Syrië hoeft de VN niet te vrezen

De Syrische ambassadeur verliet de Veiligheidsraad met een tevreden glimlach op zijn gezicht.

Dat het Syrische regime voorlopig niets te vrezen heeft van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is opnieuw duidelijk geworden. Ondanks maanden van onderhandelen slaagden Europese landen en de Verenigde Staten er dinsdagnacht niet in om voldoende steun in de raad te krijgen voor een resolutie die het geweld van de regering-Assad tegen demonstranten veroordeelt. Rusland en China spraken er gezamenlijk hun veto over uit.

De tekst van de resolutie was de afgelopen dagen nog afgezwakt, in een vergeefse poging een blokkade te voorkomen. Zo werd in het ontwerp niet gedreigd met sancties, zoals aanvankelijk de bedoeling was, maar alleen met „gerichte maatregelen” als Syrië niet binnen dertig dagen het geweld zou beëindigen en fundamentele rechten zou herstellen.

Maar ook in die vorm bleef de resolutie onacceptabel voor Rusland en China. De opkomende machten India, Brazilië en Zuid-Afrika gingen evenmin akkoord en onthielden zich van stemming, net als Libanon.

Rusland steunt het Syrische regime noch het geweld, verzekerde de Russische ambassadeur Tsjoerkin. Maar de resolutie was volgens hem gebaseerd op een „filosofie van confrontatie”. Zijn Chinese collega zei dat de internationale gemeenschap zich niet moet mengen in interne aangelegenheden van Syrië .

Rusland en China zijn allebei verbolgen dat een resolutie over bescherming van de burgerbevolking in Libië waar zij dit voorjaar géén veto over uitspraken, leidde tot het militaire ingrijpen van de NAVO. (NRC)