Ze zat achter zijn geld aan

We lezen en bekijken graag verhalen over slimme mensen, hun liefde en vooral hun geld.

Mediawetenschapper Hassler-Forest: vaak zijn dat conservatieve verhalen.

scene uit de film "Pride and Prejudice"

Natuurlijk, Jane Austens Pride and Prejudice (1813) gaat over de liefde – de ware, romantische liefde die het slimme middenklassemeisje Elizabeth Bennet uiteindelijk opvat voor de stugge, arrogant lijkende, upper class Mr. Darcy.

Maar literatuur- en mediawetenschapper Dan Hassler-Forest ziet er vooral economie in. „Het gaat over geld”, zegt hij. „Hoe kan ze deze rijke man krijgen zonder dat direct duidelijk is dat ze achter zijn geld aan zit?” Enkele aanwezigen protesteren. Ze wil hem eerst toch niet, terwijl ze dan al weet hoe rijk hij is? Hassler-Forest houdt vol. „Wanneer gaat Elizabeth Bennet precies om? Als ze voor het eerst in Darcy’s enorme huis komt, met zijn portret aan de muur, en zich afvraagt hoe het zou zijn om daar vrouw des huizes te zijn.”

Dinsdagavond, in een zaaltje in de Rode Hoed in Amsterdam, gaf Hassler-Forest de eerste van een reeks colleges over ‘Verhalen vertellen in de 21ste eeuw’ (georganiseerd door het John Adams Instituut). Het ging over allerlei vormen van narratieve media; deze keer met name over de opkomst van de roman als kapitalistische kunstvorm. Het blootleggen van de conservatieve ideologie die ten grondslag ligt aan populaire cultuur is Hassler-Forests stokpaardje – eerder dit jaar promoveerde hij op onderzoek naar conservatieve ideologie in superheldenstrips en -films (zoals: zeer traditionele rolverdelingen, het beschermen van de eigen cultuur).

„Verhalen creëren verlangens”, vertelt hij de belangstellenden. „Ik kijk graag naar de vraag: wat wordt ons hier geleerd te wensen, welke fantasie wordt hier aantrekkelijk gemaakt?” Voor Pride and Prejudice citeert hij Martin Amis: „We want love to bring about the redistribution of wealth. Veel films gaan daar ook over: twee slimme mensen, hun liefde en hun geld. Soms lijkt het even of ze alles kwijtraken, maar dan krijgen ze het meestal alsnog.” Pride and Prejudice is het prototype van zo’n verhaal. En er verschijnen steeds nieuwe versies van, zoals Bridget Jones’s Diary (Helen Fielding, 1996) of Pride and Prejudice and Zombies (Seth-Grahame Smith, 2009). „We zijn nog steeds gefascineerd”, zegt Hassler-Forest, „door het verhaal van een slim meisje dat opwaarts mobiel wil zijn. Ik geniet ook van die verhalen. Maar als iemand me in de maling neemt, ben ik me daar wel graag bewust van.”

Dan heeft hij het dus over die heimelijke conservatieve inhoud die veel verhalen volgens hem hebben. En passant serveert hij de kinderklassieker The Lion King (Disney, 1994) af als „de meest racistische en seksistische film die ik ken”; voor Lord of the Rings geldt iets vergelijkbaars. Verontwaardigd: „Ik hoorde regisseur Peter Jackson ooit zeggen dat de multi-etniciteit van Tolkiens boek hem zo beviel. Maar al die hobbits en elves en wat al niet zien er in de film uit als blanke mannen, alleen van verschillende lengtes en met of zonder baard!”

Hassler-Forest is net terug van een congres over adaptatie, het hervertellen van verhalen in andere vorm (zoals boekverfilmingen). „Daar ontstond discussie over de vraag wat ‘literair’ is. Volgens het ene kamp heeft het met woorden en taal te maken; volgens het andere kamp gaat het erom wat belangrijk is voor een cultuur op een bepaald moment.” Het mag duidelijk zijn dat hij tot het tweede kamp behoort. „En je ziet dat die functie van het literaire tegenwoordig wordt overgenomen door media die we niet met literair associëren, zoals televisie. Over tv-series als Mad Men en The Wire praten mensen zoals over hogere cultuur wordt gesproken. Met meer respect dan over film, terwijl het een nieuwere manier van verhalen vertellen is.”

Maar in het algemeen geldt: hoe jonger een medium, hoe minder cachet. „De epische gedichten van Homerus zijn het hoogste, games het laagste.”