Zwaan-kleef-aan

Tentoonstelling in de Nieuwe Vide van 2011.

Coulisse Vice Versa, t/m 22 okt. in de Nieuwe Vide, Minckelersweg 6, Haarlem. Do t/m za 12-17u. Inl. nieuwevide.nl. ****

Vooruit, laat ik het maar doen. „Hij stort echt niet in”, zegt Jaring Dürst Britt van de Nieuwe Vide over de wankele opblaasbol van Rob Sweere. „Ga er lekker in, beetje liggen of zitten, contempleren en geniet van het uitzicht!” Ik kruip door de open rits en ja, de luchtmassa herstelt zich. Het beloofde uitzicht vanuit een plastic raampje is het grijze plafond. Hangt daar een tekeningetje aan? De expositieruimte zit bomvol tekeningen, van de vloer tot – wellicht – het plafond.

Als ik uit de bol klim, wat niet eenvoudig is maar wel ongevaarlijk, is een kunstenaar bij een muurtekening gaan zitten om er kelders en kanonskogels op te tekenen. „Dit is niet mijn tekening”, zegt ze. „Hij is van Paul van der Steen.” Zelf heet ze Pietsjanke Fokkema en met de kogels linkt ze zijn stadslandschap naar de onderaardse stad die ze zelf tekende, een muur verder.

Wat voor kunst daar allemaal omheen hangt, weet ze ook niet, dus besluiten we samen de tentoonstelling te verkennen. Dat blijken twee exposities door elkaar: tussen de zwaan-kleef-aan-tekeningen staat de nieuwste expositie Coulisse Vice Versa met feestelijke installaties en opblaaskunst. Een beetje een achtertuin van André Hazes, maar dan als kunst. Er zal een thema zijn, maar dat vinden we niet meer. Wel vinden we mooie archeologische sporen van voorbije exposities: bladgoud van een verdwenen installatie van Harmen Brethouwer over goud en mirre, silhouetten van kunstenaarsportretten die Karla Hoeben er eerder exposeerde.

„Je hebt de bol overleefd?” vraagt Dürst Britt en leidt me naar een zijkamer. Daar draaien video’s van performances in de stad waarmee Coulisse Vice Versa opende. Een vrouw loopt over straat in een pij waar ze stukjes afval op naait, mensen duwen met hun hoofd een vrachtwagen weg, een groepje slaat op een galmend bronzen beeld. Willen kunstenaars dit alsjeblieft nooit meer doen – in een expositie is zulke gekte bezield, op straat is het wereldvreemd en misplaatst. Veel kunst gedijt enkel binnen, in fantasiesteden, zoals die van Van der Steen waar ik zomaar uit Fokkema’s potlood een reeks kakelverse hoogspanningsmasten op zie verschijnen.