Als ik er maar uit haal wat er in zit

Badmintonster Lotte Jonathans (33) wil meedoen aan de Olympische Spelen.

Dat ze alleenstaand moeder is, houdt haar niet tegen. „Als ik iets wil, ga ik het halen.”

fotografie: Lars van den Brink onderwerp: Lotte Jonathansa

Ze komt aangereden over het idyllische dijkweggetje waaraan ze woont, vlakbij Zaltbommel. Op schoot zit zesjarige zoon Mees. Samen sturen ze. Haar vijfjarige zoon Jesper hoefde ze niet mee te nemen van school. Die ging bij een vriendje spelen.

Lotte Jonathans (33) is een alleenstaande moeder die hard op weg is zich te kwalificeren voor deelname aan de Olympische Spelen volgend jaar in Londen. Badminton. Dames dubbel. Dubbelpartner: Paulien van Dooremalen (26).

Trainingsdagen zijn redelijk overzichtelijk: kinderen naar school, trainen op Papendal, kinderen van school en als de kinderen slapen een loop- of krachttraining. Maar ze moet ook toernooien spelen.

Een kwart van het jaar zit ze in het buitenland. En voor haar sponsors geeft ze presentaties, demonstraties, schrijft ze columns. Ze hoeft het niet elke dag per se leuk te hebben, zegt ze. Als ze er maar alles uithaalt wat er in zit.

Op haar achtste begon Jonathans met badminton. Op haar tiende zat ze bij de nationale selectie. Op haar twaalfde zei haar trainer: „Jij kunt over tien jaar naar de Olympische Spelen”. Ze nam het voor waarheid aan. Haar hele jeugd stond in het teken van het behalen van de Spelen.

Als je iets wilt, moet je het zelf regelen, leerde ze van haar ouders. Dus organiseerde ze zelf vervoer van en naar toernooien en schreef ze op haar veertiende haar eerste sponsorbrief. Die ging ongeveer zo: „Ik ben Lotte en ik wil naar de Olympische Spelen”. Ze kreeg drie rokjes, twee shirtjes en een racket.

Op de Spelen van 2000 in Sydney werd ze tot haar vreugde vijfde in de damesdubbel. In 2004 in Athene werd ze opnieuw vijfde. Teleurstellend, want ze had gehoopt op brons.

Op het balkon van haar appartement in het Olympisch dorp vertelde ze haar technisch directeur Martijn van Dooremalen dat ze wilde stoppen. Ze was 26 jaar. Ze wilde kinderen. Hij zei: „Prima. Doe je ding. Daarna zie ik je wel weer. Want jij bent nog niet klaar”. Zij antwoordde: „Wedden van wel. Om een appeltaart”.

Ze was pissig dat ze geen officieel afscheid kreeg.

Hij kreeg gelijk.

„In 2009 belde ik hem op. Ik zei: ‘Zal ik de appeltaart komen brengen, of kom je hem halen’.”

Maar waarom?

„Ik was net gescheiden. Ik zei tegen mezelf: ‘Zwaar is het toch. Doe dan in elk geval iets wat je leuk vindt’. Ik wist dat ik het allerliefst nog één keer de Olympische Spelen zou halen.”

Je twijfelde geen moment.

„Jawel. Eerst dacht ik: ‘Ik heb kinderen. De Spelen zijn een gepasseerd station’. Daarna dacht ik: ‘Bullshit. Als ik iets wil, ga ik het halen. Al moet ik daarvoor concessies doen en offers brengen. Ik laat niemand me vertellen dat het niet kan, omdat het niet hoort. Ik wil mijn jongens voorleven dat je voor je eigen doelen mag kiezen. En dat je kilometers moet maken om doelen te bereiken.'”

Maar hoe pak je zoiets aan?

„Ik schreef een businessplan met de titel: Met Lotte naar Londen. Ik vond sponsors, nam ontslag en ging meetrainen met de selectie op Papendal. Ik schrok wel van de jonge generatie. Die heeft één hoofddoel en dat is: het nú fijn hebben. Die wil niet afzien om uiteindelijk iets moois te bereiken.”

Wat had jij dan verwacht?

„Nou ja. Aan de Olympische Spelen in Peking in 2008 deed niemand van de Nederlandse badmintonselectie mee. Terwijl we er in 2000 met zijn achten stonden. Dat vond ik heel erg. Toen dacht ik wel: ‘Ik wil een brug zijn naar de Spelen in Rio in 2016’. Ik wil deze selectie graag laten zien hoe je leeft als je wilt presteren met elke vezel van je lijf. Want trainen doen toppers allemaal. Het gaat om de winnaarsmentaliteit.”

