De pillen raken op in Spaanse apotheek

Spaanse regio’s moeten zwaar bezuinigen. Apothekers krijgen even niets meer betaald. En dat doet pijn in een land waar voor ieder kwaaltje een pil bestaat.

Francisco Guardia moet zijn klanten nu bijna dagelijks nee verkopen. De Spaanse apotheker kan amper nog medicijnen op voorraad houden en de planken achter zijn toonbank laten grote gaten zien.

„Pas als ik een receptje binnenkrijg, plaats ik een bestelling bij de groothandel. Hopelijk kunnen de klanten het de volgende dag afhalen”, vertelt de tengere veertiger, die zijn klanten bij naam kent en door hen amicaal ‘Paco’ wordt genoemd.

Zijn apotheek staat in Rielves, een dorp van achthonderd zielen op de dorre laagvlakte van Castilla-La Mancha. Overal in Spanje kampen overheden met financiële problemen. Maar in deze centraal gelegen regio is de geldnood buitengewoon acuut. Bij bibliotheken en zwembaden wordt de stroom afgesloten en wegwerkzaamheden liggen stil.

De regioregering Castilla-La Mancha heeft apothekers inmiddels vijf maanden niets uitgekeerd: een openstaande rekening van in totaal 165 miljoen euro. „De regio heeft ons nu geadviseerd geld te lenen bij de bank”, zegt apotheker Guardia. „Misschien kregen wij nog wel geld losgepeuterd, zeiden ze.”

Onder Spanjaarden zorgt medicijnenschaarste voor onrust. Gemiddeld gaan zij zeven keer per jaar naar de dokter, na de Duitsers het vaakst in Europa. En áls ze naar de dokter gaan, verwachten veel Spanjaarden hoe dan ook een recept, ongeacht de diagnose. Apotheker Guardia: „Als een patiënt niks krijgt voorgeschreven, gaat hij de spreekkamer niet uit. Dat is een beetje de cultuur hier.”

Wie een verkouden baby naar de kinderarts brengt voor een routinecontrole, moet niet verbaasd zijn als hij ongevraagd een recept voor een anti-griepmiddel meekrijgt.

In bijna elke Spaanse straat hangt wel een groen neonkruis. Apotheken dienen, vooral voor ouderen, ook vaak als een sociale ontmoetingsplaats.

Zoals overal in de westerse wereld lopen ook in Spanje de zorgkosten al jaren hard op, door vergrijzing en medische vooruitgang. Maar pijnlijke vragen over de houdbaarheid van het zorgstelsel worden in de landelijke politiek zelden gesteld, zeker niet nu het verkiezingstijd is.

De twee grote partijen, de socialistische PSOE en de centrum-rechtse PP, voeren beide campagne met de belofte dat de verzorgingsstaat alleen bij hen in veilige handen is.

Een mogelijke bezuiniging is een eigen bijdrage (copago) voor doktersbezoek en medicijnen. De Spanjaarden zijn eraan gewend dat publieke gezondheidszorg gratis is. 65-plussers, die veruit het hoogste medicijngebruik hebben, hoeven ook niet te betalen voor hun pillen. De rest van de bevolking krijgt tot 40 procent van medicijnkosten vergoed.

In de apotheek in Rielves begrijpen de klanten dat het geld op is. Maar een bejaarde man, die aan de arm van zijn vrouw zeven recepten komt inleveren, zegt: „Ze kunnen toch niet verwachten dat wij onze eigen medicijnen gaan betalen? Waar hebben we anders ons hele leven premie voor betaald?”

Een moeder van twee jonge kinderen voegt daaraan toe: „Laat vooral die politici hun eigen salaris eens korten.” Apotheker Guardia benadrukt dat een meer structurele oplossing nodig is. De regioregering kan hem niet zomaar dwingen schulden te maken bij de bank, terwijl ze zelf de rekeningen aan hem niet voldoet. „Daarmee gebruikt de regering mij in feite als bank.”

Het is „van groot belang” dat zijn apotheek overleeft, zegt Guardia. Spaanse apotheken bieden, veel meer dan bijvoorbeeld in Nederland, ook basale gezondheidszorg. „In een dorp als Rielves, waar de dokterspost maar drie uur per dag opengaat, is dat essentieel”, zegt Guardia.

Dan meldt zich een moeder wier zoon blaasjes in de mond heeft. Guardia neemt de jongen mee naar buiten, om bij daglicht in zijn mond te kijken. Hij blijkt koortszweertjes te hebben. Toevallig heeft Guardia nog wel een middeltje staan. „Neem maar mee, betalen kan later wel.”