Wat zijn de gevolgen?

Huisartsen krijgen minder geld, maar hebben wel meer zorgtaken overgenomen van de ziekenhuispoli’s. Zo zijn ze nu grotendeels verantwoordelijk voor de ruim 800.000 diabetespatiënten in Nederland. Toch willen huisartsen de boel niet per se terugdraaien. Circa 80 procent van alle huisartsen heeft geïnvesteerd in zijn praktijk en in extra personeel om die zorg op te vangen. Ook levert extra zorg voor chronisch zieken geld op: 400 euro per behandeltraject tegenover 50 euro inschrijfgeld en 9 euro per consult voor een ‘reguliere’ patiënt. En ziekenhuizen staan niet te springen om deze patiënten terug te nemen: hun kosten zijn niet gedaald, hoewel ze de zorgtaak voor chronisch zieken kwijt zijn. Ziekenhuizen zijn steeds meer geld kwijt aan technologie om mensen langer in leven te houden. Bovendien ontslaan ze niet graag personeel. Ze verzinnen dan liever nieuw zorgaanbod, zoals een snurk- of wrattenpoli.

Voor de huisarts betekent de bezuiniging dat hij zijn verpleegkundige misschien zal moeten ontslaan en zelf mogelijk minder gaat verdienen. Dat kan de huisarts opvangen door meer consulten te draaien. Gunstig voor de patiënt, die eerder geholpen wordt. Maar ook: hogere kosten voor de gezondheidszorg.