Wat doet een huisarts?

De Nederlandse huisarts is een poortwachter. Hij is verantwoordelijk voor de eerstelijnszorg en zal zoveel mogelijk patiënten opvangen om de dure tweedelijnszorg, dure specialisten in ziekenhuizen, te ontzien. Zijn basishouding tegenover de patiënt is terughoudend: ‘gezond, tenzij’. Zo wordt hij opgeleid. Het levert het gezondheidsstelsel veel voordeel op: met 4 procent van de totale zorgkosten handelt de huisarts 96 procent van alle zorgvragen af.

Daarmee is het Nederlandse zorgstelsel een van de meest efficiënte ter wereld. Dat is iets waar landen als Duitsland, België, Frankrijk en de Verenigde Staten jaloers op zijn. Die landen zijn veel meer geld kwijt aan de gezondheidszorg omdat meer mensen direct bij de dure specialist terechtkomen. Diens basishouding: ‘u bent ziek, anders zat u hier niet’. Dat heeft natuurlijk voordelen, maar leidt ook tot onnodig veel (duur) onderzoek en meer gebruik van antibiotica. Zo zijn de risico’s op antibioticaresistentie in Frankrijk en Spanje vele malen hoger dan in Nederland.

Zijn belangrijke positie in de zorg levert de huisarts ook bij deze stakingen een belangrijke machtspositie op. De huisarts houdt de gezondheidszorg betaalbaar. In een kwade bui 1 procent meer patiënten doorverwijzen naar de specialist kost de overheid zo tientallen miljoenen.