De laureaat van vorig jaar eet nog altijd bitterheid in zijn Chinese cel

De familie Liu en de Noorse zalmsector lijden nog onder de Vredesprijs 2010 voor Liu Xiaobo. Maar Chinezen weten nu wel meer van zijn pleidooi voor een democratisch China.

‘Bitterheid eten’ is een Chinese uitdrukking waarvan Nobelprijs-laureaat Liu Xiaobo, zijn vrouw Liu Xia, hun vrienden en medestanders de betekenis goed kennen. Onmiddellijk na de toekenning van de vredesprijs, vorig jaar, werd de tot elf jaar celstraf veroordeelde Liu afgesloten van de buitenwereld.

Tot augustus dit jaar ontving hij geen maandelijks familiebezoek. Liu Xia stond in Peking onder huisarrest. Medestanders en vrienden werden gevolgd, en al dan niet tijdelijk incommunicado gehouden.

Alleen naïevelingen geloven dat het toeval is dat juist deze week is bekendgemaakt dat Liu Xia in augustus haar man voor het eerst weer mocht bezoeken, en dat Liu zelf op 18 september bij de begrafenis van zijn vader mocht zijn. Volgens een van zijn broers is de gezondheidstoestand van Liu beter dan in de periode van zijn aanhouding in juni 2009 en zijn veroordeling in december 2009.

Dat laatste is het eerste positieve nieuws over de letterkundige, die beschouwd wordt als een van de drie belangrijkste auteurs van het Charter ’08. In dat internetdocument pleiten 300 schrijvers, juristen en kunstenaars voor geleidelijke democratisering van China. Het document is vernoemd naar Charta ’77, het pamflet van Tsjechische intellectuelen tegen het communistische regime in het toenmalige Tsjechoslowakije.

De prijsuitreiking aan Liu Xiaobo, nu 55, vestigde de internationale aandacht op hem, op het gematigde, volgens sommigen sociaal-democratisch klinkende Charter ’08 en uiteraard ook op de repressie van andersdenkenden in China. De prijs leidde er ook toe dat het document ondanks de zware censuur via internet een bredere verspreiding kreeg in China en onder Chinezen in het buitenland. Tot dat moment was Liu volstrekt onbekend in zijn eigen land.

De Chinese autoriteiten reageerden boos en streng op wat beschouwd werd als een schandelijke beslissing van het Noorse Nobelprijscomité „door aan een veroordeelde misdadiger deze eens zo eervolle prijs” (Global Times) toe te kennen. In de maanden na de ceremonie in Oslo, met een demonstratief lege stoel, werden meer dan 100 juristen, schrijvers en kunstenaars opgepakt of geïntimideerd.

Dat had niet alleen te maken met Liu Xiaobo en het feit dat Charter ’08 op internet door ruim 10.000 gelijkgezinden was ondertekend, maar ook met het Arabische Ontwaken. De leiders van de Communistische Partij van China zijn permanent beducht voor nationale en internationale ontwikkelingen die hun machtspositie kunnen ondermijnen, in jargon: „Een bedreiging vormen voor de stabiliteit en harmonie.”

Chinese diplomaten spanden zich een jaar geleden enorm in om bevriende landen ertoe te bewegen de prijsuitreiking in Oslo te boycotten. Deboodschap had een waarschuwend effect. Westerse regeringsleiders en ministers hebben, voor zover bekend, in de contacten met hun Chinese collega’s nooit luid en duidelijk gepleit voor Liu’s vrijlating.

Als er al ministeriële en diplomatieke contacten waren met de familie Liu of zijn advocaten, vonden die plaats buiten het zicht van de media en meestal ná de ontmoetingen met Chinese leiders. Uitzonderingen vormden bezoekende volksvertegenwoordigers, onder wie leden van het Europees Parlement.

Met Noorwegen bevinden de relaties zich nog steeds onder het vriespunt. China houdt de regering in Oslo medeverantwoordelijk voor „de klap in het gezicht van China”. In het Noorse comité zitten vijf parlementsleden. Voor straf ligt de invoer van Noorse – en niet van Zweedse – producten nagenoeg stil. Vooral de zalmexporteurs zijn de dupe geworden. Chinese zalmconsumenten – sushi en sashimi zijn populair onder jongeren – moeten het daarom doen met Schotse of Chinese kweekzalm.