Visionaire meester van de eenvoud

De technologiewereld verliest zijn icoon: Steve Jobs, oprichter van Apple, is overleden. Weinig topmannen kunnen tippen aan zijn charisma, visie en dominantie.

A man holds an iPhone 4 displaying an obituary of Apple co-founder Steve Jobs outside an Apple Store in downtown Shanghai October 6, 2011. Apple Inc co-founder and former CEO Jobs, counted among the greatest American CEOs of his generation, died on October 5, 2011 at the age of 56, after a years-long and highly public battle with cancer and other health issues. REUTERS/Carlos Barria (CHINA - Tags: OBITUARY BUSINESS SCIENCE TECHNOLOGY) REUTERS

100  miljoen iPhones, 300 miljoen iPods, 25 miljoen iPads en 60 miljoen Mac-gebruikers. Dat is de erfenis die Apple-oprichter Steve Jobs de wereld achterlaat. Hij slaagde erin om van elektronica iets begerenswaardigs te maken. Nu is de Apple-lifestyle overal.

Gisteren overleed Steven Paul Jobs op 56-jarige leeftijd aan kanker. Hij was al herhaalde malen ernstig ziek. In 2004 overleefde hij een zeldzame vorm van alvleesklierkanker en in 2009 onderging hij een levertransplantatie. In januari nam de Apple-topman opnieuw ziekteverlof op. Vanuit huis bemoeide Jobs zich tot op het laatste moment met de strategische beslissingen. Tijdens zijn laatste openbare optreden in juni liet hij de presentatie, normaal een van zijn sterkste punten, grotendeels over aan medewerkers. In augustus legde Jobs zijn werk als topman neer, wetende dat hij niet meer beter zou worden.

Met het overlijden van Steve Jobs verliest de technologiewereld een van zijn belangrijkste iconen. Zwarte coltrui, witte sportschoenen, marketinggenie. Maar hij was ook hippie, ‘fruitariër’, boeddhist en Dylan-fan. Heel wat controversiëler dan die andere grootheid uit de computerwereld, oer-nerd Bill Gates, de topman van Microsoft. Gates werd wel de rijkste van de twee werd: een vermogen van meer dan vijftig miljard dollar, terwijl Jobs niet verder kwam dan 5,5 miljard dollar. Maar, zo zei hij eens in een gezamenlijk interview met Bill Gates: „Het gaat mij niet om de rijkste man op het kerkhof te worden.  Ik heb nooit voor het geld gewerkt, maar voor het gevoel iets moois gemaakt te hebben.”  

Jobs werd in 1955 geboren uit een Amerikaanse moeder en een Egyptische vader. Hij groeide op in een pleeggezin, en zijn ouderlijk huis was ook de plek waar hij in 1976 de eerste Apple Computer in elkaar schroefde samen met Steve Wozniak – ‘The Woz’.  Jobs denkt dat andere computerhobbyisten een apparaat zoeken waarvoor ze zelf kunnen programmeren. Zo legt Apple de basis voor de personal computer.

Wozniak was de geniale technicus, Jobs een gepassioneerd verkoper met een missie. Dankzij de Apple II – een apparaat met keyboard – konden ook niet-nerds een computer gebruiken. Jobs over die begintijd, in de documentaire Triumph of the Nerds (1996): „Ik ben ontzettend blij dat ik precies op het juiste moment op de plek was waar de microprocessor werd uitgevonden.”  Toen Apple in 1980 naar de beurs ging, was de 25-jarige Jobs opeens 200 miljoen dollar rijker. De echte groei van de computermarkt – met als aanjager de IBM PC uit 1981 – moest toen nog beginnen.

Apple raakte in een strijd verwikkeld met hetzelfde IBM en Microsoft, maker van het besturingssysteem Windows. In een beroemde campagne voor de Macintosh computer, in de setting van George Orwells boek 1984, wordt het imago van Big Blue (IBM) letterlijk aan diggelen geslagen.

In 1985 moest Jobs het veld ruimen bij Apple. Als manager bleek hij niet geschikt. Werknemers uit de beginjaren beklagen zich in biografieën over felle woedeuitbarstingen, Jobs gebrek aan overzicht, zijn bemoeizucht en dwangmatige hang naar perfectie.

Jobs werd oncontroleerbaar, kreeg ruzie met het bestuur en werd in 1985 vervangen door John Sculley, een voormalig Pepsi-directeur die Jobs zelf nog had benaderd met de historische woorden: „Wil je de rest van je leven suikerwater verkopen of wil je een kans hebben de wereld te veranderen?” Over het gedwongen vertrek bij Apple zei Jobs later: „Ik had het gevoel dat iemand me in mijn maag stompte en alle lucht verdween. Ik was net dertig en wilde de kans hebben om dingen te maken.”

Ook bij zijn tweede computerbedrijf, NeXT, struikelde Jobs over zijn perfectionisme. De peperdure NeXT-computers werden amper verkocht. Op het moment dat NeXT ineenstortte, werd Jobs als adviseur teruggevraagd bij Apple. Dat bedrijf was aan de grond geraakt. Jobs bleek geleerd te hebben van zijn fouten, was door zijn huwelijk en vaderschap een stuk rustiger geworden. De moeilijke periode bij NeXT omschreef hij later als „een smerig smakend medicijn, maar ik had het nodig.” Zijn andere project, filmmaatschappij Pixar, werd wel een succes.

