Apple-computers zijn sympathiek

Het stond gepland voor volgende week vrijdag: de International Steve Jobs Day – a day to celebrate and honor the great Steve Jobs. Iedereen werd opgeroepen om gekleed in een zwarte coltrui, een blauwe spijkerbroek en tennisschoenen de hele dag te vertellen over z’n favoriete Apple-spullen, het eerste product dat ze bezaten en Steve Jobs’

Het stond gepland voor volgende week vrijdag: de International Steve Jobs Day – a day to celebrate and honor the great Steve Jobs. Iedereen werd opgeroepen om gekleed in een zwarte coltrui, een blauwe spijkerbroek en tennisschoenen de hele dag te vertellen over z’n favoriete Apple-spullen, het eerste product dat ze bezaten en Steve Jobs’ algehele buitenaardse genialiteit.

Zelf ben ik met Apple opgegroeid: mijn vader was een fanboy van het eerste uur. Er bestaat een fotoreeks van mij waarin ik steeds poseer in de doos van onze nieuwe Apple-computer. Op de eerste foto ben ik één jaar oud en zie je alleen mijn hoofd boven de kartonnen rand, daarna worden zowel de computerdozen als ik geleidelijk groter, waarna ik opeens niet meer pas: ik ben gegroeid, maar de computers worden juist compacter. Alle computermodellen die bij de dozen hoorden staan nog altijd bij mijn ouders thuis, als een privé Applemuseum vol vergeelde toetsenborden, kleine regenboogappellogo’s en monitoren met langwerpige ventilatieroosters.

Ze werken allemaal nog steeds.

Het Apple-museum van mijn vader is voor mij niet slechts een verzameling ouderwetse apparaten. Misschien is het te danken aan het plaatje van een glimlachende computer dat te zien was bij het opstarten, maar deze computers hebben iets bijzonders: ze zijn sympathiek. En dat is volgens mij een van de grootste verdiensten van Apple: het maakte technologie persoonlijk. Waar een computer toch vooral een kunststoffen omhulsel vol draden en chips en transformatoren en andere schimmige dingen is, een vreemd zoemend en ratelend gevaarte, voelden mensen zich ermee verbonden. En hoe meer Apple-producten er kwamen, hoe vaker dat gebeurde. Ik koester geen warme gevoelens voor mijn stofzuiger, noch vind ik mijn sapcentrifuge bijzonder beminnelijk. Mijn iPod, iPhone en Macbook dicht ik echter grote doses vriendelijkheid toe. Ze horen bij mij – een Dell in mijn huis zou aanvoelen als een indringer. Mijn iPhone Shuffle gebruikte ik zelfs als persoonlijk orakel: doordat ik niet kon zien welk liedje het zou worden, probeerde ik een verborgen boodschap te herkennen in het liedje dat het apparaat voor me uitkoos. (Waarna het altijd ‘Smack my bitch up’ of ‘Creep’ werd).

Het verbond dat we voelen met onze Apple-producten, straalt af op de bedenker. Of Steve Jobs in het dagelijks leven ook aimabel was, is niet helemaal duidelijk, maar publiekelijk kon hij bevlogen spreken (‘Stay hungry, stay foolish’) en goed grapjes maken (op de vraag wat het grootste misverstand was in de relatie tussen hem en Bill Gates, antwoordde hij: ‘We’ve kept our marriage secret for over a decade’).

Nu hij is overleden, regent het reacties. Ergens hoopt de wereld dat hij tijdens zijn begrafenis opeens uit zijn kist stapt en zegt: „One last thing…”

Zelf zal hij de Steve Jobs Day niet meemaken – misschien een extra reden om volgende week vrijdag een zwarte coltrui aan te trekken.