Missen jongeren die?

„Zij willen dat het gezellig is op de training. Ik ga openlijk de concurrentie aan. Ik wil harder werken, ben harder, verwacht meer. Dat is vermoeiend voor hen en voor mij. Na twee jaar moet ik concluderen dat ik in mijn eentje geen cultuurverandering teweeg kan brengen. Dat is jammer, maar een feit.”

Met hoeveel gaan jullie naar Londen?

„Voorlopig ziet het ernaar uit dat Paulien en ik de enigen zijn die gaan. En we zullen geen medaille winnen. Gaan is al goud.”

Kwalificeren lukt je als alleenstaande moeder.

„Ja, maar mijn ouders wonen hier schuin tegenover. Als ik vier, vijf dagen weg ben voor een toernooi, vangen zij de jongens op.”

Mis je ze dan?

„Bij die toernooien niet. Twee dagen rust en wat wedstrijden spelen. Zou niet iedere moeder graag af en toe vier dagen alleen in het Hilton zitten?”

En als je langer weg moet?

„Ik heb met de bond besproken dat ik nooit langer dan tien dagen bij mijn kinderen weg wil. Als ik langer weg moet, neem ik ze mee. Daarvoor heb ik vrijstelling gekregen bij de schoolinspectie. In juni zijn we vijf weken naar Azië geweest. Ik speelde toernooien in Thailand, Singapore, Indonesië en Maleisië.”

Hoe gaat dat dan?

„Ik neem een nanny mee, liefst een nichtje. De kinderen slapen bij de nanny op de kamer. ’s Ochtends gaan ze mee naar de training. Dan ontbijten we samen. Daarna ga ik trainen of een wedstrijd spelen en duiken zij het zwembad in. ’s Avonds eten we weer samen.”

En dit jaar besloot je ook nog mee te gaan spelen in de Duitse competitie.

„Berlijn is de Duitse landskampioen. Er spelen veel toppers van mijn generatie. Ik kon het aanbod sportief gezien niet weigeren. Wel heb ik bedongen dat ik maar tien van de achttien wedstijden hoef te spelen en dat ik mijn kinderen altijd mee mag nemen.”

Vinden mensen jou geen vreemde moeder?

„Op het schoolplein voel ik me soms een alien. Gisteren had Mees, de oudste, sportdag. Hij ging een wedstrijd lopen, maar stond helemaal niet vooraan. Ik liep naar hem toe en zei: ‘Je moet wel zorgen dat je straks recht naar die lijn loopt’. De wedstrijd begon en Mees sprintte er als een haas vandoor. Ik hoorde de moeders achter mij zeggen: ‘Mees snijdt alle kindjes af’. Ik flapte eruit: ‘Fantastisch, hè!’. Daarna dacht ik: ‘Dat hoort natuurlijk niet. Ik ben echt raar’.”

Tsja…

„Maar ik conformeer me niet. Ik wil dat hij eruit haalt wat erin zit. Toen hij naar groep drie ging, vroeg ik: ‘Wat zijn je doelen dit jaar’. Hij zei: ‘op het grote schoolplein spelen en leren lezen’. Prima.”

En na groep drie en Londen?

„Dan heb ik mijn kinderen drie jaar lang laten zien hoe je iets nastreeft. En dat het niet erg is om anders te zijn dan anderen. Dan ben ik klaar met topsport. Ik heb van mijn sponsor een baan in Maleisië aangeboden gekregen. Ik wil graag dat mijn kinderen Engels en Chinees leren. Dat kan het beste voor hun tiende. Ik ben de optie aan het bekijken.”

Na de Spelen dus een nieuw avontuur.

„Ik heb altijd gezegd: ‘Na badminton ben ik klaar met dat streberige’. Misschien was dat angst voor het onbekende. Nu zeg ik: ‘What the fuck. Nee, Lot, jij gaat nog iets heel anders doen. En misschien wordt dat ook wel succesvol en groots.”

En je ouders?

„Oh, hou op. Zij zorgen dat ik nu mijn droom kan realiseren. We zouden elkaar vreselijk missen. Maar als je iets echt wilt, moet je offers brengen. En bovendien zal ik zorgen voor goede arbeidsvoorwaarden zodat zij en wij veel op en neer kunnen.”

De Dutch Open wordt gespeeld van 11 t/m 16 oktober. Het is ook een kwalificatietoernooi voor de Olympische Spelen.