Jobs redde Apple met een paar eenvoudige ingrepen. Hij sloot vrede met aartsconcurrent Microsoft en gebruikte de software van NeXT als basis voor het nieuwe besturingssysteem, OS X. Na de eigenwijze iMac, ontworpen door Jobs beschermeling Jonathan Ive, volgde de spierwitte iPod in 2001.

Apple bleek niet langer een merk voor nerds en geeks, maar mikte op de massamarkt. De iPod en de iTunes Store veranderden de muziekindustrie: in plaats van cd’s kocht het publiek voortaan liever losse liedjes. Later, in 2007, was de iPhone het begin van de mobiele internetrevolutie die marktleider Nokia op de knieën dwong. De iPad was de Jobs volgende troef: een gemakkelijk te bedienen, draagbare variant van de gewone computer. Concurrenten zagen het als een schijnbaar overbodige gadget, maar het werd een bestseller.

In Silicon Valley heerst vooral bewondering voor de manier waarop Steve Jobs zijn bedrijf strak leidde, vanuit een schijnbaar hopeloze positie eind jaren negentig tot het meest waardevolle technologiebedrijf van de 21ste eeuw. Concurrenten roemen Jobs als bekwaam onderhandelaar. Zelfs collega-topmannen waren gevoelig voor het reality distortion field dat om hem heen hing. Wie in de buurt van Steve Jobs kwam, ging al snel de wereld door zijn bril zien.

Al werkte Jobs in de technologiesector, hij zag zichzelf graag als een voorvechter van de kunsten. Tijdens de presentatie van de iPad in 2010 plaatst hij zich letterlijk op het kruispunt van liberal arts en technologie. Uitgevers reageerden eerst enthousiast op de iPad, om vervolgens te constateren dat Apples verkoopvoorwaarden toch een stuk strikter waren dan ze zelf wilden.

Jobs hoort volgens Amerikanen in het rijtje geschaard van memorabele topmannen als Walt Disney en Henry Ford. Als het gaat om charisma won Jobs het van elke andere topman uit Silicon Valley. Hij was een tegendraadse figuur, die moeizaam leiderschap combineerde met een ragfijn gevoel voor technologische trends en tijdloos design. Een van de weinigen die nog wel eens mailtje van een klant persoonlijk beantwoordde. Maar marktonderzoek was niet aan hem besteed: het publiek weet toch niet wat het wil, was Jobs motto. De ideale klant voor elk Apple-product was immers Jobs zelf.

Jobs was de meester van de eenvoud. In design en in gebruik. Alle Apple-apparaten en de bijbehorende software hebben een overeenkomst: ze zijn bedoeld om ‘ingewikkelde’ technologie toegankelijk te maken. Kiezen wat je niet wilt doen met een apparaat, was volgens Jobs de belangrijkste stappen in het ontwerpproces. Die hang naar eenvoud zie je in elke Apple Store: er ligt een handvol artikelen fraai uitgestald te wezen, omringd door beleefd personeel en hongerige klanten. 

Jobs balanceerde al meerdere malen op het randje van de dood. Daarover sprak hij tijdens een lezing in in 2005 voor het Stanford College in Palo Alto, California. De Apple-topman sprak er kort nadat hij hersteld was van alvleesklierkanker. „Een dag lang leefde ik in de veronderstelling dat ik dood ging. Niemand wil dood, zelfs mensen die naar  de hemel willen. Maar de dood is de beste uitvinding van het leven. Het oude maakt plaats voor het nieuwe.”

Het was een opvallend persoonlijke speech: Jobs gaf er de voorkeur aan om over zijn producten te praten – niet over zijn gezondheid.  „Stay hungry, stay foolish”, drukte hij de Stanford-studenten op het hart.  „Luister naar jezelf en probeer iets te vinden waar je echt van houdt. Volg je hart alsof het de laatste dag van je leven is”, zo besloot Jobs zijn speech. „Je hebt niets te verliezen.  De beste manier om je daaraan te herinneren is het besef dat je zult sterven. ” 

„Helden als Steve Jobs kent Silicon Valley maar weinig” zegt Leslie Berlin, historica aan de Stanford Universiteit. Berlin schreef de biografie over Robert Noyce, een van de grondleggers van de halfgeleiderindustrie in Silicon Valley. Noyce overleed in 1990 maar had destijds net zo’n heldenstatus als Steve Jobs nu. Noyce was bovendien de mentor van de jonge Jobs. Berlin: „Weet je wat het is met helden: ze lijken bovenmenselijk in hun succes, maar hebben tegelijkertijd iets gewoons dat ze tastbaar maakt. Steve Jobs was een dropout, die vroegtijdig stopte met school. Maar hij leerde ons hoeveel je kunt bereiken als je vasthoudt aan je dromen.”

Ook over Steve Jobs komt binnenkort een biografie uit. Het boek van Walter Isaacson, die ook de biografieën van Albert Einstein en Henry Kissinger schreef, komt in november uit. Perfecte timing, zoals je van Steve Jobs kunt verwachten. En het wordt zonder twijfel een bestseller. De laatste hit van Steve Jobs.

    • Marc Hijink