald – en in natura. Mijn buurman zat zaterdag om 11 uur op de stoep in de zon, met de kranten over Hella Haasse op schoot. Hij keek op en zei: „Gisteren was de eerste keer dat ik heb gehuild om de dood van een schrijver.”